Gemeenten gaan na ICT-fiasco door met erfenis basisregistratie

Na een ICT-fiasco van zo’n honderd miljoen onderzoeken gemeenten of ze zelf een modern bevolkingsregister kunnen bouwen.

Minister Plasterk trok vorige maand de stekker uit de gefaalde operatie Basisregistratie Persoonsgegevens. ANP / Bart Maat

Grote gemeenten onderzoeken of ze alsnog zelf een landelijke persoonsadministratie kunnen bouwen. Volgens de VNG is een centraal, makkelijk te bewerken register „essentieel” voor ambtenaren. Demissionair minister Plasterk trok vorige maand juist de stekker uit een ICT-project dat ruim vijftien jaar liep en er niet in slaagde het bevolkingsregister te moderniseren. De kosten daarvan worden op 80 tot 100 miljoen geraamd, dat is nog zonder de voorbereidingen die honderden gemeenten en organisaties inmiddels hadden getroffen.

In het bevolkingsregister worden persoonsgegevens zoals huwelijken en geboortedatums geregistreerd. Nu gebeurt dat decentraal bij de gemeenten, het digitale equivalent van bakken met persoonskaarten. Kopieën van deze persoonslijsten worden landelijk opgeslagen. Gemeenten stellen dat ze makkelijker te misleiden zijn door het ontbreken van een centraal systeem, zogenoemde spookburgers geven bijvoorbeeld een vals adres op. Dubbelingen of juist gaten in de verschillende gemeentelijke administraties worden niet goed gezien, aldus de VNG.

De poging is opvallend omdat het mislukken van het ICT-project in juni werd ingeluid met een niet mis te verstaan rapport van het Bureau ICT-Toetsing (BIT), een orgaan dat ICT-projecten van de overheid controleert op haalbaarheid. Er waren grote zorgen over de hoeveelheid werk die nog verzet zou moeten worden en over het technisch ontwerp van het register. De plannen voor het enorm ingewikkelde proces werden vaak nog in een veel te laat stadium, tijdens het bouwen, gewijzigd, aldus het BIT. Op z’n vroegst zou het project ‘operatie Basisregistratie Persoonsgegevens’ (oBRP) in 2023 zijn afgerond met nog minstens 225 miljoen aan uitgaven. Dat zou bijna een tienvoud zijn van een initiële schatting. Aan het inhuren van experts van commerciële bedrijven zijn inmiddels tientallen miljoenen uitgegeven. Plasterk liet na kritische Kamervragen weten het project definitief te staken. De VNG schreef daarna op haar site „verbijsterd” te zijn. Zonder te onderzoeken hoe er toch een modern bevolkingsregister kan komen, zouden gemeenten worden „gehinderd in dienstverlening naar inwoners”.

Andere plannen

De VNG onderzoekt nu met onder meer de gemeenten Amsterdam, Eindhoven, Rotterdam en Den Haag onder of ze het project weer op gang kunnen krijgen. Ambtenaren die op gemeentelijk niveau verstand hebben van de ontwikkelingen van de oBRP, worden volgens een ingewijde in ieder geval gecontracteerd tot het einde van het jaar. Over het budget kan de brancheorganisatie nog geen uitspraken doen. De VNG wil „het tot nu toe verrichte (denk)werk” niet verloren laten gaan en kijken of er bruikbare onderdelen zijn overgebleven van de oBRP. Het heeft wel andere plannen voor het bevolkingsregister. Bij de oBRP werd geprobeerd een systeem te bouwen voor 388 gemeenten en meer dan vijfhonderd (semi)publieke overheidsorganisaties. Een woordvoerder van de VNG laat weten in eerste instantie „alleen een systeem voor alle gemeenten” te willen bouwen. „Dat betekent dat het minder complex is en de kosten voor het ingebruiknemen van het systeem een stuk lager zijn”, zegt een woordvoerder van de VNG.

In september informeert het ministerie van Binnenlandse Zaken de Tweede Kamer over hoe het stopzetten van de oBRP „ordentelijk” wordt afgehandeld.