Opinie

Blaas het verzorgingshuis nieuw leven in

De woongemeenschap voor ouderen, ook wel verzorgingshuis genoemd, en vroeger het bejaardentehuis, is op haar retour. De norm is dat je zelfstandig blijft wonen tot het echt niet meer kan. Jan Bouma (93), oud-directeur van een verzorgingshuis, betreurt dat.

Jan Bouma in zijn tuin in Mijnsheerenland. Foto's: NRC / Peter de Krom

Als 93-jarige besef ik dat mijn houdbaarheidsdatum in deze samenleving inmiddels ruimschoots is overschreden. Ook al rijd ik nog auto, volg ik nog cursussen aan de Hovo in Rotterdam, kan ik voor zover ik weet nog samenhangend denken en praten en bekleed ik nog maatschappelijke functies.

Ik tel mijn zegeningen, maar tegelijkertijd vraag ik me af waar ik naar toe moet als er iets met mij gebeurt. De maatschappelijke discussies over (het gebrek aan) solidariteit tussen ouderen en jongeren, het voltooide leven en het dichtslibben van de afdelingen voor spoedeisende hulp in ziekenhuizen met bejaarden voor wie elders geen opvang meer is, zijn weinig hoopgevend.

Mijn leven lang heb ik me ingezet voor andere mensen. Als voorzitter van een woningbouwvereniging heb ik me bijvoorbeeld beijverd voor centrale verwarming in huizen en een centrale antenne voor de televisie. Als directeur van een verzorgingshuis vond ik dat het een van mijn taken was om te zorgen voor ziekenzalen (toen nog een voor vrouwen en een voor mannen) en bedden voor mensen die tijdelijk extra zorg nodig hadden, ook van elders.

Het is een treurige constatering dat van al die voorzieningen waarvoor ik me heb ingezet vrijwel niets meer over is. En op mijn leeftijd valt iedereen weg. Ik heb wel eens schertsend gevraagd wie mij moet begraven als het mijn tijd is. In het licht van al die maatschappelijke onrust over de plaats van ouderen in de samenleving vraag ik me ook af wat er overblijft van het principe van de zelfbeschikking.

Als er geen andere uitweg is, die je wel zou willen, dan kan het zijn dat je denkt: als het nog erger wordt, geef mij dan maar een spuitje, of een pil. De meeste mensen die in benarde omstandigheden verkeren antwoorden bevestigend als hun wordt gevraagd of zij het menen van dat spuitje. Dat gold ook voor een terminale patiënt. Na verloop van tijd vroeg de dokter aan hem hoe het verder moest. Zijn antwoord was: Wacht nog maar even.”

Foto Peter de Krom

We hangen allemaal aan het leven, totdat aan de kwaliteit ervan ernstig afbreuk wordt gedaan. Toen ik directeur was van een verzorgingshuis vroeg iemand mij eens of ik er zelf zou willen wonen. Mijn antwoord was: ,,Waarom niet? Maar niet nu, wacht nog maar even.” Zo’n antwoord geef je in een reflex, totdat het echt nodig is. In mijn tijd kon het dan alsnog, al was ook toen al de gemiddelde leeftijd van de bewoners 85 jaar.

Uit recente CBS-cijfers over doodsoorzaken bleek dat er een sterke stijging (16 procent) is van het aantal ouderen dat overlijdt als gevolg van een val; 3.300 in 2016, dat zijn negen mensen per dag. Een van de verklaringen is dat mensen (noodgedwongen) langer thuis wonen. Een ander schokkend getal is dat het aantal 65-plussers dat na een val terechtkomt op de spoedeisende hulp de afgelopen tien jaar met ruim 40 procent is gestegen; elke vijf minuten wordt er een oudere naar het ziekenhuis gebracht.

Het betoog van Bert Pol (Vraag het ouderen en het tehuis is zo terug, 19/7) was mij uit het hart gegrepen. Met hem constateer ik dat beleidsmakers nooit afdoende onderzoek hebben gedaan naar de behoefte van ouderen aan een plaats in een verzorgingshuis. Uitgangspunt van hun beslissingen was hun eigen angst voor het ‘bejaardengetto’ en niet de wens van de meeste ouderen (90 procent) die de voorkeur geven aan wonen in de directe omgeving van een zorginstelling of onder het dak ervan.

Lees hier het artikel van Bert Pol: Vraag het ouderen en het tehuis is zo terug.

Wat mij betreft is het wenselijk dat er meer in plaats van minder verzorgingshuizen komen. Daarmee zouden de moeilijkheden in de keten van zorg voor ouderen als sneeuw voor de zon verdwijnen, de capaciteit van de spoedeisende hulp zich wonderbaarlijk vermenigvuldigen en de sterfte onder bejaarden als gevolg van vallen drastisch afnemen. De beschaving van ons land kun je afmeten aan de manier waarop wordt omgegaan met de kwetsbaren in de samenleving, en daaronder schaar ik de ouderen.

Ouderen leven niet in andermans tijd, zij zijn jongere generaties niet tot last, het solidariteitsprincipe mag niet onder druk worden gezet en bejaarden hoeven het veld niet te ruimen in de veronderstelling dat hun taak erop zit. Toch bekruipt mij het gevoel dat het niet veel anders is dan in de tijd van de oude Grieken, die mensen van 60 jaar stimuleerden van de brug te springen en hen daarbij desnoods een handje hielpen.

Zelf wil ik nog even blijven, omdat ik het erg druk heb met het Odensehuis in mijn woongebied. Over dit inloophuis voor mensen met geheugenproblemen en beginnende dementie zou ik veel kunnen vertellen, onder meer dat dementie inmiddels volksziekte nummer 1 is, waaraan vorig jaar 15.000 mensen overleden. Dat is overigens een gevolg van het steeds ouder worden van de mens.