Column

Een salonbevalling, mevrouw

Gerrit-Jan Kloosterman was nog maar net aan zijn lange loopbaan als gynaecoloog begonnen toen hij op een avond bij een jonge vrouw werd geroepen. Ze was hoogzwanger van haar tweede kind en ’s middags had ze wat buikpijn gehad, haar man maakte zich zorgen. Maar toen Kloosterman binnenkwam, liep zij vrolijk rond om iedereen thee in te schenken – er was bezoek. Kloosterman kreeg ook thee en wilde weer weggaan, maar stelde toch voor haar even te onderzoeken. Het was hem opgevallen dat de vrouw af en toe een minuutje stilviel. In de slaapkamer stelde hij vast dat haar baarmoeder al helemaal ontsloten was. „Pers maar flink mee”, zei hij bij de volgende wee. Even later kon hij de verbaasde echtgenoot en de gasten vertellen dat er een jongetje van zeven pond was geboren.

Zo kán het dus gaan, zou Kloosterman rond 1955 in zijn Moedercursus voor ‘a.s. vaders en moeders’ schrijven. Een normale bevalling hóéft geen pijn te doen. Die enge verhalen die je altijd hoorde waren bedoeld om vrouwen angst aan te jagen. En angstige vrouwen, schreef hij, leden meer pijn.

Kloosterman was van 1957 tot 1983 hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en stond in de vooruitstrevende traditie van de gynaecoloog Hector Treub, de oprichter van de Vrouwenkliniek in wat nu het Academisch Medisch Centrum is. Hij bekommerde zich zeer om de ellende van vrouwen die geen macht over hun eigen lichaam hadden en kind na kind kregen. Hij pleitte rond 1900 al voor ‘preventief (seksueel) verkeer’ en ‘facultatieve steriliteit’ – zeer antichristelijk.

Hoezeer Kloosterman gedreven werd door zíjn antichristelijke gevoelens werd me duidelijk toen ik doorlas in Moedercursus – ik had een exemplaar van het boek gevonden tussen de spullen van mijn overleden moeder. Waarom, schreef hij, werden vrouwen zo bang gemaakt? Omdat het in de Bijbel stond. Als straf voor de zondeval zouden hun zwangerschappen en bevallingen zwaar en pijnlijk zijn. Genesis 16. Dus wáren hun zwangerschappen zwaar en pijnlijk.

Mijn moeder kwam uit een gereformeerde familie en ze trouwde met een gereformeerde man, mijn vader. Maar na haar zesde kind ging ze ’s zondags niet meer mee naar de kerk. Ze had helemaal nooit in God geloofd, vertelde ze me een paar jaar voor haar dood. „Ik deed alsof voor de lieve vrede.” Of het wat met Kloosterman en zijn Moedercursus te maken heeft weet ik niet, maar zelfs in haar dementie kon ze vol trots vertellen met hoeveel gemak ze haar kinderen ter wereld had gebracht. „Dan was het weer voorbij en dan zei de huisarts tegen me: het was weer een salonbevalling, mevrouw.”

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) vervangt Jutta Chorus