Interview

‘Slechter dan nu kan het nooit meer gaan’

Randy Newman

Voor het eerst in negen jaar brengt de Amerikaanse singer-songwriter weer een album met liedjes uit. „Trump wordt niet bij naam genoemd in mijn teksten, maar tussen de regels door kun je op Dark Matter vernemen hoe ik denk over een tijd waarin pure dommigheid de norm is geworden.”

“Vroeger was ik een gevierd singer-songwriter. Tegenwoordig betalen ze me om zo weinig mogelijk platen onder mijn eigen naam uit te brengen.” Randy Newman (73) is nog niets van zijn sardonische humor kwijt, nu hij voor het eerst in negen jaar een liedjesalbum uitbrengt. Dark Matter bevat alle elementen die hem groot maakten als liedjesschrijver, arrangeur, humorist en zanger met het herkenbare, nasale timbre.

‘She Chose Me’ en ‘Wandering Boy’ zijn prachtig kleine liedjes, gezongen vanuit het perspectief van de onpartijdige verteller die zonder franje de romantiek van het dagelijks leven beschrijft. ‘Brothers’ en ‘Sonny Boy’ zijn hilarisch beschreven momentopnamen uit de Amerikaanse geschiedenis. De eerste gaat over de gebroeders John en Robert Kennedy aan de vooravond van de mislukte invasie van de Varkensbaai in Cuba.

De ander behandelt het merkwaardige geval van de twee blueszangers die zich allebei Sonny Boy Williamson noemden. Openingsnummer ‘The Great Debate’ is een acht minuten lang spektakelstuk waarin Newman de wetenschappelijke verworvenheden van de evolutietheorie afzet tegen de overtuigingskracht van religieuze dogma’s en gospelmuziek. „Religie wint”, zegt hij droogjes, „want in dat kamp hebben ze de beste muziek.”

Hollywood

Zijn voornaamste dagtaak is tegenwoordig het schrijven van filmmuziek, sinds hij in 1994 de Grammy-winnende soundtrack schreef van de animatiefilm Toy Story. A Bug’s Life, Toy Story 2 en 3, Monsters Inc. en Cars volgden. Als telg uit een familie van filmcomponisten waarin zijn ooms Alfred, Lionel en Emil hun stempel drukten op de muziekgeschiedenis van Hollywood, is Randy Newman nu zelf een gevierd componist.

Zijn vader dacht daar anders over, toen in 1968 zijn debuutalbum Randy Newman Creates Something New Under The Sun verscheen. „‘Betonman’ noemde hij me toen hij mijn foto op de hoes bekeek. Hij zag geen toekomst voor me als popmuzikant. ‘Met dat uiterlijk kunnen we je beter in de tuin zetten’, mopperde hij. ‘Dan hebben de mensen nog een beetje plezier van je’.”

Randall Stuart Newman, geboren in Los Angeles, schrijft liedjes sinds zijn zeventiende. Zijn eerste succes als professioneel songschrijver kwam in 1962, met het B-kantje ‘They Tell Me It’s Summer’ voor The Fleetwoods. Tijdens de Summer of Love van 1967 schreef Newman de songs en de arrangementen van zijn eerste album. „Er hing van alles in de lucht.

Peace & love, iedereen dacht dat het werkelijk zou gaan gebeuren. De Beach Boys maakten fantastische platen; de Beatles moesten hun best doen om mee te komen. Van Dyke Parks, Ry Cooder en ik werkten aan onze debuutalbums. We zaten nog in de reageerbuisfase. Wisten wij veel dat er een drummer mee hoorde te doen op een rock-’n-rollplaat? Ik dacht in pianopartijen en orkestarrangementen, naar het voorbeeld van de filmscores van mijn ooms. Van de Rolling Stones had ik nog nooit gehoord. Een drummer erbij voelde als een indringer.”

Later, op albums als Sail Away, Good Old Boys en Little Criminals, die hem tot een icoon in het singer-songwritergilde van de jaren zeventig maakten, voegde hij zich bij de gangbare praktijk om drummers, bassisten en elektrische gitaren in de opnamestudio toe te laten. In Newmans geval waren dat niet de minsten: drummers Jim Keltner en Earl Palmer, gitaristen Ry Cooder en Joe Walsh en bassisten Willy Weeks en Klaus Voormann stelden zich in dienst van zijn muziek.

Satire is mijn wapen. Dat wordt niet altijd begrepen.

Al die tijd bleef het knagen aan Newman, die bij zijn solovoorstellingen achter de piano vaak beter uit de voeten kon dan in een rock-setting. Terug aan de basis begon hij in 2003 de cd-serie The Randy Newman Songbook waarin hij hoogtepunten uit zijn catalogus als ‘It’s Lonely at the Top’ en ‘Short People’ in hun meest elementaire vorm vertolkte, alleen achter de piano in de opnamestudio.

„De meeste songs van Dark Matter lenen zich voor diezelfde eenvoudige benadering”, zegt Newman over de solo-optredens die hem in februari volgend jaar naar Europa zullen brengen. „Nieuw op deze plaat is dat ik in sommige nummers meer dan één rol vertolk, met name in ‘The Great Debate’ waarin ik zowel de wetenschappers als de religieuze fanaten hun stem geef. Ik ben geen groot politiek commentator, maar dit is een tijd waarin maatschappelijke ontwikkelingen vragen om een reactie. Mijn insteek is altijd om dat met humor te doen, zoals in het nummer ‘Putin’. Het levert geen directe kritiek op de bonte stoet aan wereldleiders die op dit moment de dienst uitmaakt, maar bevat natuurlijk wel mijn commentaar op de gekken die aan de macht zijn.”

Hitler

Op zijn voorlaatste liedjesalbum Harps and Angels (2008) zong Newman het nummer ‘A Few Words in Defense of Our Country’. Daarin stelt hij dat het in vergelijking met Hitler en Stalin relatief nog niet zo slecht gesteld was met de Verenigde Staten onder George W. Bush. „Satire is mijn wapen. Dat wordt niet altijd begrepen. Met ‘Short People’ kreeg ik een lawine van kritiek over me heen omdat een grote groep luisteraars mijn woorden letterlijk nam. Mijn apologie voor de Amerikaanse politiek in ‘A Few Words…’ eindigde met de vaststelling dat de VS als wereldmacht bezig waren om ten onder te gaan als de Spaanse Armada. Ik dacht dat het eindspel van de democratie bereikt was met Bush als president, en kijk eens in wat voor destructief vaarwater we nu zijn aangeland. Trump wordt niet bij naam genoemd in mijn teksten, maar tussen de regels door kun je op Dark Matter vernemen hoe ik denk over een tijd waarin de evolutietheorie ontkend wordt en pure dommigheid de norm is geworden. Op zich stemt het presidentschap van Trump me optimistisch, want slechter dan nu kan het nooit meer gaan. De bodem is bereikt.”

Newman prijst zich gelukkig, maar verbaast zich ook over het feit dat hij zo lang heeft kunnen functioneren in de popwereld. „Ik heb het intense geluk dat mijn platenbaas Lenny Waronker een jeugdvriend van me is. Hij heeft me met veel weg laten komen, nog net niet met moord. De laatste jaren heb ik me meermaals afgevraagd wat er van me geworden zou zijn als ik na mijn eerste album de weg zou zijn ingeslagen van een nummer als ‘Davy the Fat Boy’, met muziek waarin het orkest doorslaggevend was voor het drama. Alsof er een Weense wals gespeeld werd op een Italiaans carnavalsfeest. Uiteindelijk heb ik gekozen voor een simpeler stijl. Niet omdat ik dacht dat ik hitsingles kon schrijven, maar wel omdat ik succes wilde hebben. Toen ik net begon kon ik me niet eens voorstellen dat er ook maar iemand zou zijn die mijn muziek mooi kon vinden. Dat liep gelukkig anders.”

‘Short People’ uit 1977, zijn enige hit in Amerika, noemt hij „het slechtst mogelijke voorbeeld van een one hit wonder. Om te beginnen was er de controverse van mensen die dachten dat ik kleine mensen een trap na wilde geven. Daar gingen de scherpe kantjes in de loop der jaren vanaf. Het is niet meer dan een noveltysong. Een uit de hand gelopen grap en daarmee de slechtst denkbare manier om als componist serieus genomen te worden. Ik ben blij dat ik na Toy Story een naam heb kunnen opbouwen als maker van filmmuziek. Elke werkdag zet ik me achter de piano en is er een concrete klus waaraan ik kan werken, zoals de muziek van Cars 3 die nu uit is.”

“Liedjes schrijven is luxe, maar het is ook een uitputtende zoektocht naar inspiratie die ik niet altijd kan opbrengen. Gedurende het hele Obamatijdperk heb ik niets van me laten horen als liedjesschrijver. Niet omdat ik het altijd eens was met Obama, maar omdat het me zo lang gekost heeft om weer een heel album bij elkaar te schrijven. De timing voor dit nieuwe werk is goed. De wereld en ik kunnen niet zonder elkaar.”