Een tijdelijk contract is nu de norm

Medisch specialisten

De meeste medici hoeven zich geen zorgen te maken over de arbeidsmarkt. Maar voor specialisten is dat snel aan het veranderen.

Slechts 12 procent van de jonge radiologen kreeg in de eerste drie jaar na afronding van de opleiding een vast contract, zo bleek uit onderzoek dat gepubliceerd werd in het tijdschrift van de beroepsvereniging van radiologen. Foto iStock

De aanstormend medisch specialist moet zich wel twee keer bedenken waar hij of zij gaat werken. Want job hoppen is moeilijk. Wie zich in een maatschap inkoopt, legt zich met zijn investering jarenlang vast. En een vaste aanstelling in loondienst krijgen is voor jonge artsen ook niet makkelijk.

Wordt het Nederland of toch het buitenland? Welk ziekenhuis wordt de komende jaren de vaste werkplek? En gaat hij of zij zich verder specialiseren, de zogeheten superspecialisatie, of toch maar niet?

De arbeidsmarkt voor de meeste medici lijkt nog altijd fantastisch. Er is nauwelijks werkloosheid en de wachtlijsten groeien. De Nederlandse Zorgautoriteit concludeerde onlangs dat de wachttijden voor oogartsen in Noord- en Oost-Nederland vooral een lokaal arbeidsmarktprobleem zijn.

Maar voor aanstormend specialisten zijn de keuzes ingrijpend aan het veranderen. Net als op andere arbeidsmarkten is vaste dienst niet meer vanzelfsprekend. Het tijdelijke contract is in opmars. Sterker, het is inmiddels de overheersende contractvorm om aan de slag te gaan in een ziekenhuis.

Starters van midden dertig

De zogeheten jonge klaren, artsen die hun medische specialisatie nog maar net hebben afgerond, zijn formeel starters op de arbeidsmarkt. Maar vanwege hun lange opleiding zijn ze door de bank genomen al midden dertig. Zij krijgen steeds meer moeite met het vinden van een vaste werkplek.

Kreeg twee jaar geleden 44 procent van de jonge medisch specialisten een tijdelijk contract, vorig jaar was dat gestegen naar 52 procent, zo bleek uit een enquête door De Jonge Specialist, de beroepsvereniging voor artsen in opleiding tot medisch specialist.

Maar in sommige vakgebieden zijn de ontwikkelingen nog een stuk turbulenter. Vijf jaar geleden kreeg driekwart van de jonge radiologen in de eerste drie jaar na afronding van de opleiding een vast contract. In 2016 was dit gedaald naar slechts 12 procent.

Bron: Oulad Abdennabi, MemoRad, NVvR.

Het beeld is totaal omgedraaid in 2016, zo blijkt uit onderzoek van Ikrame Oulad Abdennabi onder 400 jonge radiologen dat onlangs gepubliceerd werd in het tijdschrift van de beroepsvereniging. Driekwart van de jonge klaren ging op tijdelijke basis aan de slag.

De verslechtering van de arbeidsmarkt hangt samen met het bezuinigingsbeleid dat onder minister Edith Schippers (Zorg, VVD) werd ingezet. De besparingen in het ziekenhuiswezen vertaalden zich in meer onzekerheid, minder geld en dus minder vacatures.

Volgens Fleur van den Heijkant, een uroloog in opleiding en bestuurslid van De Jonge Specialist, heeft de sterke groei van tijdelijke contracten ook te maken met andere zorghervormingen. Het regime rond maatschappen wijzigde de laatste jaren ingrijpend evenals de bekostiging van medisch specialisten. „Veel maatschappen wilden de afgelopen jaren daardoor niet te veel risico’s nemen.” Het gevolg is dat veel ‘medisch specialistische bedrijven’ – de moderne verschijningsvorm van de oude artsenmaatschap – specialisten in tijdelijke dienst nemen. „Eigenlijk komt een medisch specialist dan in dienst van een andere medisch specialist”, legt Van den Heijkant uit.

De meest voorkomende vorm van tijdelijke contracten is bij radiologen de fellow, zo werd duidelijk in het eerdergenoemde onderzoek. De fellowship is een vorm van superspecialisatie op tijdelijke basis. Meer dan de helft van de jonge radiologen heeft zo’n aanstelling.

Je kunt niet iedere twee jaar verkassen

Veranderende samenleving

Maar de beroepsvereniging voor jonge specialisten vreest wat ook in andere bedrijfstakken al jaren gebeurt: tijdelijke contracten die niet omgezet worden naar vaste, maar de ene tijdelijke specialist vervangen door de andere tijdelijke specialist. „Dat zie je veel gebeuren en daar maken wij ons zorgen over. Voor patiënten is dit ook niet optimaal.”

De beroepsvereniging vindt deze trend onwenselijk. Medisch specialisten wisselen vaak van ziekenhuis en dus van patiëntenpopulatie.

Dat argument kan overigens ook door voorstanders worden gebruikt. De arbeidsmobiliteit van medisch specialisten staat niet bekend als erg dynamisch waardoor de kennisdeling en kruisbestuiving niet optimaal is.

Van den Heijkant beaamt dat, maar wijst op de veranderde samenleving. Vroeger was de medisch specialist een man met een vrouw thuis. De nieuwe generatie medisch specialisten bestaat ook uit vrouwen met werkende partners. Die zijn minder flexibel. „Je kunt niet iedere twee jaar verkassen.” De jonge generatie heeft overigens minder problemen met loondienst dan de oude generatie. En bij loondienst is de specialist een stuk mobieler dan dat hij of zij zich in een maatschap heeft ingekocht.

Jonge medisch specialisten worden tegenwoordig vaker chef de clinique. Dat klinkt iets vooraanstaander dan het is. Een chef de clinique is veelal een tijdelijke functie waarbij een medisch specialist eigenlijk in dienst is van andere medisch specialisten, zegt Van den Heijkant.

Duidelijk is dat meer jonge klaren noodgedwongen voor een carrière in het buitenland kiezen. In 2013 ging 1 procent van de medisch specialisten de grens over. Vorig jaar gold dit voor 7 procent. „Een vorm van verborgen werkloosheid”, aldus Van den Heijkant. Een grote vraag daarbij is: komen ze ooit terug? Want de dure en langdurige opleiding tot specialist in Nederland is uiteindelijk niet bedoeld om artsen af te leveren in het buitenland.