Recensie

Het advies van zelfhulpboeken: laat de controle los

Welzijn NRC recenseert drie recente zelfhulpboeken. De kwaliteit van de boeken loopt nogal uiteen, maar we zouden in ieder geval baat hebben bij prutsen en ‘ontfocussen’.

Laat los! Wees vrij! Geniet! De markt wordt overspoeld door zelfhulpboeken die dit soort adviezen geven. Positieve emoties versterken. Zelfcompassie vergroten. We schijnen het hard nodig te hebben.

Neem het recentelijk verschenen Geluk en optimisme van de psychologen Madelon Peters en Elke Smeets, met tips hoe het eigen welbevinden te vergroten. Zo schrijven ze over het belang van ‘genieten’: „Lach hardop, schreeuw het uit en maak een vreugdedansje als er iets goeds gebeurt (…) Het geeft je hersenen het bewijs dat er iets moois is gebeurd.” Dit soort advies, ook al jaren te lezen in zingevingsbladen als Happinez, maakt deel uit van de positieve psychologie – een stroming die zich richt op technieken die het welbevinden bevorderen. Geluk is iets waar je aan kunt werken, wordt telkens weer benadrukt.

Maar waarom is in de westerse cultuur die schreeuw ontstaan om de controle los te laten? En welke delen in het brein treden in werking bij ontspanning of rust ? Het praktische en simpele boekje van Peters en Smeets besteedt daar nauwelijks aandacht aan. Er zijn wel twee andere boeken verschenen die daar dieper op ingaan.

Prutsen en kliederen

Srini Pillay, therapeut en al zeventien jaar werkzaam als hersenonderzoeker aan de Harvard Universiteit, schreef Minder focus, meer effect, waarin hij uitlegt waarom we er baat bij hebben om op gezette tijden te „prutsen, kliederen en mijmeren”. In het Westen gaan we ervan uit dat focussen ‘een kerncompetentie is’, aldus Pillay. Kinderen moeten kunnen focussen om stil in de klas te kunnen zitten. Leiders moeten focussen om mensen te motiveren of een doel te bereiken. Dat we dit belangrijk vinden is terecht, stelt Pillay, want neurologisch gezien speelt focussen inderdaad een essentiële rol bij het „online houden van informatie in het brein”. Maar er schuilt een gevaar. Aan de hand van tal van wetenschappelijke studies laat Pillay zien dat focussen de denkenergie kan uitputten, vernieuwing kan belemmeren en kan leiden tot selectieve aandacht. Het is daarom raadzaam op geregelde tijden te rusten, te dagdromen en creatief bezig te zijn, iets wat Pillay ‘ontfocussen’ noemt. „In de meest fundamentele zin is dit het proces waarbij je brein ontspant, zodat het paraat staat, opgeladen en gecoördineerd is zodra je het nodig hebt. Dit is geen vorm van wensdenken maar wetenschappelijk aangetoonde neurologie.” Wie een werkbare balans leert te vinden tussen focussen en ‘ontfocussen’, wordt effectiever, productiever en vindingrijker, wat uiteindelijk ook kan bijdragen aan een ‘algemeen geluksgevoel’, betoogt hij.

Anders qua opzet, maar met een soortgelijke strekking, is het boek van Jules Evans. Door een bijna-doodervaring na een ski-ongeluk in de Noorse bergen kreeg deze Britse filosoof interesse voor het belang van controleverlies. Volgens Evans worden irrationele ervaringen in de westerse cultuur afgedaan als een teken van waanzin. In De kunst van controleverlies, filosoferen over extase stelt hij dat controleverlies juist nodig is om betekenis aan het leven te geven. Te vaak worden mensen gekweld door een angstig bewustzijn. „Onze geest weeft voortdurend aan een sluier van zorgen, die maakt dat we onszelf en de wereld voortdurend verkeerd waarnemen,” aldus Evans. Dit angstige zelfbewustzijn kan verdwijnen door „momenten van zelftranscendentie” op te zoeken. „Niet rationaliseren en zelfcontrole zijn de oplossing, maar juist loslaten van de controle en je overgeven aan iets dat groter is dan jezelf.”

Toch blijkt dit een lastige opgave, mede door de onttoverde, materialistische kijk die mensen in het Westen op het leven hebben. Spirituele verklaringen van lichamelijke of psychische verschijnselen worden als naïef gezien en controleverlies iets waar je je voor moet schamen. Het gevolg is, aldus Evans, dat we leven in een wereld waar het ego ‘ommuurd’ is: we leven afgeschermd van andere mensen en de natuur. Aangezien we dit als een tekortkoming ervaren, zoeken we oplossingen in de vorm van dansworkshops, tantra-festivals of drugs. Maar is dat daadwerkelijk goed voor het brein?

Emoties en ademhaling

In zijn boek onderzoekt Evans, vooral vanuit historisch perspectief, verschillende vormen van extase en komt tot de conclusie: extatische momenten kunnen helend werken. Hij beroept zich op William James, een van de grondleggers van de moderne psychologie, die beweerde dat emoties niet alleen ontstaan via gedachten, maar ook via lichamelijke reacties in het autonoom zenuwstelsel. Emoties zijn niet alleen te veranderen door gebruik van rationaliteit, maar ook via het lichaam, door op de ademhaling te letten, te sporten, zingen of dansen, naar muziek te luisteren of seks te hebben. Dit kan mensen bevrijden van ingesleten psychosomatische patronen, zoals depressie, moeheid en verslaving. En niet alleen dat. Veel kunstenaars en wetenschappers, aldus Evans, zeggen dat ze „tot de grootste ideeën en creaties zijn gekomen via een ‘subliminale staat van bewustzijn’ – door dromen, visioenen, of een plotselinge inval.”

Extatische ervaringen kunnen de psyche genezen en bovendien ‘de muur van het ego’ afbreken. Ook Pillay wijst erop dat ontfocussen ons in staat stelt om de wereld meer als ‘verbonden’ te zien (er bestaat volgens hem zoiets als een universeel bewustzijn) en dat we bovendien wat milder zouden moeten omgaan met onszelf. Mensen weigeren maar al te vaak te experimenteren of iets te proberen omdat ze moeite hebben zichzelf te vergeven als ze zouden falen. Onterecht, vindt Pillay, want „na meer dan twintig jaar het brein te hebben bestudeerd, ben ik ervan overtuigd dat we ‘vreemd geprogrammeerd’ zijn (…) Waarom gaat liefde met zoveel pijn gepaard? Waarom levert hard werken niet voor iedereen evenveel op? Waarom kijken we vooral naar de verschillen tussen mensen om onszelf te vinden?” Gezien dit soort tegenstrijdigheden mogen we volgens Pillay best wat nederiger zijn over ons mens-zijn. Kortom, geef het brein de ruimte om te experimenteren en durf fouten te maken. Het leidt uiteindelijk tot nieuwe ideeën.

Evans spreekt op 19 augustus op Lowlands.