Notarissen: ‘Thans is de maat vol’

Toezicht op notariaat

Notarissen hebben een boze brief gestuurd naar hun toezichthouder. Die vraagt te veel informatie, vinden ze, maar doet er niks mee.

Foto: Lex van Lieshout / ANP

Bij het Bureau Financieel Toezicht, de toezichthouder op notarissen, ligt een boze brief. De uitvoerders van „ons respectabele eeuwenoude ambt” – de notarissen dus – uiten in die brief hun „volstrekte onvrede” over hun toezichthouder.

De lijst met klachten is lang, de bewoordingen zijn scherp. De notarissen verwijten het personeel van de toezichthouder „grilligheid” en „ondeskundigheid”. Het bureau heeft een „rigide houding”, treedt „solistisch” op, „werkt onnodig kostenverhogend en bureaucratisch” en ziet misstanden over het hoofd. „Unaniem” hebben de notarissen vastgesteld dat „thans de maat vol” is.

Wat is er aan de hand?

Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) moet in de gaten houden of notarissen hun werk wel goed doen. Maar de manier waarop het BFT dat doet, bevalt de notarissen allerminst. Op 18 juli heeft de ledenraad van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) de toezichthouder een brief gestuurd. Die werd donderdag gepubliceerd door Het Financieele Dagblad. In negen kantjes beschrijven de notarissen wat de toezichthouder allemaal fout doet.

Vier keer per jaar

Belangrijkste klacht van de notarissen is de hoeveelheid informatie die ze het BFT moeten overhandigen. Zo moeten notariskantoren elk kwartaal hun resultaten met het BFT delen. Dat is zo sinds de crisis, toen veel notarissen in de problemen kwamen. Daarvoor moesten ze maar eens per jaar rapporteren. Die kwartaalrapportages kosten een hoop tijd en zijn duur, omdat een accountant ook naar de cijfers moet kijken. Er is een mogelijkheid voor ontheffing, maar de regels daarvoor zijn te streng.

De notarissen begrijpen niet waarom deze verplichting nu niet weer wordt teruggedraaid. Het BFT is „rupsje nooitgenoeg”, zegt notaris Arnold Verhoeks, de plaatsvervangend voorzitter van de ledenraad die de brief stuurde. De voorzitter is op vakantie, vanuit daar voert hij het woord. De ledenraad krijgt steun van de voorzitter van de KNB, Jef Oomen. Hij vindt het BFT „te star” in hun eis dat notarissen vier keer per jaar hun resultaten moeten rapporteren, inclusief accountantsverklaring.

Als de toezichthouder nou allerlei nuttige dingen met al die informatie deed, was het nog tot daaraan toe. Maar ook dat gebeurt niet, stellen de notarissen. „Het BFT kan de informatie helemaal niet verwerken”, zegt Verhoeks, onder meer door „ICT-problemen”.

Tegelijkertijd ziet de toezichthouder de notarissen die écht de fout ingaan lang over het hoofd, stellen de notarissen. Voorbeelden die niet in de publiciteit zijn geweest, wil Verhoeks niet geven. Wel verwijst hij naar de Amsterdamse notaris Bernard Blijleven, die in 2014 uit zijn ambt is gezet. Deze notaris plunderde zijn derdenrekening, waar het geld op staat dat cliënten in vertrouwen bij hem in bewaring hebben gegeven – een doodzonde. Dat deed hij, zo vertelde Blijleven eerder aan NRC, omdat iemand die zich uitgaf voor premier Mark Rutte dat van hem vroeg. Blijleven was er naar eigen zeggen van overtuigd dat hij het staatsbelang diende.

De toezichthouder wist al langer dat het mis was bij Blijleven, zegt Frits Kemp, de curator van de in 2013 failliet verklaarde notaris. Het BFT heeft Blijleven verschillende brieven gestuurd waarin het wees op „serieuze verwijten en tekortkomingen”, zegt Kemp, maar ondernam vervolgens „geen actie”.

Nog een voorbeeld zijn de twee budgetnotarissen die vorig jaar zijn aangepakt wegens het faciliteren van faillissementsfraude: Anotaris in Bunnik en SBS Legal in Amstelveen. De notarissen zijn nu geschorst, de kantoren failliet. Maar al jaren was er kritiek op het functioneren van de kantoren, met name op SBS Legal. Toch kon die notaris zijn zaak gewoon voortzetten.

IJverige notarissen

Zijn de notarissen niet gewoon een beetje lui, dat ze geen zin hebben om het BFT de gevraagde informatie te leveren? Dat bestrijdt Arnold Verhoeks van de ledenraad. „Notarissen leveren alle informatie gewoon aan, tot aan de spaarrekeningen van de kinderen aan toe. Dat doen we met alle ijver die daarbij hoort.”

Keer op keer hebben de notarissen hun onvrede al geuit, zegt Verhoeks, maar het helpt niet. Daarom zijn de scherpe bewoordingen in de brief ook nodig. De toon is een „effectieve manier om de ernst van de zaak aan te geven”, denkt Verhoeks.

Marijke Kaptein, directeur van het BFT, begrijpt de toon helemaal niet. „Het kwam echt als een verrassing. Ik vind het heel vervelend.” Ze weet dat notarissen vinden dat ze te vaak cijfers moeten inleveren. Maar ze kunnen daarvoor ontheffing aanvragen, zegt ze. „Er zijn 790 kantoren. 590 kantoren vragen ontheffing aan, 500 krijgen dat meteen.” De onvrede zit deels bij de grote kantoren, denkt ze. „Die keren op een bepaalde manier geld uit aan hun partners, waardoor ze niet aan de regels voor ontheffing voldoen.” De tuchtrechter heeft het BFT laatst gelijk gegeven, nadat een paar notarissen zaken hadden aangespannen over het ontheffingsbeleid.

Dat de toezichthouder belangrijke zaken mist, bestrijdt Kaptein. Ja, de zaken Blijleven en SBS Legal liepen „langer dan gehoopt”, zegt ze. „Als er signalen zijn, doen we wat. Maar we moeten wel secuur te werk gaan en weloverwogen op pad gaan. Toen we hoorden over faillissementsfraude, zijn we meteen in actie gekomen.” En dat het BFT de kwartaalcijfers niet verwerkt, „dat is gewoon niet waar”.

Wat de discussie nu op scherp zet, zegt Kaptein, is de nieuwe wet die voorschrijft dat notarissen hun eigen toezicht moeten gaan bekostigen. Die gaat volgend jaar, of het jaar erna in. Kaptein: „Daar zijn ze niet blij mee. Maar wij kosten maar 4 miljoen per jaar.”

Misschien ligt het hele idee van toezicht bij notarissen wat lastig? Kaptein: „Notarissen hebben een bijzonder beroep. Aktes in een kluis, geheimhouding, verplichte winkelnering. Er is toch een gevoel van: wij zijn degenen met kennis, kom maar niet in de buurt. Maar dat er toezicht is, dáár ga ik niks aan veranderen.”