Notarissen zeggen vertrouwen op in toezichthouder

De toezichthouder zou niet effectief zijn, deskundigheid missen en meer bezig zijn met het afvinken van lijstjes dan de dagelijkse praktijk van het vak.

Beeld ter illustratie. Foto: Lex van Lieshout / ANP

Notarissen hebben geen vertrouwen meer in de financieel toezichthouder van hun branche, het Bureau Financieel Toezicht (BFT). In een brief zegt de ledenraad van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) het vertrouwen op in de toezichthouder.

In de brief, in handen van BNR Nieuwsradio, wordt stevige kritiek geuit op de manier van werken van de toezichthouder. Er zou niet effectief gewerkt worden, regels zouden telkens achteraf worden gewijzigd en er zou een gebrek zijn aan deskundigheid. Lijstjes zouden belangrijker zijn dan de praktijk van het notariële werk en inzicht krijgen in de risico’s.

Volgens de notarissen is er in de afgelopen jaren veel verbetering toegezegd, maar is daar nog te weinig van zichtbaar en is de maat nu vol. Aanleiding voor de brief was volgens de ledenraad een rapportage waarin de financiële waakhond zichzelf een ruime voldoende gaf voor het functioneren, terwijl er al ruime tijd onenigheid is met de beroepsgroep. Plaatsvervangend voorzitter Arnold Verhoeks van de KNB-ledenraad:

“Dat was voor ons het moment waarop het overliep. Elke verandering begint met een eerste stap, en we hopen als ledenraad dat die met deze brief is gezet.”

Er bestaat irritatie over wat de briefschrijvers zien als een opeenstapeling van regelgeving. Hoofddoel van die controles was ervoor te zorgen dat notarissen geen greep zouden doen uit de kas met geld van cliënten - een notariële doodzonde. Bovendien zou het nut ervan niet duidelijk zijn, omdat de toezichthouder heeft toegegeven zelf ook niet alle data te kunnen analyseren.

“Wij zien het als een boswachter die in de afgelopen acht jaar zoveel bomen plantte in het eigen bos, maar op een gegeven moment zelf in het bos verdwaalt.”

Doorn in het oog: kwartaalcijfers

Waar met name woede over bestaat, is de verplichte controle van kwartaalcijfers van notariskantoren door accountantskantoren. Deze kwartaalverslagen komen bovenop een controle die al verplicht jaarlijks plaatsvindt. De kwartaalcontroles werden ingesteld tijdens de crisis, en moesten een vinger aan de pols houden bij notariskantoren. Verhoeks vindt dat de jaarlijkse controle al uitgebreid genoeg is om dit vast te kunnen stellen.

“Ik zeg wel eens gekscherend: een notaris moet jaarlijks tot aan de bankrekening van zijn kinderen laten zien hoe alles wat hij doet is gefinancierd en dat er geen greep uit de kas met derdengelden is gedaan. Het is dan onzinnig om naast die jaarlijkse controle nog eens een controle per kwartaal uit te voeren.”

De kosten hiervoor, “enkele duizenden euro’s per keer” zijn voor kleinere kantoren dan ook minder makkelijk te dragen. Grotere kantoren, vanaf een omzet van drie miljoen euro, zou dit beter haalbaar zijn. Een ander probleem van de kwartaalcontrole is dat het toezicht elders wordt neergelegd: niet de financiële waakhond maar de accountant wordt volgens de ledenraad verantwoordelijk voor het toezicht.

Reactie toezichthouder

Tegenover BNR reageert BFT-voorzitter Marijke Kaptein geschrokken op de brief. Ze stelt een goede relatie te onderhouden met het bestuur van beroepsorganisatie KNB. KNB-voorzitter Jef Oomen erkent dat er grote onvrede bestaat in het bestuur van de organisatie, maar zegt het vertrouwen in de toezichthouder niet op. De ledenraad, van wie de brief afkomstig is, is een zelfstandig onderdeel van de beroepsorganisatie. Elke notaris in Nederland is verplicht aangesloten.