Column

Feiten hebben we al, nu nog empathie

Op vakantie in Marokko lees ik de prachtig opgetekende serie van Nadia Ezzeroili en Hassan Bahara in de Volkskrant over de protesten in Al Hoceima. Die stad ligt nog geen vier uur rijden van Tanger, waar ik verblijf. Toch lijkt het alsof ik over een ander land lees. Wie in Tanger is, hoeft weinig mee te krijgen van de wanhoop in Al Hoceima.

En dat is precies het probleem.

Mijn ouders komen oorspronkelijk uit het Rifgebergte, maar ze zijn op jonge leeftijd verhuisd naar de grote stad. Twaalf jaar was ik, toen ik voor het laatst in het dorp van mijn vader was. Ik herinner me het prachtige landschap nog, een waterval, de huizen die eerder hutjes waren, het konijn waar ik mee speelde en dat later geslacht werd, de ritjes die we op paarden maakten naar het land dat bewerkt moest worden en de lichte opluchting toen we weer terug naar de stad reden.

Inmiddels is alles anders, vertelt mijn vader, die nog elk jaar afreist naar het dorp. Er is elektriciteit, de hutjes zijn nu grote huizen, de primitieve omstandigheden veranderen steeds meer in de luxe van de stad. Maar het gaat langzaam, te langzaam. Het tempo is niet te vergelijken met de ontwikkelingen in de grote stad. Die stad lijkt bij ieder bezoek weer groter te worden. De appartementencomplexen en luxevilla’s schieten in Tanger als paddestoelen uit de grond. Er zijn golfresorts, en vorig jaar opende een groot gloednieuw winkelcentrum zijn deuren, zoals je ze ook ziet in Qatar of Dubai. De volledige boulevard is onder handen genomen, er is een nieuwe jachthaven gebouwd.

Dit is het plaatje dat de buitenstaander ziet. De voorspoed is niet te voelen in alle portemonnees. Als ik in Tanger de protesten in Al Hoceima ter sprake probeer te brengen, hoor ik veel begrip voor de protesteerders. Het geld is de afgelopen jaren voornamelijk geïnvesteerd in de grote steden. De Marokkaanse overheid heeft te weinig oog voor de basisvoorzieningen in de regio. Het is niet meer dan logisch is dat mensen goed onderwijs en gezondheidszorg eisen, dus er is geen discussie over hun achtergestelde positie.

En dan hoor ik de maar. Moeten die protesten nou echt? Is dit geen voorbode van afsplitsing van de Riffijnen? De Arabische seizoenswisseling, van lente naar herfst, staat iedereen nog vers in het geheugen gegrift. De gevolgen ervan zijn nog dagelijks terug te zien op de nieuwszenders die in zo’n beetje elk café aanstaan.

Het doet denken aan de aardbevingsproblematiek in Groningen. Niet de aard van het probleem uiteraard, maar wel het mechanisme. De rest van Nederland vindt er wel wat van, maar gaat er niet de barricades voor op. Je leest erover, je vindt het best vervelend voor de mensen die er last van hebben en je gaat weer over tot de orde van de dag. Andermans ellende is best erg, maar het wordt pas urgent als het jou overkomt.

Als krantenlezer neem je de feiten in je op, je voelt er misschien iets bij, het laat je soms voor even niet los. Maar als de rampspoed zich dichterbij afspeelt, ben je dat van de ander al snel vergeten. De Noorse publieke omroep is een kwart jaar geleden begonnen met een experiment. Wie wil reageren op een nieuwsverhaal op de website, moet bij een aantal onderwerpen eerst een korte quiz doen en drie multiplechoicevragen beantwoorden over het onderwerp. Pas als blijkt dat je over genoeg relevante kennis beschikt, mag je commentaar achterlaten. En het werkt, de reacties zijn inhoudelijker en vaker een toevoeging aan de artikelen.

We hebben alle feiten over Al Hoceima of Groningen: een kennisquiz zou een makkie moeten zijn. Maar in Al Hoceima of Groningen of in welk achtergesteld gebied dan ook hebben ze niet zoveel aan onze feitelijke kennis. Daar kunnen ze juist wel wat van onze empathie gebruiken.

werkt als redacteur bij BNR Nieuwsradio.