Belgische cellen: ongedierte, lekkende wc’s en slapen op een matje

Belgische gevangenissen

Een Nederlandse rechter weigert verdachten over te leveren aan België. De situatie in de gevangenissen is er „onmenselijk”.

In de gevangenis van Leuven zaten in 2007 drie gedetineerden in één cel: twee slapen in het stapelbed, een op de grond. Nu slapen nog altijd rond 180 gedetineerden in België op de grond. Foto: Rien Zilvold

Meerdere veroordelingen door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Meerdere keren op de vingers getikt door antifoltercomité CPT van de Raad van Europa.

Het is misschien niet het eerste land dat je hiermee zou associëren, toch gaat dit over België. Deze week weigerde een Nederlandse rechter om acht verdachten in een grote drugszaak aan België over te leveren, normaal gesproken een formaliteit. De reden: zorgen over de situatie van gedetineerden in Belgische gevangenissen na een vernietigend rapport van het CPT van twee weken geleden. Dieptepunt is de passage waarin het comité schrijft dat het de afgelopen 27 jaar in de 47 lidstaten nooit eerder zoiets heeft waargenomen.

Belgische gevangenissen kampen al jaren met overbevolking, veroudering en te weinig personeel. In juli waren er 10.412 gedetineerden voor 9.269 officiële plekken. De reden dat het CPT juist nu aan de bel trekt, zijn de cipierstakingen van vorig jaar. Door het gebrek aan personeel, waardoor politie en zelfs leger moesten bijspringen, kregen gevangenen niet op tijd eten of konden ze dagenlang niet luchten en douchen. Ook konden ze vaak geen bezoek ontvangen of hadden ze beperkt toegang tot zorg. „Onmenselijk” en „vernederend”, zelfs gevaarlijk voor gedetineerden, oordeelt het rapport.

Brussel-correspondent Tijn Sadée schreef vorig jaar over de stakingen: Poepen op een emmer naast de ratten

Schimmel op de muur

Dat geldt niet alleen tijdens stakingen. Een 50-jarige ex-gedetineerde, die omwille van zijn slachtoffers niet met naam in de krant wil, bevestigt dat. Hij bracht tussen 2002 en 2009 een tijd door in verschillende Belgische gevangenissen.

In Brugge moest hij met acht mensen een cel voor vier personen delen, met één toilet. In die van Leuven, waar hij de meeste tijd doorbracht, was geen stromend water of toilet in de cel, wel een emmer. Er stond schimmel op de muur. Brandoefeningen waren er nooit. In Hasselt zat de gevangenis zo vol dat gevangenen met twee op een cel voor één persoon zaten, waardoor een van hen op een matras op de grond moest slapen. „Hierdoor hadden we geen plaats over om op te staan of rond te wandelen.” Psychologische hulp was voor niemand beschikbaar, ondanks dat hij als onderdeel van zijn straf later in een psychiatrische instelling werd opgenomen.

Gedetineerden moeten hun behoeften in een emmer doen. Daarom ruikt het er naar stront.

Dit was geen uitzondering. In een NRC-verslag uit 2007 in de gevangenis van Leuven staat dat soms drie gevangenen op een cel van 8 vierkante meter zitten. Een vleugel van de gevangenis „ziet er nog net zo uit als in 1865, toen de gevangenis werd gebouwd”. En over de situatie in sommige andere gevangenissen: „Gedetineerden moeten hun behoeften in een emmer doen. Daarom ruikt het er naar stront, vertelt een cipier die tot voor kort in zo’n gevangenis werkte.”

Lees hier de reportage die Jeroen van der Kris in 2007 schreef: Deur dicht, anders gaan ze lopen

In tien jaar tijd kan veel veranderen. Maar dat is nauwelijks het geval. Volgens de ex-gedetineerde, die nog contacten heeft in de gevangenis, is er sindsdien weinig gebeurd. Dat zegt hij niet alleen, het CPT schrijft in zijn rapport al over „het ontbreken van praktische vooruitgang”. Met grote regelmaat verschijnen onderzoeken die dit bevestigen. In een rapport van januari dit jaar bijvoorbeeld stelt ook de Belgische afdeling van het Internationaal Observatorium van Gevangenissen (IOG) dat er nauwelijks iets verandert.

Lekkend sanitair

Ongedierte, lekkend sanitair, overvolle cellen, meeroken, ontevreden personeel, psychiatrische patiënten tussen de gewone populatie en zonder passende zorg, mensen in de isolatiecel die dagenlang niet kunnen douchen of tandenpoetsen en een „schreeuwend” gebrek aan medisch personeel zijn maar een kleine greep uit de dingen die volgens het IOG nog altijd misgaan. En de overheid doet daar volgens het rapport te weinig aan. In een reactie op het rapport van het CPT zei minister van Justitie Koen Geens (CD&V) de kritiek te aanvaarden. „Iedereen beseft dat deze situatie niet kan duren.”

Eigenlijk geldt voor België de wet van de remmende voorsprong, legt gevangenisdirecteur Hans Claus uit. In de negentiende eeuw liep België juist voorop. „Men kwam van heinde en verre om te kijken naar de gevangenis Leuven-Centraal en daarvoor nog het tuchthuis in Gent.” Pas in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontstond overbevolking. België was niet het enige land waar dit gebeurde, maar terwijl elders werd gereageerd, gebeurde in België niets, zegt Claus.

„Omdat we eerder zo vooropliepen, werd de penitentiaire politiek inhoudelijk niet gewijzigd.”

Inmiddels werkt de Belgische overheid wel aan de situatie, zeker onder minister Geens. Al jaren probeert het ministerie het aantal gedetineerden onder de 10.000 te krijgen. Straffen zijn verkort: onder de drie jaar hoeven veel gestraften niet de cel in. In plaats daarvan krijgen ze een enkelband. In een deel van de gevallen kunnen veroordeelden al na een derde van hun gevangenisstraf vrijkomen. Inmiddels worden ook gevangenissen bijgebouwd en opgeknapt. Volgens een woordvoerder heeft nog maar één gevangenis geen wc in de cel. En met het bijbouwen van Forensische Psychiatrische Centra (FPC’s) hoopt de regering het aantal patiënten in gevangenissen (momenteel 6,75 procent van de populatie) terug te brengen naar nul.

Hiermee wordt echter te weinig structureel veranderd, vindt Claus. Hij werkt al 31 jaar in het Belgische gevangeniswezen, de laatste tien jaar als directeur in Oudenaarde. Door het hoge aantal mensen in voorlopige hechtenis, door rechters die alvast anticiperen op vervroegde invrijheidsstelling door hogere straffen uit te schrijven en door hoge recidive zakt het aantal gedetineerden maar niet onder de 10.000.

Universiteit voor de misdaad

Ook in de gevangenis van Claus moet een tiental mensen op matten op de grond slapen door plaatsgebrek. Hij probeert de situatie op te vrolijken door de muren te kleuren. „Of door het gesprek met gedetineerden aan te gaan: uit te gaan van hun geschiedenis, kennen en kunnen.” Maar uiteindelijk is dat volgens Claus symboolpolitiek. „De gevangenis werkt niet recidivebeperkend”, gelooft de gevangenisdirecteur. Over het algemeen maakt deze „universiteit voor de misdaad” de zaak zelfs alleen maar erger, zeker zonder persoonlijke begeleiding.

„Mensen met allerlei verschillende problematiek worden bij elkaar gezet achter een dikke muur, weg van de samenleving. In 1974 al schreef socioloog Robert Martinson in een bekende studie dat dit niet werkt. Maatschappelijke en persoonlijkheidsproblemen blijven onopgelost en vormen de voedingsbodem voor nieuwe criminaliteit.”

Op initiatief van Claus is een vereniging opgezet om een oplossing uit te werken. Het resultaat: detentiehuizen. Kleinschalige groepen van maximaal dertig gedetineerden worden erin opgesloten. Zo kan elke groep specifieke begeleiding en beveiliging krijgen. De huizen krijgen ieder een concrete sociale, culturele of economische functie in hun omgeving, bijvoorbeeld in de vorm van een sociaal restaurant of verkooppunt voor zelf verbouwde groenten. Zo blijven de gedetineerden en de samenleving met elkaar in contact en kunnen gevangenen er ook makkelijker weer in terugkeren. Claus verwacht de recidive met dit plan terug te kunnen dringen, en daarmee de overbevolking ook.

Transitiehuizen geopend

De Belgische overheid brengt het idee nu in de praktijk. Volgend jaar openen meerdere ‘transitiehuizen’, waar gedetineerden vanaf een jaar voor ze vrijkomen zullen worden voorbereid op hun terugkeer in de samenleving. Nu is die begeleiding er nauwelijks. Bij succes zullen mogelijk ook andere vormen van de unieke detentiehuizen worden ingevoerd. Claus: „Je moet soms eerst diep gaan voor je weer beter kunt worden. We kunnen nu gebruikmaken van onze achterstand om juist een stap verder te zetten dan in de landen om ons heen.”

Documentairemaakster Ellen Vermeulen maakte recent een film over geïnterneerden (gedetineerden met een geestesstoornis) in gewone gevangenissen:

Dit artikel is voor het laatst geactualiseerd op 4 augustus om 11:30 uur. Daarbij is het onderschrift bij de foto toegevoegd.