Maanden onzeker of je toch Kamerlid mag worden

Wachtkamerleden

Net-niet-verkozenen op de kieslijsten kunnen alsnog in de Kamer komen, als een fractielid het kabinet in gaat. „Ik had niet kunnen voorzien dat het zó lang spannend zou blijven.”

NRC studio

De nu op twee na langste formatie ooit houdt Den Haag al maanden in onzekerheid. Komen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie er met elkaar uit? Wat wordt hun beleid? En wie komen er dan in het kabinet? Het antwoord op die vragen is extra relevant voor een aantal mensen wier professionele toekomst ervan afhangt: de politici van formerende partijen die nét te laag op de kandidatenlijsten stonden om in maart direct in de Tweede Kamer te worden gekozen. Zij maken namelijk opnieuw kans als er straks ministers en staatssecretarissen worden benoemd. Na elke formatie schuiven een paar Kamerleden door, die dan een plekje vrijmaken voor partijgenoten lager op de lijst.

Voormalig Kamerlid Roald van der Linde, eerste opvolger bij de VVD (33 zetels), weet vrij zeker dat hij terugkeert: „Ik ben Kamerlid in ruste en Kamerlid in spe.” Maar voor de nummer 7 op de lijst van de CU (5 zetels), Don Ceder, is de situatie ongewisser: „Ik merk het wel”, zegt hij.

Deze hooggenoteerde opvolgers op de kandidatenlijsten van de formerende partijen hebben een naam: ‘wachtkamerleden’. Maar ze hebben geen formele status, krijgen geen vergoeding, noch stemrecht zodra er een regeerakkoord ligt. Terwijl elk van deze aspirant-Kamerleden straks cruciaal kan zijn voor een kabinet dat steunt op een minieme meerderheid van 76 zetels.

Lees ook De Haagse Stemming van redacteur Emilie van Outeren: Voorzichtig optimistisch op formatievakantie

Voorkeurstemmen

Sommige partijen betrekken de potentiële Kamerleden bij de fractie en de formatie. Bij de VVD zijn de eerste vijf opvolgers op de lijst wekelijks welkom bij de fractievergadering. Roald van der Linde, die in 2012 ook in de Kamer kwam nadat hij in de wachtkamer had gezeten, leeft van zijn wachtgeld. Hij gaat bijna elke dag naar Den Haag. „Gelukkig mocht ik mijn telefoon en parkeerplaats houden”, zegt hij. Een andere baan zoeken heeft geen zin. „Want je weet nooit wanneer je tot het ambt geroepen wordt.”

Bij D66 (19 zetels) schuiven de nummers 20 tot en met 22 van de lijst aan bij fractievergadering – de partij lijkt dus rekening te houden met drie doorschuivers uit de huidige fractie naar het kabinet. Bij de CU zijn alle wachtkamerleden welkom, als ze willen. Het CDA (19 zetels) heeft ervoor gekozen ze niet uit te nodigen. Hun wachtkamerleden zijn ook niet inhoudelijk op de hoogte van het formatieproces. „Ik vind dat wel zuiver. Want waar trek je anders de streep?”, zegt Evert Jan Slootweg.

Net als andere wachtkamerleden heeft hij begin dit jaar een intensieve verkiezingscampagne meegemaakt die eindigde in een anticlimax. Slootweg stond 19de op de CDA-lijst, maar werd ingehaald door een kandidaat met voorkeurstemmen, Maurits von Martels. Slootweg: „Ik wist voor de verkiezingsavond: we moeten op 21 of 22 zetels uitkomen om zeker te zijn van mijn positie. Want het CDA heeft de mooie traditie dat er altijd wel iemand met voorkeurstemmen voorrang krijgt.”

Lees ook: Voor een nieuwe kabinetsploeg is een flink stel nieuwe bewindslieden nodig. Deze zeven outsiders zitten straks misschien in het kabinet.

Ruiken aan het lidmaatschap

Omdat het een paar dagen duurde voordat alle voorkeurstemmen waren geteld, mocht Slootweg één dagje ruiken aan het Kamerlidmaatschap. De dag na de verkiezingen moest hij naar het Binnenhof in plaats van naar zijn werk bij Divosa, de vereniging van sociale diensten. Onder meer om Sybrand Buma tot fractievoorzitter te kiezen. De volgende dag werd hij gebeld: het ging toch niet door. „Mijn drie kinderen waren vooral teleurgesteld dat ik mijn splinternieuwe telefoon en iPad weer moest inleveren”, relativeert hij.

Monica den Boer hoopte als runner-up van D66 juist profijt te hebben van voorkeurstemmen. Het zelf achter de pc optellen van haar voorkeurstemmen „was voor mij spannender dan de verkiezingsavond”. Het bleken er 13.582 te zijn, 4.000 te weinig om direct te worden verkozen.

De onzekerheid heeft praktische consequenties. Kun je als aspirant-Kamerlid op vakantie?

Stieneke van der Graaf beleefde met de CU een prachtige verkiezingsavond, toen de exitpolls haar partij op 15 maart zes zetels gaven – waarvan de laatste voor haar. Toen zij de volgende ochtend wakker werd, waren het er toch vijf. Vervolgens gingen VVD, CDA en D66 met GroenLinks onderhandelen. En na een onaangenaam gesprek tussen Alexander Pechtold en Gert-Jan Segers dacht ze: „Dat wordt ’m dus niet.” Nu de CU sinds drie weken toch aan rafel zit, maakt ze weer kans. „Ik had een jaar geleden niet kunnen voorzien dat het zó lang spannend zou blijven.”

Spannend is het ook voor de formerende partijen zelf, want de huidige wachtkamerleden hebben illustere voorgangers. Na de formatie van 2012 kwam bij de VVD de latere afsplitser Johan Houwers in de Kamer. Bij de PvdA kwam Selçuk Öztürk zo binnen, om er vervolgens met zijn zetel vandoor te gaan en Denk op te richten.

NRC beantwoordt een selectie van vragen van lezers over de formatie. Dit is wat u wilt weten over de kabinetsformatie.

Vakantiestress

De onzekerheid heeft praktische consequenties. Kun je als aspirant-Kamerlid op vakantie? En hoe regel je qua werk dat elke dag je laatste op kantoor kan zijn?

Werkgevers van de wachtkamerleden in loondienst zijn begripvol, maar vier van de acht geïnterviewden zijn zzp’er. Judith Tielen, nummer 38 van de VVD, heeft een bureau in strategisch marketingadvies. Bij elke nieuwe klus is het onzeker of ze die kan afmaken. „Dat is prima voor klanten met wie ik eerder gewerkt heb, maar bij nieuwe verzoeken voel ik wel aarzeling als ze horen van mijn situatie.”

Rutger Schonis, de nummer 23 van D66, heeft kort geleden zijn baan opgezegd. „Toen ik me kandideerde voor de Kamer, ben ik voor mezelf begonnen. Dat maakt me veel flexibeler.” Schonis verwacht, met nog drie wachtenden voor hem, niet dat hij instroomt zodra er een kabinet is. „D66 heeft een grote traditie dat bewindspersonen van buiten komen.” Hij hoopt op een later moment toe te treden. „Wie weet wordt na de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar iemand wethouder. Of kan ik tijdelijk iemand vervangen die met zwangerschapsverlof gaat.”

Voor CU’er Don Ceder zou het eigenlijk slecht uitkomen wanneer hij als nummer 7 op de lijst binnenkort alsnog naar Den Haag moet. Toen er nog met GroenLinks werd onderhandeld, kandideerde de advocaat uit Amsterdam zich met succes voor het lijsttrekkerschap van zijn partij voor de raadsverkiezingen in maart. Ceder: „Wat eerder een onmogelijk scenario leek, zou nu tot een probleem kunnen leiden.”

De meesten hadden erop gerekend voor de zomer duidelijkheid te hebben. Zij boekten vakanties in het reces, en niet per se op een bestemming met goed bereik. Wytske de Pater-Postma, de nummer 22 van het CDA, zit wekenlang op een Franse camping zonder wifi. „Het zou dus zomaar kunnen dat er een kabinet is en ik van niks weet”, zegt ze.

De Pater lijkt het van alle wachtkamerleden het minst spannend te vinden. „Ik ben er totáál niet mee bezig”, zegt ze lachend. Als iemand kan weten hoe het is om in afwachting te zijn van een mogelijk Kamerlidmaatschap, is zij het. Haar schoonmoeder, Marleen de Pater, zat bijna drie jaar op de reservebank voor ze in 2001 CDA-Kamerlid werd. „Het is een familietraditie”, aldus De Pater. Ze hoopt dat het er op termijn ook voor haar van zal komen. Thuis heeft ze de hoeden bewaard die haar inmiddels overleden schoonmoeder droeg op Prinsjesdag. „Ik denk niet dat ik er dit jaar al één kan dragen, maar hoop bij de Prinsjesdag daarna wel de kans te krijgen.”