Column

Op pad voor ach en wee en ratjetoe

Joyce Roodnat

Joyce Roodnat ziet in Brussel een kunstwerk dat ze nooit meer zal vergeten: ‘1943’ van Francis Alÿs.

‘Het afwezige museum’ heet het en het bevindt zich in Brussel. Wat elkaar tegenspreekt, dus dat wil ik zien. In de zalen van Wiels, centrum voor hedendaagse kunst middenin de stad, is het afwezige museum zeer aanwezig. Het gaat over ‘Europa’. Dat blijkt weer eens een weke leidraad, alleen te volgen voor wie vele vellen uitleg leest. Maar ik zit er niet mee. Want deze expositie brengt me het genot van een kunstwerk dat ik nooit meer zal vergeten: 1943 van de Belgische Mexicaan Francis Alÿs. Ik zie 32 onder elkaar gedrukte regels.

Alle 32 beginnen ze met „Ik denk aan” en dan volgt wat Europa’s erkend grote kunstenaars deden in 1943, het jaar dat de nazi’s definitief hun wrede muil lieten zien. Alÿs denkt aan Morandi op zijn heuvel in Mussolini’s Italië, aan Matisse aan de Riviera, „schilderend met scharen”. Aan Marinetti, „ziek terug van het Russische front”. Aan Leni Riefenstahl, filmend met „figuranten uit de concentratiekampen” en aan Camille Claudel, stervend in een gekkenhuis. Al deze kunstenaars stonden machteloos, ongeacht of ze leden, heulden of de werkelijkheid ontkenden. Ze waren eigenlijk allen monddood – en dat zit voor een kunstenaar dicht bij hersendood.

Het werk 1943 is niet meer dan 32 regels in zwarte drukletters op een witte muur. Het is kansloos voor opname in de rangen van de Tien topstukken on tour, de revue met „klinkende namen” die vanaf oktober door Nederland reist met als enig doel het publiek oh! en ah! te laten roepen. Het gaat om ‘sterren’: „Rembrandt, Appel, Steen, Monet, Picasso”. In deze combinatie en buiten hun context van Kröller-Müller, Van Gogh, Rijks en Mauritshuis, is hun werk een stuurloos ratjetoe. Wie het wil zien, kan dat toch al doen. Ze zijn nooit ver weg.

Francis Alÿs: 1943 (2012, detail)

Foto Erik van Zuylen

Nog moedelozer werd ik van het bericht over een reizende Auschwitz-expositie, ook dit najaar, door Europa en de VS. Ik snap de reden: de Endlösung dreigt abstracte geschiedenis te worden . Maar om nou mensen zich te laten vergapen aan „600 originele stukken”, aan spullen van vermoorde Joden (de brillen, de kinderschoenen) en hun beulen (de SS-gespen), plus een originele barak en een originele veewagon… Gratuit ach en wee, dat vrees ik.

Noch de horreur van het vernietigingskamp, noch de onwaarschijnlijke brille van Rembrandt en Picasso hoor je thuisbezorgd te krijgen. Het is iets ongelooflijks. Daar doe je moeite voor. Door op pad te gaan en het te ervaren in een omgeving waar het bloeit. En nu niet zeggen, jij hebt makkelijk praten. Jij woont in Amsterdam, alles ligt bij jou op de stoep. Nee hoor. Ik ging naar Brussel. Naar Wiels. Waar ik in ontzag werd vastgenageld door 1943, het meesterwerk van Francis Alÿs.