Recensie

De neergang van een literaire grootheid

Zijn biograaf zet F. Scott Fitzgerald neer als een cultuurhistoricus, die de schittering van de jaren twintig en de vrije val van de jaren dertig wilde vastleggen.

Foto Hulton Archive / Getty Images

‘Er is nog nooit een goede biografie van een goede schrijver verschenen’, schreef Scott Fitzgerald ooit. ‘Dat kan ook niet. Als hij ook maar een beetje goed is, is hij te veel mensen.’

De Amerikaanse historicus David S. Brown citeert deze uitspraak meteen aan het begin van Paradise Lost, zijn biografie van Scott Fitzgerald, alsof hij zijn lezers alvast wil waarschuwen: ook dit zal bij een poging blijven.

Francis Scott Fitzgerald (1896-1940) heeft zich een vaste plek in de Amerikaanse literaire canon verworven met een aantal klassieke korte verhalen en met romans als The Great Gatsby, die kleine great American novel uit 1925, en Tender is the Night (1934). Alleen al van Gatsby zijn er meer dan twintig miljoen exemplaren verkocht, maar tijdens zijn leven stond Fitzgerald toch vooral bekend als een schrijver die met veel succes aan zijn carrière was begonnen, maar daarna zijn grote belofte niet helemaal had waargemaakt.

Hij debuteerde in 1920 onstuimig met de coming of age-roman This Side of Paradise, waarin hij zijn ervaringen als student op Princeton verwerkte. Meteen werd hij gezien als spreekbuis van zijn generatie, en met de korte verhalen die hij vervolgens publiceerde, verstevigde hij zijn reputatie als de personificatie van de Jazz Age.

Brown beschrijft Scott Fitzgerald als een schrijver die beïnvloed werd en beïnvloedde, en vastlegde hoe de wereld om hem heen in elkaar zat en veranderde

Wilde jaren volgden. Alcohol, een hectisch huwelijk met schilderes en schrijfster Zelda Sayre, reizen naar Parijs en de Rivièra, waar de Fitzgeralds zich onder de high society begaven, nog meer alcohol – maar hij bleef schrijven. Voor zijn korte verhalen kreeg hij nog lange tijd vorstelijke bedragen uitgekeerd, met zijn romans wist hij het succes van zijn debuut nooit meer te evenaren.

Gedreven door geldzorgen (mede veroorzaakt door een nogal nonchalant uitgavenpatroon) vestigde Fitzgerald zich eind jaren dertig in Hollywood, als schrijver voor de filmindustrie. Daar begon hij aan The Last Tycoon, de roman over Hollywood die hij niet zou voltooien. Toen hij eind 1940 aan een hartaanval overleed, was hij nog maar 44 jaar oud en als schrijver weggezakt uit het collectieve literaire geheugen van zijn tijdgenoten. Op de laatste royalty-afrekening die hij tijdens zijn leven ontving, stond $13,13. Double unlucky, tekent biograaf Brown daar droog bij aan.

Frivoliteiten

Het is een van de weinige frivoliteiten die Brown zich veroorlooft. Hij doet wat een goede schrijversbiograaf moet doen: hij besteedt veel aandacht aan het werk. Voor lezers met niet meer dan een oppervlakkige kennis van Fitzgeralds oeuvre is Paradise Lost niet bedoeld; voor degenen die vooral in Fitzgeralds leven geïnteresseerd zijn, is er Some Sort of Epic Grandeur (1991), de biografie van Matthew Bruccoli, waarin elke reis en elke verhuizing uitgebreid worden beschreven.

Brown wil iets anders. De mooie inleiding waarmee zijn boek begint, een essay op zich, leest als een beginselverklaring. Brown ziet Fitzgerald als een cultuurhistoricus, die als schrijver de schittering van de jaren twintig en de vrije val van de jaren dertig wilde vastleggen. Geen ietwat frivool auteur die over zijn eigen tijd schreef, maar een schrijver met een missie.

Met deze benadering plaatst Brown Fitzgerald in zijn tijd – geen tijdloze auteur op de Olympus, maar een schrijver die beïnvloed werd en beïnvloedde, en vastlegde hoe de wereld om hem heen in elkaar zat en veranderde. Dat deed hij vanuit een ambivalente positie. Fitzgerald, die zich op jonge leeftijd ooit omschreef als socialist, werd er later vaak van beschuldigd dat hij het leven van de upper class met al te grote fascinatie en bewondering bekeek. Gefascineerd was hij zeker, maar uiteindelijk was hij vooral teleurgesteld in de Amerikaanse rijken. Ze hadden de waarden verloochend waarop de Verenigde Staten waren gebouwd, de ridderlijke waarden die Fitzgerald nog had waargenomen in de generatie van zijn ouders. Als cultuurcriticus was hij uiteindelijk nostalgisch en conservatief.

Desillusies

Brown besteedt veel aandacht aan de maatschappelijke en culturele omstandigheden van Fitzgeralds wereld. Dit doet hij vanuit een kritische, 21ste-eeuwse benadering (er vallen termen als agency en privilege), maar elke vorm van minzaamheid is hem vreemd. Hij neemt Fitzgerald volstrekt serieus, en zet hem neer als een romantisch idealist die zowel in emotioneel als artistiek opzicht zijn illusies kwijtraakte – en die als zodanig de geschiedenis van zijn land spiegelde.

Browns benadering is eerder thematisch dan chronologisch. Hij plaatst Fitzgerald in zijn tijd, legt verbanden met andere auteurs, maar gaandeweg vraag je je als lezer af of hij ook nog aandacht gaat besteden aan de stijl van Fitzgerald.

Waarom lezen we de schrijver van Gatsby nog? Vanwege de gevallen helden die we in het oeuvre tegenkomen, schrijft Brown, slachtoffers van het Amerikaanse geloof dat het voor iedereen mogelijk is de maatschappelijke ladder tot aan de top te beklimmen – een geloof dat bij de nakomelingen van de pioniers heeft geleid tot een te grote liefde voor rijkdom en overvloed.

Maar we lezen Fitzgerald toch niet alléén omdat hij in zijn werk de tijdgeest uitdrukte en becommentarieerde?

De meer tijdloze kwaliteiten van Fitzgeralds oeuvre komen er in Paradise Lost bekaaid van af. De prachtige stijl, het soms bijna hypnotiserende ritme van Fitzgeralds zinnen – Brown heeft het er niet over. Dat valt hem niet echt kwalijk te nemen, hij heeft vanaf het begin af aan duidelijk gemaakt op welke aspecten van Fitzgerald hij zich zou gaan concentreren, maar voor een volledig beeld van de auteur voldoet deze biografie dan toch niet. Voor zover een biografie ooit een volledig beeld kan geven; een goede schrijver is gewoon te veel mensen, wist Fitzgerald al.

Lees ook: Literaire restje van wisselende kwaliteit. Jan Donkers over de net verschenen bundel van Fitzgeralds ‘verloren verhalen’.