Aanspreekvorm

Identiteit volgt niet uit geslacht

Beeld Istock, bewerking NRC

Ben Maassen (Brieven, 31/7) maakt helder hoe beperkt onze taal is in de zoektocht naar genderneutrale woorden. Het argument dat hij aandraagt om de NS mensen niet in hun rol als reiziger aan te spreken maar toch vooral ‘dames en heren’ te blijven gebruiken omdat „elk van deze termen de halve wereldbevolking beslaat”, berust echter op een denkfout. Hij bedoelt waarschijnlijk dat elk mens met vrouwelijke of mannelijke geslachtskenmerken wordt geboren. In die zin beslaan de twee geslachten de hele wereldbevolking, hoewel moet worden opgemerkt dat er een toch niet gering aantal (1 op de 2.000 à 4.500 mensen) met geslachtskenmerken van beide wordt geboren. Iemands geslacht is echter iets anders dan iemands genderidentiteit, de sekse waarmee iemand zich identificeert. Deze wordt niet bepaald door de geslachtskenmerken van het lichaam maar door hoe iemand zich van binnen voelt in het diepst van diens identiteit. Sekse en genderidentiteit komen lang niet altijd overeen met elkaar. De groep waarbij dit incongruent is, naar schatting zo’n 48.000 mensen in Nederland, durft hiermee steeds vaker naar buiten te komen. En het is juist deze groep in onze prachtig diverse samenleving die zich niet altijd aangesproken voelt en ook niet altijd wórdt door ‘dames en heren’.


Psycholoog