NRC checkt: ‘Ook de oermens liet diersoorten uitsterven’

Dat zei microbioloog Rosanne Hertzberger in Zomergasten.

Een mammoet is door het ijs gezakt en probeert uit het water te komen. Foto Getty Images

De aanleiding

NRC-columnist Rosanne Hertzberger begon de eerste aflevering van Zomergasten met een scène uit de film Dances with Wolves, waarin Kevin Costner met indianen op bizons jaagt. De film suggereert dat de indianen respectvol met de natuur omgingen door niet alle bizons af te schieten, in tegenstelling tot de Europese kolonisten die hele kuddes afslachtten. De scène verwijst volgens Hertzberger naar de mythe dat naast natuurvolken in zijn algemeenheid ook voorlopers van de mens wel in harmonie leefden met de natuur. Maar dat klopt niet, zegt ze. In werkelijkheid heeft de oermens honderden diersoorten weggevaagd. „De vroege mens heeft doorgejaagd tot de laatste op zijn bordje lag”, aldus Hertzberger.

NRC-lezer Niko Koers vraagt Hertzbergers bewering te controleren.

Waar is het op gebaseerd?

Hertzberger, die ook een aantal pagina’s aan het onderwerp wijdt in haar boek Ode aan de E-nummers, laat weten zich te baseren op de populair-wetenschappelijke boeken Guns, Germs, and Steel van Jared Diamond, Sapiens van Yuval Noah Harari en The Sixth Extinction van Elizabeth Kolbert. De passages in Ode aan de E-nummers verifieerde ze bij emeritus hoogleraar paleontologie Bert Boekschoten.

En, klopt het?

Alles wijst erop dat de oermens inderdaad talloze diersoorten heeft doen uitsterven. 70.000 jaar geleden trok de Homo sapiens, de soort waartoe alle moderne mensen behoren, vanuit Afrika naar Europa, Azië en de rest van de wereld. Archeologische vondsten uit die gebieden, zoals fossielen en pijlpunten, vertellen in grote lijnen hetzelfde verhaal: talloze soorten legden het loodje kort nadat de oermens een gebied kwam bevolken.

Grote, harige zoogdieren werden het hardst getroffen. Grofweg de helft van deze soorten vond zijn einde toen de prehistorische mens zich over de wereld verspreidde. Voor de komst van de oermens liepen op het Amerikaanse continent kamelen, olifanten en een zes meter hoge grondluiaard rond. Europa was de thuisbasis van de mammoet, de sabeltandtijger en de harige neushoorn. Australië verloor zelfs 23 van zijn 24 grote dieren.

Ook een groot aantal insecten-, vogel- en zelfs menssoorten zoals de neanderthaler verdwenen even nadat Homo sapiens op het toneel verscheen.

Paleontologen waren het lange tijd oneens over de exacte oorzaak van deze uitstervingsgolf in het Laat Pleistoceen. Vaak werd niet de mens, maar klimaatverandering als schuldige aangewezen.

Inmiddels is er wel consensus, zegt hoogleraar vertebratenpaleontologie Jelle Reumer van de Universiteit Utrecht: de mens heeft met zijn vergevorderde jachttechnieken deze massamoord ten minste gedeeltelijk op zijn geweten. Dat Afrika nog veel grote dieren kent, komt waarschijnlijk doordat deze soorten mee-evolueerden met de langzame verbetering van de jachttechnieken van de mens. De dieren hebben zo de mens leren vrezen. Grote dieren op andere continenten, waar de mens plotseling werd geïntroduceerd, hadden weinig angst voor de aapachtigen die op hen kwamen jagen met hun speren en hun vuur.

We kunnen het klimaat niet helemaal als schuldige uitsluiten, zegt Reumer. Het Laat Pleistoceen is het tijdvak waarin de laatste ijstijd ten einde kwam, de temperaturen stegen en het klimaat natter werd. Daardoor veranderde de vegetatie in korte tijd, wat ingrijpende gevolgen had voor de diersoorten die van planten afhankelijk waren. Het klimaat kan echter niet de enige boosdoener zijn , omdat de grote dieren in bijvoorbeeld Australië, Europa en Amerika andere ijstijden met glans overleefden. „Het zou best kunnen dat veel dieren door het veranderende klimaat al in moeilijkheden waren, maar dat de menselijke jacht de druppel is geweest die de emmer deed overlopen”, zegt Reumer.

Reumer wijst nog op een belangrijk verschil tussen het uitsterven van dieren toen en nu. Het tempo waarmee momenteel soorten verdwijnen ligt vele malen hoger dan destijds. „We moeten de huidige uitstervingsgolf dus niet bagatelliseren door te wijzen naar onze verre voorouders”, aldus Reumer.

Conclusie

Paleontologen zien de mens en zijn gevorderde jachttechnieken als belangrijke oorzaak voor het uitsterven van een groot aantal diersoorten in het Laat Pleistoceen. Klimaatverandering kan hier ook aan hebben bijgedragen. Al met al beoordelen we de stelling dat de vroege mens een groot aantal diersoorten heeft laten uitsterven als waar.