In het voetbal groeide Qatar uit tot een basisspeler

In de sportwereld is Qatar niet meer weg te denken. Het land dat het WK voetbal in 2022 organiseert, financiert nu ook de grootste transfer uit de voetbalgeschiedenis.

Voetbalgoal aan het strand met de skyline van Doha, Qatar op de achtergrond. Foto Karl-Josef Hildenbrand/EPA

De kleine Golfstaat Qatar heeft de rijkste inwoners ter wereld met een bruto nationaal product per hoofd van de bevolking van bijna 130.000 dollar (met Nederland op nummer 15 volgens Business Insider met 51.000 dollar).

De verklaring vormen naast de olie de grootste gasvoorraden ter wereld, bij een bevolking van nog geen 300.000 staatsburgers. Om hun landje breder op de kaart te zetten, maakten ambitieuze emirs aanvankelijk naam als bemiddelaars in internationale crises. Later zetten zij hun geld op fundamentalistische oppositiebewegingen, in de hoop die in de Arabische wereld aan de macht te brengen en zo hun eigen invloed te verspreiden. Daarmee maakten zij voorlopig vooral hun buren kwaad: zie de huidige crisis tussen Qatar en Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein en Egypte.

Maar parallel daaraan zijn de laatste jaren feitelijk met datzelfde doel miljarden dollars geïnvesteerd in sport, met name, maar lang niet alleen, voetbal. Met meer succes dan die van de politieke investeringen: het minuscule Qatar is niet meer weg te denken van het voetbalveld.

Half miljard dollar per week

Geld speelde tot voor heel kort nauwelijks een rol. De Qatarese minister van Financiën, Ali Sharif al-Emadi, vertelde in februari dat bijna een half miljard dollar per week werd uitgegeven aan infrastructurele projecten in de aanloop naar de WK voetbal in 2022. En, voegde hij eraan toe „dit gaat de komende drie tot vier jaar zo door om het land werkelijk klaar te krijgen voor 2022”. Hij sprak van een totaalbedrag van 200 miljard. „Het gaat niet alleen om stadions, maar ook om wegen, spoorlijnen, havens, vliegvelden, daar zijn we al werkelijk mee bezig, maar zelfs ziekenhuizen en dergelijke.”

Ondanks de bezweringen van de minister heeft inmiddels de verslechterende economie als gevolg van de structureel lage olie- en gasprijzen wel tot bezuinigingen op het budget voor WK-infrastructuur geleid. Daar is nu de vraag bij gekomen of het hoogopgelopen conflict met de buurlanden de bouwplannen gaat dwarsbomen. Door de blokkade van zijn landgrens met Saoedi-Arabië en de sluiting van het luchtruim van de tegenstanders voor verkeer van en naar Qatar, is het land eenvoudig minder bereikbaar geworden voor zowel bouwstenen als bouwvakkers, dat wil zeggen de slecht betaalde en volgens mensenrechtenorganisaties uitgebuite arbeiders uit Azië.

PSG als investering

Maar het geld is bepaald niet op, getuige de aanstaande transfer van de Braziliaanse voetballer Neymar naar Paris Saint-Germain. En dit is ook niet zomaar een gril van een individuele miljardair die niet weet wat hij met zijn geld aanmoet. De Parijse voetbalclub werd in 2011 gekocht door Qatar Sports Investment (QSI), dat weer een tak is van de Qatar Investment Company, in 2005 opgericht door de toenmalige emir, Hamad bin Khalifa al-Thani, en nu geleid door zijn zoon en huidige emir, Tamim. De aankoop van de club is niet alleen ter wille van het imago, maar is gewoon een investering die geld moet opleveren, net zoals bij voorbeeld Harrods en The Shard in Londen dat zijn. Qatar wil minder afhankelijk worden van olie en gas.

QSI-chef Nasser al-Khelaifi (43) die meteen ook voorzitter van Paris Saint-Germain werd, verwoordde dat in 2011 zo tegenover de Financial Times: „Over vijf jaar willen we een van de beste clubs in Europa zijn en de Champions League winnen. En ons merk moet dan 1 miljard euro waard zijn. En dat gaat gebeuren.”

Ex-tennisprof Khelaifi is een goede vriend van emir Tamim, met wie hij in de nationale tennisploeg zat. Hij is ook minister zonder portefeuille en leidt de beIN Media Groep, het vroegere Al Jazeera Sport, die onder andere al de uitzendrechten heeft verworven voor het Midden-Oosten op belangrijke voetbaltoernooien, inclusief de WK. Geen wonder dat het Franse voetbalblad L’Équipe hem in 2015 de invloedrijkste figuur in het Franse voetbal noemde. „Hij hoeft niet veel te praten om gehoord te worden.”