Column

Eerst je klus afmaken, dan pas met vakantie

Je hebt formeren, en je hebt machoformeren. Nederlandse politici houden van die laatste variant. Lange uren maken. De hele zomer doorgaan – ook al ligt de rest van het land op het strand. Een formatie is pas een formatie als het een slijtageslag is.

In die traditie is dit jaar een gevoelige bres geslagen. Eerst was er de ‘papadag’ van Jesse Klaver. Daarna het uitje van Gert-Jan Segers naar U2 in Berlijn. En nu zijn de onderhandelaars van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie drie hele weken op vakantie. Informateur Gerrit Zalm heeft van tevoren beloofd dat hij ze niet zal storen.

Je kunt zeggen: heel verstandig. Een gezonde correctie op een merkwaardige Haagse gewoonte. Laat die politici even uitpuffen, hun gedachten ordenen. Ze hebben een slopend half jaar achter de rug, met een verkiezingscampagne en een formatie waar geen einde aan lijkt te komen.

Jan Schinkelshoek denkt daar anders over. Op een zomerse ochtend tref ik hem op een terras in Zwolle. Schinkelshoek (63), CDA’er, is een man van het beschaafd-ouderwetse soort: altijd getooid met een vlinderdasje of, nu het vakantie is, een chokertje. E-mails en sms-berichten heft hij aan met „amice”.

Eén keer eerder werd in een formatie voorgesteld om te pauzeren – en het plan kwam van Schinkelshoek. In de zomer van 2010, hij was Kamerlid in spe, keerde hij zich samen met Ab Klink tegen samenwerken met de PVV. Ze deden de CDA-fractie een voorstel: laten we een time-out inlassen in de onderhandelingen. Eventjes vrij om bij zinnen te komen.

Het plan van hem en Klink, vertelt Schinkelshoek, werd „met grote, robuuste gebaren” van tafel geveegd door Maxime Verhagen. „Hij wilde dóór, was bang dat het momentum zou verdwijnen als we een pauze namen.” Een paar weken later verlieten Schinkelshoek en Klink de politiek. De samenwerking met de PVV kwam er.

Toch begrijpt Jan Schinkelshoek niet waarom de onderhandelaars zichzelf nu drie weken vrij hebben gegeven. „Misschien ben ik te calvinistisch, maar je kunt niet met vakantie gaan voordat je de klus hebt afgemaakt.” Je moet, zegt hij, alleen een pauze nemen als daar politieke redenen voor zijn. Grote onenigheid en spanningen en psychologische druk, zoals in 2010. „Volgens mij zijn die er nu niet. Dus ik zou zeggen: gewoon doorgaan.”

Weet je, zegt Schinkelshoek, vermoeidheid is ook een „weerspiegeling van je politieke gestel”. Geloof je erin, dan heb je adrenaline, dan wil je door. Dat was Verhagen. Heb je twijfels, dan neemt de uitputting bezit van je – en wil je niets liever dan stoppen. Dat was Klink.

Afgaande op de vermoeide, bleke gezichtjes die je zag op de laatste dag voor de formatievakantie is mijn indruk: meer Klink dan Verhagen.