Recensie

Geen afscheid, maar afstand nemen

Deze Britse auteur schreef een road novel over de beklemmende banden tussen vaders en zonen.

Illustratie Paul van der Steen

Je bejaarde vader lijdt aan ALS en wil naar Zwitserland om zich in de Dignitas-kliniek te laten euthanaseren voor hij volledig van zijn omgeving afhankelijk wordt. Eigenlijk wil hij zich door een vriend laten brengen, maar als zoon kan je dat niet laten gebeuren – en dus rijd je hem zelf van Engeland naar Zwitserland, in de oude VW-camper waarin je vroeger met hem op vakantie ging.

Laat los mijn hand heet de roman waarin de Brit Edward Docx deze roadtrip beschrijft. Eén ding weet je meteen zeker: dit wordt een verhaal over familiebanden. En over afscheid nemen, zoals de aan Shakespeare ontleende titel beduidt. Afscheid nemen van een ouder is al ingrijpend genoeg, maar hoe neem je in hemelsnaam afscheid van een ouder terwijl je hem naar zijn dood vervoert?

Docx weet dat extreme situaties bij uitstek geschikt zijn voor het beschrijven van gewone, algemeen menselijke relaties. En dat je hierbij best wat uitgesproken, extreme personages kunt gebruiken.

Louis, de chauffeurende zoon, is als verteller van de roman redelijk evenwichtig. Zijn dominante vader is een linkse intellectueel met uitgesproken meningen, die spreekt met een ‘morele intensiteit waardoor je het gevoel krijgt dat je er niet alleen naast zit, maar ook slecht bent’. De familieverhoudingen worden pas op scherp gesteld wanneer halverwege de reis Louis’ oudere halfbroers zich bij het gezelschap voegen, de tweeling Ralph en Jack.

Ralph is een flamboyante poppenspeler uit Berlijn, iemand die – zoals onderweg blijkt – improviserend met een speelgoeddier een hele eetzaal kan betoveren. Hij lijkt de beslissing van zijn vader om het verval voor te zijn en zijn leven voortijdig te beëindigen vooral interessant te vinden, en spreekt zich verder niet uit. Jack is een gezinshoofd met een verantwoordelijke baan in het verzekeringswezen en is het totaal niet eens met wat zijn vader van plan is. Hij beschouwt het leven als een wonder dat tot het einde toe moet worden beleefd. De tweelingbroers staan dus diametraal tegenover elkaar en het is de grote verdienste van Docx dat hij erin is geslaagd van deze personages meer te maken dan vertegenwoordigers van houdingen en standpunten. Ze zitten vol conflicten en opvattingen, maar zijn tegelijkertijd méér: individuen, zonen, broers. Zodra zij zijn gearriveerd, verandert de oude camper in een hogedrukpan waarin langzaam naar het kookpunt wordt toegewerkt.

Laat los mijn hand is een roman vol vaart, geschreven met bravoure. De met alcohol overgoten roadtrip van vader en zoons zit vol onverwachte ontmoetingen en gebeurtenissen, en schreeuwt om een verfilming. Er wordt overnacht in een wijnproeverij, een pianist met pech wordt op weg geholpen en in een van de mooiste scènes brengt het viertal een bezoek aan een grot met prehistorische schilderingen – een locatie die vader altijd al had willen bezoeken. Ondertussen wordt er gebekvecht over leven en dood, liefde en geluk. En de lezer denkt mee: mag je de baas spelen over je eigen leven, mag je daar je kinderen bij betrekken, en waar is het geluk te vinden – in het ongebonden carpe diem-bestaan van Ralph of in het gebonden gezinsleven waaraan Jack zich heeft overgeven?

Veel verandert onderweg. Hoe meer het doel nadert, hoe meer de spanning oploopt. Uiteindelijk blijken Ralph en Jack een onopgelost conflict met hun vader te moeten uitvechten. Dit oude zeer heeft te maken met hun moeder, en werpt een schokkend licht op hun vader, die zich ooit als een manipulerende rotzak heeft gedragen. Voor een goede zaak, vond hij zelf, maar hij vernietigde een leven.

Loodzwaar wordt het echter nooit. Docx kiest niet voor een totale meltdown, maar voor catharsis. Behalve woede en verwijt is er ook humor en affectie. Een van de ontroerendste aspecten van de roman is de beschermende liefde van de tweeling voor hun jongere broer. En zo is ondanks de woede en de dreigende aanwezigheid van de dood Laat los mijn hand een levensbevestigend boek geworden. Hier en daar zelfs iets te levensbevestigend. Docx laat Louis geregeld levenswijsheden bedenken die het cliché niet overstijgen (verliefd zijn betekent je gekend voelen), en de brief van de vader aan zijn jongste zoon waarmee het boek eindigt is ál te zoet en doet af aan het eigenlijke open einde van de roman.

Dat einde is op een kalme, onderhuidse manier al ontroerend genoeg. Omdat het echte gevecht tussen de vader en de tweeling plaatsvindt, ontdekt Louis gaandeweg dat hij een relatieve buitenstaander is. Hij kan afstand nemen – van zijn broers en van zijn vader. Aan het eind van de roman ontdek je dat Laat los mijn hand al die tijd niet over de vader ging, maar over de jongste zoon.