Genetische afwijkingen in DNA embryo te repareren

Genetica

Wetenschappers kunnen nu afwijkingen in het DNA van een menselijk embryo repareren. Zijn klinische proeven de volgende stap?

Embryoselectie op de ivf-afdeling van het academisch ziekenhuis Maastricht. Amerikaanse onderzoekers kunnen nu al tijdens de bevruchting een schadelijke mutatie in het DNA repareren. Foto ANP/Lex Van Lieshout

De drempel is gepasseerd. Onderzoekers in de Verenigde Staten hebben deze week laten zien dat het mogelijk is om een genetische afwijking te repareren in het DNA van een menselijk embryo. Het toekomstscenario wat het team onder leiding van Shoukhrat Mitalipov daarbij schetst is een mensheid die is verlost van ernstige erfelijke aandoeningen. Met genetische technieken slaagden ze erin een mutatie in een gen te corrigeren, die anders de drager ervan zou opzadelen met een ernstige hartziekte.

Het is al de zoveelste drempel die onderzoekers op dit gebied in korte tijd hebben overwonnen. Na een reageerbuisbevruchting kunnen menselijke embryo’s inmiddels al twee weken of langer in leven gehouden worden; dat is het moment waarop de eerste aanleg van het zenuwstelsel verschijnt. Door transplantatie van de celkern in de eicel van een tweede moeder kunnen kinderen geboren worden met twee moeders en een vader, om zo erfelijke ziekten van de mitochondriën (die eigen DNA hebben en uitsluitend van de moeder komen) te omzeilen. En nu is het dan ook mogelijk om met een soort genetische pincet (crispr-cas genaamd) correcties in het DNA van een van beide ouders aan te brengen.

En het einde van nieuwe mogelijkheden om de menselijke voortplanting te verbeteren is nog niet in zicht. Onderzoekers zijn er bijvoorbeeld al in geslaagd een foetus van een lam te laten groeien in een kunstmatige baarmoeder van plastic en andere groepen hebben uit stamcellen van muizen en ratten eicellen en zaadcellen te maken, waarmee een bevruchting tot stand kon worden gebracht. Hoe lang duurt het nog voordat een onderzoeker dit ook bij de mens probeert?

Lees ook het interview met Annelien Bredenoord, hoogleraar ethiek: ‘Designerbaby’s? Dat is een totaal verkeerde voorstelling’

Zorgvuldig toezicht

Shoukhrat Mitalipov vindt dat hij dit soort onderzoek moet doen. „Het is belangrijk om dit soort experimenten in alle openheid uit te voeren, onder zorgvuldig toezicht van medisch-ethische commissies”, zegt hij. „Anders gebeurt het toch wel elders in de wereld, in ongereguleerde landen.”

Mitalipov denkt zelfs al aan klinische proeven met genetische veranderde embryo’s, waarbij dus daadwerkelijk kinderen geboren zullen worden. „We moeten de techniek nog verbeteren, maar dan zal dat echt mogelijk worden”, zegt hij. „Natuurlijk moet een regering of parlement daarvoor dan nog wel toestemming geven.”

De deur staat al op een kier. In februari van dit jaar bracht de Amerikaanse academie van wetenschappen (NAS) een gezaghebbend rapport uit waarin werd gezegd dat wetenschappers de vrijheid moeten hebben om voor onderzoeksdoeleinden menselijke embryo’s genetische te manipuleren. De Amerikanen concludeerden ook dat als deze technieken voldoende veilig blijken het uiteindelijk ook mogelijk zou moeten zijn uit zulke veranderde embryo’s daadwerkelijk kinderen geboren te laten worden, in gevallen waarin het gaat om een zeer ernstige ziekte waarvoor geen andere goede behandelmethoden voor handen zijn.

In een gezamenlijk rapport van de Gezondheidsraad en de commissie voor genetische modificatie Cogem sloten ook Nederlandse deskundigen zich daar eind maart bij aan: „Mits de techniek veilig toepasbaar is, worden de belangen van toekomstige personen door het vervangen van ziekmakende door gezonde genen niet geschaad maar juist gediend”, schreven zij.

Dan rest de vraag of het wel zinvol en veilig genoeg is om genen in het embryo te repareren. Ten eerste is er altijd een risico dat er iets misgaat tijdens de correctie. Mitalipov en zijn team zeggen dat zij geen onbedoelde genetische schade in de gerepareerde embryo’s hebben kunnen ontdekken. Maar gaat het ook goed als andere soorten mutaties op deze manier worden aangepakt? En zullen er ook geen fouten optreden als er straks duizenden of tienduizenden embryo’s worden gerepareerd?

Genetische controle

Bovendien bestaan er alternatieven. Zo is het al mogelijk om tijdens een ivf-procedure een of twee cellen van het groeiende embryo af te nemen en die genetisch te controleren op de aanwezigheid van mutaties. Dat heet pre-implantatie diagnostiek, PID. Op die manier kunnen alleen ‘gezonde’ embryo’s in de baarmoeder worden geplaatst.

Maar, werpt vruchtbaarheidsarts Paula Amato uit het team van Mitalipov tegen: „Die methode toepassen betekent wel dat de helft van de embryo’s onbruikbaar is omdat de mutatie daar in zit. Die luxe kun je je niet altijd veroorloven, bijvoorbeeld bij oudere vrouwen die bij ivf maar heel weinig levensvatbare embryo’s hebben. Door eerst kapotte genen te repareren, zouden alle beschikbare embryo’s geschikt zijn voor transplantatie in de baarmoeder.”