Column

Zijn er straks opeens te weinig werknemers?

Zijn economen en werkgevers bevangen door een vlaag van zomerzotheid? Of knakt een tekort aan arbeidskrachten straks al de economische groei? En de economie was nog maar net op stoom… Deze week publiceerden twee onderzoekers van de Rabobank hun eerste raming van de gevolgen van de knelpunten op de arbeidsmarkt. Hun nieuwsgierigheid heeft een onverbiddelijke logica. De Nederlandse economie verkeert in een hoogconjunctuur. Alle dertien indicatoren van het Centraal Bureau voor de Statistiek presteren boven hun langjarige trends, van de huizenprijzen tot de bedrijfsinvesteringen én de vacatures.

Het UWV, dat onder meer de werkloosheidsuitkeringen betaalt, signaleerde in mei in zijn arbeidsmarktprognose voor 2017-2018 al een verkrapping van de arbeidsmarkt in verschillende bedrijfstakken. De drie sectoren waar de spanning het meest is gestegen zijn: de bouw, de sector zorg en welzijn en het openbaar bestuur.

Ook dat is logisch als je naar de economie en de politiek kijkt. Als de economische groei omslaat in krimp, zoals na 2009 gebeurde, is de bouw altijd de klos. In de goeie jaren zijn er teveel kantoren gebouwd, leegstand groeit, mensen kopen geen huizen, nieuwbouw valt stil.

In reactie op de terugval van de conjunctuur en van belastinginkomsten bezuinigt de overheid. Dat voelen de gezondheidszorg en de overheidsdiensten. Voeg daar een vleugje liberale ideologie (minder ambtenaren) aan toe… en na de personeelskrimp volgen de tekorten. Want de vergrijzing gaat gewoon door. Ook dat is een onverbiddelijke trend.

De vrolijke economische stemming zal gezien de stijgende huizenprijzen en de groeiende werkgelegenheid nog wel even aanhouden. Duitsland, onze belangrijkste handelspartner, verkeert óók in een fase van hoogconjunctuur. De onderzoekers van de Rabobank concluderen in hun analyse „dat de arbeidsmarkttekorten nog niet enorm dramatisch zijn voor een groot deel van de economie.”

Maar dat de spanningen verder oplopen is zonneklaar. De werkloosheid in de leeftijdsgroep 25-45 jaar, de favoriete visvijver van werkgevers, was in juni 3,7 procent (voor seizoensinvloeden gecorrigeerd). Op het dieptepunt van de economische malaise was dat 6,9 procent (februari 2014). Op de piek van de vorige conjunctuurhausse was het maar 2,2 procent (april 2008). Deze getallen duiden er niet op dat de arbeidsmarkt al in lichterlaaie staat.

Maar dé arbeidsmarkt kent meer diversiteit dan uit één werkloosheidscijfer blijkt. De arbeidsmarkt valt uiteen in talloze regionale en sectorale deelmarkten en daar bestaat dan ook nog eens een veelvoud van arbeidscontracten.

Is er dan niks over te zeggen? Op dé arbeidsmarkt spelen twee discrepanties een hoofdrol. Arbeid is meer dan loon alleen. Werkgevers komen er nu weer achter dat je niet zomaar een blik werknemers kunt ‘opentrekken’, maar dat de kosten voor de baat uitgaan. Van stageplaatsen en opleidingen voor jongeren tot en met beleid voor oudere werknemers en de toepassing van robotisering met de menselijke maat.

De andere discrepantie? De arbeidsmarkt is óók gewoon geld. Een tekort aan arbeidskrachten is voor steeds meer werkgevers wel een belemmering, maar onvoldoende vraag van hun afnemers scoort bij de meeste nog net iets hoger. Hoe groter de onderneming hoe meer last zij hebben van een gebrek aan de (consumenten)vraag. Hogere beloningen in de vorm van loon, eenmalige extraatjes of winstdeling zijn een logische oplossing. Werknemers hebben meer te besteden. De werkgever verhoogt zijn populariteit op de arbeidsmarkt.