Interview

‘Ik geloof in boekenwijsheid en verhalen’

David Rawlings

Voor zijn eerste soloalbum maakte de Amerikaanse gitarist David Rawlings gebruik van een oude boerenalmanak.

David Rawlings: „Volkswijsheden zijn een vruchtbare bron van inspiratie.” Foto Alysse Gafkjen

Hoe maak je muziek zonder je levensgezel? David Rawlings zou het niet weten. Nog geen halve minuut na het begin van zijn solo-album meldt Gillian Welch zich met een hartverscheurend mooie tweede stem. Al meer dan twintig jaar maken ze platen op die manier: Welch zingt, Rawlings speelt virtuoos gitaar, samen maken ze elkaars zinnen af. Hun stemmen verstrengelen zich in tijdloze liedjes. Getrouwd zijn ze niet; hun band is voor eeuwig.

David Rawlings is de drijvende kracht op de vijf albums die Gillian Welch tot nu toe maakte. Samen zongen en speelden ze tussendoor op de twee platen van hun gelegenheidsband Dave Rawlings Machine. En nu is er het eerste ‘solo-album’ van David Rawlings. Fans van Gillian Welch moeten na haar laatste album The Harrow and the Harvest uit 2011 nog even wachten op nieuw werk van de gelauwerde zangeres. Op Poor David’s Almanack is de leadzang overwegend van Rawlings.

Amerikaanse plattelandsmuziek, wil David Rawlings maken. Noem het geen country, want in Nashville worden Welch en Rawlings en hun rustieke folkmuziek beschouwd als buitenbeentjes. Als leidraad bij het creatieve proces gebruikte Rawlings de jaarlijkse almanak die schrijver en staatsman Benjamin Franklin in de jaren 1732-1758 publiceerde onder de titel Poor Richard’s Almanack. „Een onmisbaar handboek voor boeren en buitenlui”, vertelt Rawlings aan de telefoon vanuit Nashville.

Computers zijn een vloek voor de mensheid

„Franklin bood zijn lezers weersvoorspellingen, agrarische informatie en moralistische overpeinzingen. In het internettijdperk is het belang van zo’n almanak naar de achtergrond gedrongen. Maar ze bestaan nog steeds en ik wilde er een muzikale variant op maken. Mijn album heeft van alles wat. Verstrooiing en informatie.”

Volkswijsheden zijn een vruchtbare bron van inspiratie, zegt Rawlings. „In zijn almanak verzamelde Franklin spreuken die hij al of niet zelf bedacht had. ‘Lost time is not found again’ is er zo een. Die eigende Bob Dylan zich toe voor zijn song ‘Odds and Ends’. Ik beschouw mezelf steeds vaker als een folkzanger in Dylans traditie. Het is de heilige plicht van elke songschrijver om takken toe te voegen aan de grote boom die er al is. Een voorbeeld is mijn nummer ‘Good God a Woman’ dat voortbouwt op het meer dan zeventig jaar oude ‘On a Monday’ van Leadbelly. Die had het op zijn beurt van een nog oudere folksong, terug te vinden in de Library of Congress. Elke boom heeft wortels nodig, en hij wordt sterker als er nieuwe takken groeien.”

‘We zijn geen stoffige puristen’

Computers en internet zijn geen zegen maar een vloek voor de mensheid, vindt Rawlings. „We omringen ons met zoveel apparaten die kennis vergaren dat we met lege handen staan als de elektriciteit uitvalt en we onze cloud niet meer kunnen bereiken. Ik geloof in boekenwijsheid en de kracht van overlevering, in muziek en in verhalen die je van oudere personen kunt horen.

Rawlings: „Bij onze plaatopnamen komen er pas computers in het spel als de muziek af is en er cd’s van geperst moeten worden, of liever grammofoonplaten. Zijn Gillian en ik daarom stoffige puristen die zich laten leiden door nostalgie? Integendeel. Onze muziek gaat veel langer mee dan de hippe producten van handige knoppendraaiers die al hun eieren in één elektronisch nest leggen.”

Met Gillian Welch bouwt Rawlings aan een repertoire dat hij „onze catalogus” noemt. „Dit album verschijnt onder mijn naam omdat het op een natuurlijke manier op ons pad kwam. Songs als ‘Cumberland Gap’ en ‘Guitar Man’ voegden we toe aan ons live-repertoire en ze groeiden bij elke keer dat we ze speelden. Een song is pas af wanneer we er voor honderd procent achter staan. Goddelijke inspiratie laat zich niet in een hokje vangen. Als mensen ons vragen wanneer er nu eindelijk eens een nieuw Gillian Welch-album komt, kunnen we maar één ding zeggen: hopelijk snel.”