De kern van de zon draait sneller dan de buitenkant

Onderzoekers zijn tot de conclusie gekomen dat de kern van de zon één draaiing per week maakt. De rotatietijd van de buitenste lagen van de zon bedraagt bijna een maand.

Artist impression van de SOHO-satelliet die metingen aan de zon doet. Illustratie ESA/NASA

De kern van de zon draait vier keer zo snel rond als haar zichtbare buitenkant. Dat blijkt uit langdurig ‘seismologisch’ onderzoek met de Europees/Amerikaanse ruimtesonde SOHO, die de zon al 21 jaar in het oog houdt.

Net zoals de golven die bij een aardbeving optreden informatie geven over het inwendige van onze planeet, leveren seismische golven die zich door de zon voortplanten kennis op over het inwendige van onze ster.

Een belangrijk verschil is wel dat de aarde een min of meer vast lichaam is, terwijl de zon uit hete gassen bestaat die zich als een vloeistof gedragen.

Turbulenties in dat gas zorgen ervoor dat de complete zon voortdurend ‘galmt’ als een kerkklok. Dat resulteert er onder meer in dat het zonneoppervlak ritmisch op en neer golft, maar deze specifieke golven, ‘p-golven’ genoemd, geven geen informatie over wat zich in de kern van de zon afspeelt.

G-golven

Daarnaast leiden ‘klotsende’ bewegingen in het diepe inwendige tot het ontstaan van zogeheten g-golven die weer heel moeilijk waarneembaar zijn aan het oppervlak.

Toch is het een internationaal onderzoeksteam na 16 jaar waarnemen gelukt om deze golven te detecteren – niet rechtstreeks, maar via de kleine modulaties van de p-golven die zij veroorzaken.

In een artikel dat deze week in Astronomy & Astrophysics is gepubliceerd, komen de onderzoekers tot de conclusie dat de kern van de zon één draaiing per week maakt. De rotatietijd van de buitenste lagen van de zon bedraagt bijna een maand. Het vermoeden bestaat dat de snelle kernrotatie een erfenis is van de geboorte van de zon.

Kort na haar ontstaan, ruim 4,5 miljard jaar geleden, zou de zon als geheel heel snel hebben rondgedraaid. Later zou de zonnewind – de stroom deeltjes die de zon voortdurend uitzendt – de rotatie van de buitenlagen geleidelijk hebben vertraagd.