Praag, Boedapest, Boekarest: ‘het nieuwe Berlijn’ is overal

Oost-Europa

Opwaartse migratie verandert de aanblik van steden in de wereld. Berlijn is het überhippe voorbeeld waaraan veel Oost-Europese hoofdsteden zich spiegelen.

Een stadstuin in Boedapest. Foto Alicia Garcia/Getty

Voor de oudere inwoners van Boedapest heeft de naam Józsefváros een naargeestige bijklank: lange tijd gold deze wijk van de Hongaarse hoofdstad als getto van junks en havelozen, tussen brede wegen waar je zo een been verliest als je niet uitkijkt bij het oversteken.

Reisblogs voor trendgevoelige millennials typeren de wijk daarentegen als onderdeel van ‘het nieuwe Berlijn’ dat al jaren ligt te gisten achter de schilderachtige gevels van de Hongaarse hoofdstad.

Het nieuwe Berlijn? Het zal wel. Oppervlakkige gelijkenissen zijn er in wijken als Józsefváros zeker. Een groeiende meute hedonisten betrekt hier goedkope appartementjes in verkruimelende belle époque-panden. Overdag relaxen ze in tuinbars met leunstoelen van gerecycled hout. ’s Nachts dansen, zoenen en kotsen ze op binnenplaatsen van woonkazernes met backpackers uit Sydney en weekendtoeristen uit Zwolle.

Leuk, maar allesbehalve uniek. Overal in Oost-Europa voeden city-marketeers en lifestyle-journalisten dezelfde hype: eergisteren vond je het ‘nieuwe Berlijn’ in Praag, gisteren in Boedapest, vandaag in Belgrado. En het nieuwste Berlijn? Boekarest.

Berlijn als verzamelnaam van kosmopolitische uitgaanscultuur en gezellige rommeligheid, met een postcommunistische rafelrand. In werkelijkheid is de berlijnisering van Oost-Europa vaak niet meer dan het sociale proces van gentrification: binnen- en buitenlandse kapitaalkrachtigen die andere bewoners naar buitenwijken verdringen.

Boedapest
Foto’s Joszefvaros (b) en Kertem (o) via Flickr

Vietnamese food trucks, koffiebars, 24/7-drankholen: ja, het Prenzlauerberg en Mitte van de vrolijke yuppen en bierfietstoeristen hebben hun evenbeelden in Boedapest. Langer zoeken is het naar de boze krakers die loftcomplexen besmeuren met slogans als ‘Berlin bleibt dreckig’.

Boedapest is vaak ‘dreckig’, maar zelden uit overtuiging. „Willen jullie een emmer pis op je kop?”, riep laatst een man uit het raam tegen luide feestvierders bij de concertzaal naast zijn flat. Hij moest vroeg op, om te werken voor een loon ver onder het Berlijnse gemiddelde. Wat moesten al die freaks in zijn buurt?

Linksig ogende kroegen zijn er ook in Boedapest, maar vooral in wijken die buitenlanders aandoen. Het handjevol antikapitalistische stokebranden dat je er aantreft, deelt de toog bovendien met de AirBnB-eigenaars en -klanten die de huurprijzen in het centrum laten ontploffen.

De binnenstad bloeit, maar is in stijgende mate de speeltuin van welgestelde expats, werknemers van multinationals en lokale oligarchen. Die laatsten tonen hoe dun het wereldse glazuur is: in poenerige restaurants praten ze Engels met internationale zakenpartners, Hongaars met politici die buiten Boedapest provinciaals chauvinisme opstoken.

In Belgrado – recent door Vogue uitgeroepen tot nieuw Berlijn - is het niet anders, meent Aleks Eror, Berlijner geboren in de Servische hoofdstad. „Belgrado is in het beste geval het nieuwe Boedapest”, schrijft hij op de site van het hippe Oost-Europa magazine The Calvert Journal.

Kaarten op tafel: ook de auteur van dit stuk heeft de spannende kwaliteiten van die stad wel eens fors aangezet in een artikel. Maar ik geloof Eror graag wanneer hij zegt: „Al is Belgrado goed voor een city break, ik stel vast dat zij die er het meest van genieten de optie hebben om te vertrekken wanneer ze willen.”

Lees hier de reisreportage die Roeland Termote in 2014 schreef: Belgrado is zwartgallig en speels tegelijk

Zo vertrouwd is het ‘nieuw Berlijn’-concept dat ook de afkeer ervan een genre op zich is geworden. Maar er is hoop voor de regio. Opgevangen aan een cafétafel in Boedapest: „Ik verhuis naar Thailand: Chiang Mai is het nieuwe Praag.”