Sollicitant ‘checken’ mag niet meer

Nieuwe privacywet

Werkgevers mogen online straks alleen data van sollicitanten verzamelen die “noodzakelijk en relevant” zijn. Maar hoe bepaal je dat?

Illustratie Dirma Janse

Toen radioredacteur Neeltje Huirne (35) een aantal jaar geleden bij een nieuwsredactie solliciteerde, werd ze gegoogeld waar ze bij zat. „Het voelde alsof ik opeens helemaal in mijn nakie zat”, vertelt Huirne. „Mijn potentiele baas klikte alle linkjes aan die hij tegenkwam. Waaronder ook een brutaal opiniestukje dat ik ooit als eindexamenleerling had geschreven voor de krant. ‘Je was wel heel tevreden over jezelf, hè’, reageerde hij plagerig. Best naar, al kwam er niks schokkends naar boven.”

De vraag is of dit soort taferelen nog langer zijn toegestaan als volgend jaar mei de nieuwe Europese privacywet ingaat. Daarin staat namelijk expliciet dat werkgevers alleen data van sollicitanten mogen verzamelen die „noodzakelijk en relevant” zijn voor de functie. Maar hoe bepaal je dat?

Op zich kan het voor de functie van redacteur (waarin sociale media een rol spelen) geoorloofd zijn om te bekijken hoe iemand zich online gedraagt, reageert Frederique Hermie, woordvoerder bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De Nederlandse privacywaakhond bracht de nieuwe Europese regels vorige week onder de aandacht.

Op individuele casussen wil Hermie niet gedetailleerd ingaan. „Waar wij voor pleiten is dat werkgevers het vooraf aan sollicitanten laten weten als ze worden gescreend. Bijvoorbeeld door het in de vacaturetekst te vermelden.” Volgens haar is het te laat om te zeggen dat iemand online wordt doorgelicht als diegene eenmaal aan tafel zit. „Mensen kunnen dan niet meer bewust kiezen of ze dan nog wel willen solliciteren.”

Een ander voorbeeld. Thea Fillekes (58) helpt bedrijven bij het aanpakken van hun ziekteverzuim. Een van haar klanten is een verzekeringsbedrijf. „Omdat ik met privacygevoelige informatie werk, wilden zij mij heel secuur controleren”, vertelt Fillekes. „Dat is me vooraf gevraagd en dat vond ik geen probleem.” Waar het bedrijf precies naar zocht, weet Filllekes niet, misschien zoiets als „beledigend taalgebruik”. „Ik kon achteraf zelfs een rapport inzien waarin beschreven stond wat ze allemaal waren tegengekomen. Ze hadden werkelijk ieder profiel van me gecheckt.”

Is dit dan een situatie waarin zo’n grondige screening wél is toegestaan? Het oogt transparant, dus het zou kunnen, reageert Hermie voorzichtig. „Maar om harde uitspraken te kunnen doen, zouden we er eerst helemaal in moeten duiken. Belangrijk is bijvoorbeeld welke gevonden informatie wel en niet is meegenomen in de besluitvorming.”

De interpretatie van de nieuwe wet lijkt op het eerste gezicht dus nog niet zo eenduidig. Bovendien: is het niet logisch dat je als werkgever de socialemediaprofielen van een sollicitant naloopt? Iemand heeft die gegevens tenslotte ook zelf openbaar gemaakt.

Buurthuis

Dat is geen argument, vindt ICT-jurist Arnoud Engelfriet, tevens partner bij adviesbureau ICTRecht. „Vroeger hadden we het ook raar gevonden als een werkgever in het café navraag over je zou doen, of in het buurthuis zou komen kijken terwijl jij daar aan het darten bent. Maar omdat het café nu Facebook heet en via de browser toegankelijk is, mag hij zich ineens wel met jou bemoeien?”

Engelfriet noemt het standpunt van de privacytoezichthouders daarom „passend bij deze tijd”. „Online privacy is veel moeilijker te beschermen dan vroeger, juist omdat alles zo makkelijk toegankelijk is. Diensten als Facebook, Instagram en Twitter worden verkocht als diensten voor privéactiviteiten, terwijl ze eigenlijk geen échte privacy bieden.”

Technologie-expert en jurist Danny Mekic gunt mensen hun privacy, toch ziet hij dat het waarborgen ervan in de praktijk lastig is. „Je kunt Facebook een besloten café noemen, maar het is eerder een zeepkist op het dorpsplein: je weet nooit zeker wie meekijkt”, zegt hij. „Feit is dat een werkgever je naam kan intoetsen en alles kan bekijken wat jij niet hebt afgeschermd. Laten we onszelf niet voor de gek houden: dat gaat door deze wet nu niet veranderen.”

Mekic vindt er niets mis mee dat werkgevers hun sollicitanten googelen. „Dat moeten we helemaal niet wíllen verbieden, want daarmee creëer je schijnregelgeving en het effect daarvan is dat mensen zich onterecht veilig wanen.” Met andere woorden: door dit soort wetgeving gaan mensen juist minder bewust om met hoe ze zich op sociale media uiten.

Een andere vraag is hoe uitvoerbaar de wet eigenlijk is. De AP opent volgend jaar een klachtenloket en gaat meldingen van burgers en organisaties onderzoeken. De vraag is alleen hoe. Als jij vermoedt dat je niet bent aangenomen vanwege informatie die online over je te vinden is, hoe kom je daar dan achter? En hoe bewijs je het?

Dat kan praktisch niet en dus is de wet niet te handhaven , zegt Mekic. Hij zet dan ook vraagtekens bij het nut van de waarschuwing van de AP over de wet. Volgens Mekic had de waakhond beter kunnen zeggen: „het mag niet, maar het gebeurt toch. Dus ga ervan uit dat je bij sollicitaties altijd gescreend wordt en zet je profiel dicht.”