Column

Rijbewijs

‘Ik wist helemaal niet dat Peer een rijbewijs had”, zei mijn zus toen we wachtten op de neef (type biologisch en chronisch verward) die ons een lift zou geven naar een verjaardag. Voor ik iets kon zeggen, klonken er gierende banden, want daar kwam hij al aangescheurd. Peer hielp al inparkerend een rododendron naar de andere wereld en zwaaide vervolgens naar ons. We stapten in.

„Ik moet even wennen”, zei hij terwijl hij optrok, de motor afsloeg en hij de wagen opnieuw startte, „ik heb deze bak vorige maand goedkoop kunnen overnemen, maar ik had daarvoor al een tijdje niet gereden.” De wagen stoof achteruit, Peer schepte bijna een brievenbus, remde, herstartte en ging toen gelukkig vooruit.

„HOELANG HEB JE NIET GEREDEN?”, vroegen mijn zus en ik in canon.

„Acht jaar, ik had mijn rijbewijs laten verlopen”, giechelde Peer, terwijl hij over een doorgetrokken streep reed. „Vroeger moest je dan opnieuw examen doen, maar de wet is veranderd dus ik kon gewoon mijn oude papieren (of wat daarvan over was, haha!) inleveren bij de gemeente en, hup, een week later had ik een nieuwe!”

Hij nam een haarspeldbocht, reed even spook en sneed een Tesla af die voorrang had. Mijn zus sms’te haar kinderen dat ze van hen hield en appte mij dat we een taxi terug zouden nemen.

Eenmaal op de verjaardag foeterde mijn zus op de wetgeving, waardoor personen die lijken te zijn vergeten waar de rem zit, gewoon de weg op kunnen. Haar tirade werd op een zeker moment onderbroken door tumult bij de buren. We tuurden door de heg en zagen drie jonge kinderen met elkaar ruziën. Een vader kwam uit huis gestoven, scheldwoorden roepend die ik mijn zus alleen heb horen gebruiken tijdens haar eerste bevalling. Hij rammelde de kinderen door elkaar. Het was net niet agressief genoeg om meteen de kinderbescherming te bellen, maar hij schreeuwde dingen tegen hen als „stomme sukkels!”, „kneus!” en „stelletje krengen” (ik verzin dit niet). De bleke kleintjes werden het huis in geduwd.

Mijn zus duwde vlak voordat de taxi kwam een briefje door zijn brievenbus, met daarop het verzoek zijn kinderen beter te behandelen omdat hij anders Bureau Jeugdzorg op de stoep kon verwachten.

„Eigenlijk zouden mensen, voor ze kinderen mogen krijgen, een test van goed gedrag moeten afleggen”, zei ze toen ze in de wagen stapte. “Een soort ouderschapsexamen.”

„Ja”, zei ik. „Maar in plaats daarvan kunnen eikels die hun kind voor kneus uitschelden nageslacht verwekken zonder dat iemand er iets tegen kan doen, en heeft Peer een rijbewijs.”

We tuurden de rest van de rit uit het raam, naar een hopeloze wereld.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.