Wit privilege? Die term is te onhelder

Discriminatie

Het is nog niet zo makkelijk om helder te schrijven over discriminatie, bewijzen Anousha Nzume en Reni Eddo-Lodge. Want hoe zit het precies met termen als ‘wit privilege’ en ‘intersectionaliteit’?

Foto Martin Parr

Moe van de discussies over discriminatie van zwarten besloot de Britse, feministische journalist en blogger Reni Eddo-Lodge – van Nigeriaanse afkomst – er het zwijgen toe te doen. ‘Waarom ik niet langer tegen witte mensen praat over ras’, luidde in 2014 de titel boven een van haar blogposts. ‘Ik kan de golf van emotionele afstand van witte mensen als een persoon van kleur zijn ervaring deelt, niet langer aan. Je kunt aan hun ogen zien dat ze zich afsluiten en zich verharden’, schreef ze. Er kwamen zo veel reacties en aanmoedigingen dat ze doorging en er kwam een boek met dezelfde – paradoxale – titel als de blogpost.

Het werd een persoonlijke aanklacht tegen de weigering van blanke landgenoten om wat zij noemt ‘structureel racisme’ in te zien. Dit pleidooi lijkt op Hallo witte mensen van Anousha Nzume, een theatermaker met een Russische moeder en een Kameroense vader. Beide schrijvers willen aan blanken uitleggen dat minderheden nog steeds last hebben van vooroordelen. Ook Nzume stuit op onwil als ze dit aan de orde stelt. Beiden behoren tot de tweede generatie, die ontdekt dat ze toch niet als helemaal Brits of Nederlands wordt gezien.

Het Verenigd Koninkrijk heeft een langere geschiedenis van gekleurde immigratie dan Nederland, waar de massale intocht uit voormalige koloniën en andere arme landen pas na de Tweede Wereldoorlog op gang kwam. Eddo-Lodge beschrijft de Indiërs en Caraïbische Britten die al na 1918 kwamen, als soldaten of veteranen. Britse blanken kwamen in opstand. Blanke jeugdbendes vielen zwarten aan.

Nzume schreef een soort lesboek met subparagrafen en conclusies, een encyclopedie van hedendaagse termen over racisme. Over het voordeel van blank zijn, het als exotisch beschouwen van zwarten en over de onwil om Piet niet langer zwart te maken. Met ontwikkelingshulp zouden blanken hun superioriteit bewijzen. En een blanke jongen met dreadlocks zou aan ‘culturele toe-eigening’ doen.

Eddo-Lodge behandelt de twintigste-eeuwse Britse immigratiegeschiedenis, het politiegeweld tegen zwarten en de angst dat niet-blanken het land zouden overnemen. De Britse politicus en classicus Enoch Powell gaf daar in 1968 al lucht aan, toen hij in zijn beruchte ‘Rivieren van Bloed’-toespraak de immigratie vanuit het Gemenebest sterk bekritiseerde. Ook beschrijft Eddo-Lodge het dilemma van zwarte politici: moesten ze met de meerderheid meedoen of een aparte groep vormen binnen de Labour-partij? Hetzelfde dilemma geldt voor het feminisme, dat volgens haar te ‘wit’ is.

De scepsis van sommige blanken over de slechte ervaringen van Eddo-Lodge en Nzume is onterecht. Mensen met een andere kleur dan de meerderheid worden vaker aangehouden en achtergesteld, ondanks een groeiend pakket antidiscriminatiewetten. Daar is veel onderzoek naar gedaan.

Maar het is niet overtuigend om raciale discriminatie om te draaien en uit te leggen als een privilege voor de meerderheid. Vandaar dat Nzume een ‘emotioneel bloedbad’ ervoer toen ze aan een groep probeerde uit te leggen wat ‘wit privilege’ is. Een privilege is een voorrecht en geldt per definitie voor een minderheid. Zeker, als blanke, werkende hoogopgeleide ben ik geprivilegieerd, maar dat geldt niet voor de meerderheid. In het Verenigd Koninkrijk is ongeveer 87 procent van de bevolking blank, in Nederland 88 procent. Een privilege wordt voorgesteld als iets wat niet hoort en van de ‘witten’ moet worden afgenomen. Maar minderheden moeten juist dezelfde rechten krijgen als de meerderheid. Dit geldt ook voor andere sociaal achtergestelden.

Wie die gediscrimineerde minderheden zijn, is in beide boeken niet duidelijk. Zowel Eddo-Lodge als Nzume gebruikt ‘zwart’ en ‘gekleurd’ door elkaar, maar er zijn grote verschillen. De geschiedenis van zwarten uit het Caraïbische gebied is bepaald door slavernij. Toch zijn ze in het Verenigd Koninkrijk beter af dan andere etnische minderheden en dat vergroot misschien de frustratie. Van hen leeft 30 procent in armoede, tegenover 45 procent van de uit Afrika afkomstige zwarten zonder slavernijverleden, 55 procent van de Pakistanen en 65 procent van de Bengalen (en 20 procent van de blanke Britten). Hebben blanke Nederlandse Turken ook ‘witte privileges’? En wordt wit altijd als superieur gezien? Volgens een recent onderzoek van het Pew Research Center worden in de Verenigde Staten Aziatische immigranten meer gewaardeerd dan Europese.

Problematisch is ook het begrip ‘intersectioneel’, een term van de zwarte Amerikaanse hoogleraar gender- en rasstudies Kimberlé Williams Crenshaw, waarbij meerdere kwetsbaarheden en vormen van ‘onderdrukking’ bij elkaar komen. Een zwarte vrouw heeft dus twee streepjes tegen: zwart en vrouw. Het veronderstelt een hiërarchie van slachtofferschap dat per groep en per gram kan worden afgewogen. Maar volgens de eigen cijfers van Eddo-Lodge hebben zwarte mannen meer kans op werkloosheid dan zwarte vrouwen. Zou dan niet de zwarte man, die ook te vaak wordt aangehouden, onder het intersectionele dubbele slachtofferschap moeten vallen?

De termen ‘wit privilege’ en ‘intersectionaliteit’ zijn starre ideologische stereotypen die afdoen aan heldere betogen over discriminatie.