Eén bus kletsende Duitsers en weg zijn de vogels

Natuurliefhebbers

In het Lauwersmeer zijn paaltjes, borden en hekken nodig om de vogelaars, mountainbikers, wandelaars en ruiters van elkaar te scheiden.

‘Ik ben speciaal voor de bloeiende parnassia naar het Lauwersmeer gekomen”, vertelt een eenzame wandelaar aan de bosrand. Nu wil hij graag van Jaap Kloosterhuis weten waar hij orchideeën kan vinden, en duizendguldenkruid. De boswachter wijst hem geduldig de plekken op de kaart. „Oei, dat ga ik vandaag niet redden”, zegt de man voor hij verder speurt.

Het Lauwersmeer is vooral in trek bij natuurliefhebbers. Zij komen voor de variatie aan planten en vogelsoorten als baardmannetjes en rallen. Maar afgelopen jaren hebben ook mountainbikers het natuurgebied ontdekt. Kloosterhuis toont midden in het bos een north shore, een van planken getimmerde brug in het vorig jaar geëffende mountainbikeparcours. Dat kruist op een tiental punten met paden voor fietsers en wandelaars.

Het is druk op de paden van Staatsbosbeheer, met wandelaars, fietsers, ruiters, hardlopers, mountainbikers, hondenbezitters en vogelaars. Ze recreëren door elkaar heen, met waarschuwingsborden, paaltjes en bewegwijzering als gids. De een zoekt de natuur op voor rust, de ander voor actie. De belangen zijn niet altijd te verenigen. Dat leidt tot irritatie en soms tot conflicten tussen gebruikers.

Met een terreinwagen op safari

Zo ook rond het Lauwersmeer, op de grens van Friesland en Groningen. Dat is in 1969 ontstaan na het afsluiten van de Lauwerszee, een inham van de Waddenzee. De eerste recreanten kwamen voor zand en water. Kloosterhuis’ vroegste herinnering aan het gebied is „met een Renaultje 4 naar het strand, met koelbox, windscherm en een voetbal”. Nu passeert hij op de terugweg uit het bos een terreinwagen op ‘safari’, naar een ooit afgesloten deel van het Lauwersmeer.

De noodzaak voor Staatsbosbeheer om te ‘zoneren’ kwam toen het drukker werd in de jaren negentig. Want niet de recreant staat in natuurgebieden op één, maar de natuur. Dat is niet iedereen even eenvoudig uit te leggen, zegt Kloosterhuis. „Jullie doen toch niks met deze grond”, hoort hij als hij ’s winters ijszeilers wegstuurt. „‘Dat klopt’, zeg ik dan. ‘Dat is juist de bedoeling.’ We willen geen vogels verontrusten of verstoren. Dat gebeurt met een zeil of kite heel snel.”

De natuur die wel geschikt is voor recreatie moet worden gedeeld. Dat wringt soms.

Kloosterhuis wist vijf jaar geleden bij zijn aantreden als beheerder van het Lauwersmeer snel genoeg dat hij harde keuzes moest maken. Zo is een zone waar eerder een deel van het jaar honden mochten loslopen nu een permanent losloopgebied. „Niet in het belang van de natuur, maar als je samen besluit dat honden daar niet aangelijnd hoeven, dan moet je de consequenties aanvaarden. Reeën mijden het gebied nu.”

De natuur die wel geschikt is voor recreatie moet worden gedeeld. Dat wringt soms. Kloosterhuis kreeg klachten van wandelaars over de snelle, luidruchtige mountainbikers. Vogelkijkers waren geërgerd over de onrust die hardlopers veroorzaakten. En sommige weggebruikers snappen niet dat het mountainbikeparcours twee keer kruist met de Strandweg, waar auto’s rijden van en naar campings en jachthaven.

Kloosterhuis: „Dan lees je: ‘Hoe kunnen ze dat nou doen?’ Maar je moet een heel goede wiskundige zijn om in dit gebied alles langs elkaar te laten lopen. Het is opletten geblazen, zoals op elk ander kruispunt. De mountainbikers hebben hekken van boomstammen om de vaart eruit te halen, voor automobilisten zijn er waarschuwingsborden.”

In aanloop naar de aanleg van het mountainbikepad putte Kloosterhuis uit de ervaring van zijn vorige standplaats in Drenthe. Daar kreeg hij te maken met de wens voor een ruiterpad. Maar nadat dat in gebruik was genomen, bleef hij sporen van paarden vinden op andere paden. „Ik heb de ruitergroep erop aangesproken, maar zij zeiden dat het niet hun ruiters waren geweest. Daar moesten we het dan mee doen. Hun probleem was opgelost, het onze niet.”

Als je wandelaars ziet, of rolstoelen, dan knijp je even in de remmetjes, tring, hoe is het, mag ik even passeren? Zo moeilijk is dat niet.

Verenigde mountainbikers

Dat wilde hij rond het Lauwersmeer voorkomen. De mountainbikers kregen van de boswachter te horen dat ze zich moesten verenigen, zodat ze medeverantwoordelijkheid voelen. „Als we nu bandensporen of schade buiten de paden aantreffen, kan niemand zeggen: ‘Daar heb ik niks mee te maken.’ Dat klinkt negatief, maar zo bouwen we een clausule in.”

Tonnie Kroeze fietst al jaren in het gebied en was als vrijwilliger betrokken bij de aanleg van het nieuwe pad. Hij heeft geen nare ervaringen met andere recreanten. „Het is een kwestie van wederzijds respect”, zegt hij. „Als je wandelaars ziet, of rolstoelen, dan knijp je even in de remmetjes, tring, hoe is het, mag ik even passeren? Zo moeilijk is dat niet. Het parcours is zelfs op verzoek van wandelaars iets anders komen te liggen dan eerst gepland. Geen punt.”

Voordeel is volgens Kroeze dat de mountainbikers vooral ’s ochtends vroeg in het gebied zijn, en andere recreanten wat later op de dag. „We zijn blij dat we nu de mogelijkheid hebben om in het gebied te kunnen fietsen. Laten we zorgen dat het ook zo blijft.”

Het belang van natuur moet voorop staan, vindt ook ondernemer Jelle Bos. Hij is eigenaar van Beleef Lauwersoog, dat een recreatiepark, twee restaurants en een rondvaartbedrijf omvat. Ook organiseert hij de safari’s, in samenspraak met Staatsbosbeheer. „Alles in dienst van de omgeving, want dat is waar mensen voor komen. Verwacht hier geen tot Griekse tempel verbouwd toiletgebouw of een subtropisch zwemparadijs.”

Bos vindt dat gemeenten, natuurorganisaties en ondernemers zich op een specifieke doelgroep moeten richten. „Het mag van mij wat minder met de mensen die alleen voor een snack naar de vissershaven komen. Richt je op de gast die voor actief ontspannen hierheen komt, om bezig te zijn in de natuur en uit te waaien. De mensen die ook bij minder weer van dit gebied genieten.”

De identiteit van het gebied

Dat vraagt om marketing, om het vaststellen van een identiteit, zegt Bos. Het Lauwersmeer moet mikken op het type bezoeker dat niet zomaar afval in de natuur gooit, redeneert hij. „Voor die mensen kan Staatsbosbeheer op termijn het beleid wat aanpassen. De paden wat verruimen, de natuur iets meer opengooien.”

Beide soorten gebruikers komen voor de vogels, maar op een andere manier.

Maar reclame heeft een keerzijde, ervoer boswachter Kloosterhuis. Hij kreeg recentelijk drie klachten van fanatieke vogelaars bij de Ezumakeeg, een stuk voormalige landbouwgrond waar nu bijzondere vogelsoorten zich voeden in Natura 2000-gebied. „Dat is internationaal onder de aandacht gebracht als uitstekend vogelkijkgebied. Prima, maar al een paar vogelaars zijn in de Sylkajút, de vogelkijkhut, verrast door een touringcar met veertig Duitse ouderen, die luid keuvelend een kijkje namen – en de vogels verjoegen.”

De oplossing? Kloosterhuis: „Beide soorten gebruikers komen voor de vogels, maar op een andere manier. Ik denk dat de uitdaging is om de Duitse touroperator naar het bezoekerscentrum te krijgen, waar ze ook van alles kunnen zien, en dat de vogelkijkhutten voor de fijnproevers zijn.”

Kloosterhuis heeft contact met gebruikersgroepen en omwonenden, zodat hij het snel genoeg doorheeft als er onvrede is. „De situatie wringt soms, maar is wel te beheersen. Zo lang het publiek het gevoel heeft dat er wordt gehandhaafd. Doe je dat niet, dan is het hek van de dam.”