Aan de zijlijn van de onderwereld

Paul Vugts

Paul Vugts van Het Parool is een van de best ingevoerde journalisten in de Amsterdamse onderwereld. „Als ik iemand voor een snel nieuwtje een oor aannaai, loop ik ook gevaar.”

Paul Vugts: „Criminelen worden niet doodgeschoten om een artikel, maar om grote bedragen.” Foto Merlijn Doomernik

Als een zware crimineel met hem wil praten, spreekt misdaadverslaggever Paul Vugts (43) het liefst af in een hippe koffietent. Dertig minuten voor de afspraak nestelt hij zich aan een tafeltje tegen de muur. Buiten gehoorafstand van freelancers achter laptops, die die dag de onwetende getuigen zijn. Met zo veel mensen in de buurt zal ook een levensgevaarlijke crimineel zich gedeisd houden.

Maar het contrast tussen een crimineel en een hip café is te groot om onopgemerkt te blijven. Mannen die hun dikke Mercedes met knipperlichten aan op de stoep knallen, ook al zijn er genoeg parkeerplekken. Die binnenkomen in een kogelwerend vest en een joggingbroek. Vier Blackberry’s uit hun tas laten vallen en niet doorhebben dat alle ogen in de zaak op hen gericht zijn. Vugts: „Soms krijg ik last van plaatsvervangende schaamte.”

In juli verscheen Afrekeningen, zijn zesde boek. Over de golf van gewelddadige moorden die de Amsterdamse onderwereld de afgelopen jaren teisterde. Vugts, nu zeventien jaar misdaadverslaggever bij Het Parool, is een van de best ingevoerde journalisten in de Amsterdamse onderwereld – al ligt dat volgens hem ook maar net aan wie je het vraagt.

Hij zag de onderwereld veranderen. Vaak opvallend jonge criminelen met een Marokkaanse of Antilliaanse achtergrond spelen er nu de hoofdrol. Ze klommen snel op, van kleine straatcriminaliteit en gewapende overvallen naar liquidaties. „Ze denken dat moord een snelle stap op de criminele ladder is. Als je iemand hebt doodgeschoten, win je aan respect. En dat is waar het om gaat. Aanzien op straat en geld, voor hen is dat hetzelfde.”

Sommige criminelen zijn levensgevaarlijk. Spreekt u met iedereen af?

„In principe wel. Maar als iemand wil afspreken omdat hij woest is over een stuk, stel ik het een dag uit. Of ik vraag een advocaat mee te komen. Die kan dan zeggen dat ik gewoon mijn werk doe. Ze mogen nooit denken dat we bevriend zijn en dat ik geen nadelig stuk over ze schrijf. De regels moeten duidelijk zijn. ‘ Verrader’ is het ergste verwijt dat je in die wereld kan krijgen.

„Je kunt niet over criminelen schrijven zonder ze aan het woord te laten. Ze zijn ook bronnen van informatie – met wie ik wel voorzichtiger ben dan met andere. Maar als iemand uit de opsporingshoek wil afspreken, kijk ik óók wat zijn belang is.”

Geen crimineel wil toch publiciteit?

„Een goede crimineel blijft natuurlijk uit beeld, bij de politie en bij mij. Meestal benaderen ze me omdat ze boos zijn over een stuk in Het Parool. Ik laat ze uitleggen wat niet klopt. Vaak lezen ze iets wat er niet staat. Criminelen denken zwart-wit. Je bent vóór hen of tegen ze. Dat is hun overlevingsstrategie. Ik zeg altijd dat ik aan de zijlijn sta.

„Het is dubbel. Sommigen waren kwaad dat ze in mijn boek staan. Maar dan lopen ze er wel mee te pronken in de bajes. Ik heb er al een paar gesigneerd. Met links: het is niet de bedoeling dat ze een hypotheek afsluiten op mijn naam.”

Vugts is 1,70 meter, draagt een Adidas-vest over zijn zwarte shirt. Van een carrière als misdaadjournalist had hij als jongen nooit gedroomd. Hij zegt ook nooit door misdaad geobsedeerd te zijn geweest. Wat helpt, zegt hij, is het gezinshuis van zijn ouders. „Ik heb één zusje en er waren altijd zes pleegkinderen. Ik groeide op met kinderen uit kapotte gezinnen die geen normale opvoeding hadden gehad. Ik zag hoe levens óók kunnen beginnen. Maar het is geen vrijbrief. Dat zou een belediging zijn voor degenen die zich aan hun rotleven hebben ontworsteld. Superknap. Wie geweld pleegt, is een klootzak.”

U was bij het groepje journalisten dat in december 2016 met misdaadblogger en ex-crimineel Martin Kok lunchte op de dag dat hij werd geliquideerd.

„We waren die middag met zeven, acht misdaadjournalisten. Martin wilde serieus genomen worden en drong al langer aan op een ontmoeting. ‘Volgend jaar weer’, zei hij na afloop. Hij wilde er een traditie van maken. ’s Avonds hebben ze hem gepakt voor de seksclub in Laren waar hij vaak heen ging. Het was niet de eerste poging, hè. Ze hadden al eens een bom onder zijn auto geplakt en een keer op zijn huis geschoten. Als hij werd bedreigd, dreigde hij terug. Ik was eens bij hem thuis, had hij over een motorbende geschreven. Ze belden hem op, om te dreigen en zich te beklagen. Hij schold ze gewoon uit. Hij zei altijd dat hij liever doodging aan een kogel dan aan kanker.”

Wordt u herkend in de stad?

„Ik kies een lager profiel dan sommige collega’s. Hoewel ik nu wel met jou praat. Ik doe ook af en toe tv. Zeker als ik een boek gepubliceerd heb. Ik woon vlak bij een buurt waar veel criminelen wonen. Als ik langs een terrasje met veel boeven loop, vraag ik mijn vriendin of ze wil oversteken. Ik ga niet omlopen, dat is mijn eer te na.”

Hoe vaak is iemand met wie u contact had geliquideerd?

„Meer dan vijf keer. Er is naar mijn inschatting nog nooit een liquidatie gepleegd mede als gevolg van een artikel van mij. Maar nog steeds is het gek. Je hebt met iemand contact en die wordt dan vermoord.”

Bent u weleens bang?

„Bedreigingen doen me wel wat. Ik ben geen held. Ik krijg ze geregeld, maar het beheerst mijn leven niet. Ik heb nog nooit iets gedaan of gelaten naar aanleiding van bedreigingen. Vaak gaat het weer over; soms bemiddelt een advocaat, soms heb ik direct contact.”

„Ik kan goed op mijn handen zitten. Als ik iemand voor een nieuwtje een oor aannaai, loop ik ook gevaar, snap je? Al moet je het belang ervan niet overschatten. Als ik het weet, is het in de onderwereld ook bekend. Criminelen worden niet doodgeschoten om een stukje, maar om grote bedragen, vanwege drugsconflicten.”

Gaat u naar begrafenissen?

„Ik ga nooit naar begrafenissen van criminelen. Ja, van Martin Kok. Dan zie je ook hoe triest dat is. Ze zeggen wel: live fast, die young. Dat is het niet, hoor. Het is een buitengewoon treurige bedoening. Bijna geen vrienden, één broer die naar je begrafenis komt. Nou, dan heb je je leven geleefd. Ik hoop dat op mijn begrafenis meer mensen komen. Als mijn boek zou bijdragen aan de romantisering van criminaliteit, heb ik iets verkeerd gedaan.”