25 jaar strijd over door nazi’s geroofde schilderij Klee

Roofkunst

De erven van de familie Lissitzky krijgen na lang procederen 2 miljoen voor Paul Klee’s ‘Moeraslegende’, dat door de nazi’s als Entartete Kunst was weggehaald.

Moeraslegende (1919) van Paul Klee

Over geen enkel door de nazi’s gestolen kunstwerk is in Duitsland zolang getwist als over Moeraslegende (1919) van Paul Klee. Al ruim een kwart eeuw probeerden de erven van voormalige eigenaresse Sophie Lissitzky-Küppers het schilderij in handen te krijgen. Maar juridische procedures tegen de gemeente München, waar het schilderij sinds 1982 hangt in het stadsmuseum Lenbachhaus, strandden steeds op de formalistische opstelling van de gemeente. De diefstal was verjaard, stelden de advocaten van de gemeente bij herhaling.

Groot was dus de verrassing toen het Rathaus München op 26 juli namens alle betrokken partijen meldde dat het conflict in der minne was geschikt. Moeraslegende , een dromerig, semi-abstract schilderij vol kerken en een mensfiguur, blijft in het museum hangen. De erven van Sophie Lissitzky-Küppers trekken hun claim in en ontvangen ter compensatie een niet geopenbaard geldbedrag, naar verluidt tussen de één en twee miljoen euro.

Duitse kranten publiceerden juichende commentaren. Een „beschamend lange strijd” is ten einde, constateerde de Süddeutsche Zeitung. De Frankfurter Algemeine Zeitung repte van een „echt eerlijke” overeenkomst.

Het opmerkelijke is dat het geen klassiek geval van nazi-roofkunst betreft: Moeraslegende is niet een van Joden gestolen kunstwerk. De geschiedenis van Moeraslegende gaat over Hitlers oorlog tegen de moderne kunst, over de vervolging van communisten in nazi-Duitsland, over de haat tegen Sovjet-Duitsers in Stalins Rusland, en over de wijze waarop in het naoorlogse Duitsland in juridische en morele zin met oorlogsclaims is omgegaan. Aan de hand van één schilderij kan tachtig jaar geschiedenis worden verteld.

Gegoede familie

Dat verhaal begint met de in 1891 geboren Sophie Schneider, telg uit een gegoede Beierse familie. Op de Universiteit van München werd ze verliefd op een andere student kunstgeschiedenis, Paul Küppers. Ze trouwden en leefden een mondain leven in Hannover, waar hij directeur werd van een kunstvereniging. Het paar raakte bevriend met avant-gardistische kunstenaars als Klee, Kandinsky, Arp en Schwitters.

In 1922 behoorde Paul Küppers tot de miljoenen slachtoffers van de wereldwijde pandemie van de Spaanse griep. De weduwe, moeder van twee zonen, maakte kennis met de Joods-Russische kunstenaar El Lissitzky, een overtuigd communist. In 1926 besloot Sophie Küppers met hem mee naar Moskou te reizen, waar ze een jaar later zouden trouwden. Vlak voor vertrek gaf Sophie Küppers zestien schilderijen, waaronder werken van Kandinsky, Mondriaan, Léger en Klee’s Moeraslegende in bruikleen aan het Hannover Provinzial-Museum.

Abstracte kunst, volgens Hitler was het gedegeneerde schilderkunst die de moraal van het Duitse volk ondermijnde. De nationaalsocialisten verwijderden in de jaren dertig twintigduizend ‘ontaarde’ kunstwerken uit de collecties van Duitse musea, onder meer de door Sophie Lissitzky-Küppers in bewaring gegeven schilderijen.

Op een tentoonstelling van entartete Kunst in de Hofgarten in München hing Moeraslegende in 1937 op een muurtje met dada-kunst. In vijf maanden tijd kwamen twee miljoen Duitsers kijken, onder wie de Führer zelf.

Foto bpk / Zentralarchiv / SMB

De nazi’s verbrandden een deel van de ‘ontaarde kunst’. Het leeuwendeel werd echter in Zwitserland verkocht. Zo is Moeraslegende in 1941 voor 500 Zwitserse Franken overgedaan aan Hildebrand Gurlitt, een van de vier handelaren die het voorrecht kregen om in entartete Kunst te handelen. Zoon Cornelius Gurlitt bleek in 2012 nog een kunstschat met 1.280 werken van zijn vader in bezit te hebben.

In 1962 dook Moeraslegende op bij het Keulse veilinghuis Lempertz. Het verwisselde daarna een paar keer van eigenaar, tot stadsmuseum Lenbachhaus het in 1981 bij een Zwitserse kunsthandel kocht, voor omgerekend 358.000 euro.

De toenmalige museumdirectie wist dat de nazi’s Moeraslegende als ontaarde kunst uit het museum in Hannover hadden weggehaald. Maar die kennis stond de aankoop niet in de weg. Door de nazi’s verbannen kunstwerken weer openbaar tentoonstellen, dat zagen Duitse musea in de jaren tachtig als een daad van Wiedergutmachung, legde de Süddeutsche Zeitung daags na de schikking uit.

Rechtvaardig

In de gezamenlijke persverklaring staat dat de schikking „een eerlijke en rechtvaardige oplossing” is, die rekening houdt met de vervolging van de voormalig eigenaresse.

Sophie Lissitzky-Küppers is vermalen door de geschiedenis. De twee kinderen uit haar eerste huwelijk konden niet aarden in de Sovjet-Unie. De oudste, Kurt Küppers, vluchtte in 1935 naar Duitsland. Daar werd hij als communist en stiefzoon van een Jood naar concentratiekamp Sachsenhausen gestuurd. Hij overleefde de holocaust, maar zou zijn moeder nooit meer zien. Zijn broer Hans stierf tijdens de oorlog in een Russisch werkkamp.

Een half jaar na de Duitse inval in de Sovjet-Unie overleed El Lissitzky in 1941 aan tbc. Net als vele andere Sovjet-Duitsers gold Sophie Lisssitzky opeens als een vijand van het Russische volk. Samen met haar 14-jarige zoon Jen, kind uit haar tweede huwelijk, werd de tweevoudig weduwe in 1944 naar de Siberische stad Novosibirsk verbannen. Als lerares handenarbeid wist ze daar te overleven.

Vijf jaar na de dood van Jozef Stalin kreeg Sophie Lissitzky toestemming om een reis naar Duitsland te maken, op voorwaarde dat haar zoon Jen als borg in Siberië zou achterblijven. In Hannover kreeg ze te horen dat de zestien schilderijen die ze in bruikleen had gegeven, zoek waren geraakt.

Sophie Lissitzky-Küppers [1891 - 1978]

Sophie Lissitzky overleed in 1978 in armoede in Novosibirsk. Elf kunstwerken van El Lissitzky die ze nog bezat, had ze een paar jaar eerder aan een Keulse kunsthandel meegegeven. Van de opbrengsten, zo beloofden de handelaren, zou ze haar oude dag in Duitsland kunnen slijten. Maar Sophie Lissitzky kreeg geen uitreisvisum; vanaf 1975 werden zes aanvragen geweigerd. Haar zoon Jen, die in 1989 wél de Sovjet-Unie mocht verlaten, heeft in de jaren negentig een rechtszaak tegen de Keulse kunsthandel moeten aanspannen om de opbrengst van de werken van zijn vader in handen te krijgen.

Met de bruikleenpapieren van het museum in Hannover als kompas is Jen Lissitzky de afgelopen decennia op zoek gegaan naar de zestien schilderijen van zijn moeder.

Negen schilderijen zijn nog altijd vermist, onder meer de Mondriaan. Vier kunstwerken heeft de familie gerestitueerd gekregen, soms na lange juridische strijd. Een Duitse verzamelaar bezit een Kandinsky, gekocht op een veiling. En een ander schilderij van Klee, dat in 1944 op weg van Moskou naar Novosibirsk werd gestolen, hangt in het Poesjkin Museum in Moskou.

Blijft over de Moeraslegende. De strijd over dat schilderij begon in 1992, toen Jen Lissitzky er beslag op liet leggen tijdens een reconstructie van de entartete Kunst-tentoonstelling uit 1937 in München. Decennialang verzette de gemeente zich dus met succes tegen de claim. Ook de politieke druk van diverse ministers van Cultuur, die zich in de loop der jaren met de zaak bemoeiden, mocht niet baten. Pas toen München een paar jaar geleden een nieuwe burgemeester kreeg en het Lenbachhaus een nieuwe directeur kwam er weer beweging in de zaak.

Christoph von Berg, een van de advocaten van de familie, zegt aan de telefoon: „Een gotspe dat het zo lang heeft geduurd.” Woorden van gelijke strekking noteerde de Süddeutsche Zeitung uit de mond van Lenbachhaus-directeur Matthias Mühling: „De geschiedenis van Moeraslegende maakt duidelijk welke fouten we gedurende generaties hebben gemaakt. Nu is het tijd om politiek stelling te nemen.”

Das bunte Leben

Met de schikking over Moeraslegende is de strijd voor het Lenbachhaus en de gemeente München nog niet voorbij. In maart is een ander schilderij uit de collectie van het museum geclaimd: Das bunte Leben (1907), een vroeg werk van Wassily Kandinsky, met een geschatte waarde van zo’n 70 miljoen euro. De Bayerische Landesbank kocht het schilderij in 1972 en gaf het in bruikleen aan het Lenbachhaus.

Drie erven van de Nederlandse kunstverzamelaar Emanuel Lewenstein hebben de bank in maart in New York aangeklaagd. De Joodse verzamelaar en zijn vrouw overleden voor de oorlog. Het Stedelijk Museum Amsterdam nam het schilderij in 1938 in bewaring, toen de twee kinderen van het echtpaar emigreerden, uit angst voor de nazi’s. In oktober 1940 is Das bunte Leben in Amsterdam voor 250 gulden geveild. Zonder toestemming van de familie, stellen de erven.

Is er een verband tussen de schikking over Moeraslegende en de claim van de erven Lewenstein? De in restitutiezaken gespecialiseerde juriste Evelien Campfens denkt van wel. Ze wijst op het feit dat juridische onderbouwing ontbreekt in de schikking met de familie Lissitzky, die onder strikte geheimhoudingsplicht is gesloten. Vermoedelijk om geen precedent te scheppen, zegt Campfens.

Een gotspe dat het zo lang heeft geduurd.

Ook betwijfelt Campfens of het akkoord alleen stoelt op de welwillende houding van de nieuwe burgemeester en de nieuwe museumdirecteur in München. Zou het niet zo kunnen zijn, zegt de juriste, dat de gemeente heeft willen voorkomen dat de erven Lissitzky een rechtszaak in de VS aanspannen, een trend in Europese restitutiezaken?

Hangende de claim van de erven Lissitzky hing Moeraslegende in het depot van het Lenbachhaus. Het zal nu snel weer op zaal te zien zijn, zegt directeur Mühling. Afgesproken is dat naast het schilderij een informatiebord komt met de geschiedenis van het schilderij en zijn voormalige eigenaresse. De tekst, belooft Mühling, zal duidelijk maken hoezeer het totalitaire naziregime kunst, kunstenaars en kunsthistorici vreesde.