Waarom keepsters op het EK regelmatig in de fout gaan

Keepersfouten

Bij het EK voetbal valt op dat veel keepers regelmatig in de fout gaan. Volgens kenners is dat geen toeval. Bij de professionalisering van het spel zijn ze onvoldoende meegegroeid.

De Deense keepster Stina Petersen (r) ging in de fout tegen Duitsland. Foto Tobias Schwarz/ AFP

Was de timing slecht, of was het een onhoudbare bal voor de Nederlandse keeper Sari van Veenendaal? Het valt te betwisten of de gelijkmaker van België, waarbij ze vorige week in de groepsfase onder de bal door liep, een blunder te noemen is. Over andere acties van keepers tijdens dit EK hoeft niemand te discussiëren, er zijn opvallend veel blunders gemaakt. Toeval of is er sprake van een structureel probleem?

Een ogenschijnlijk houdbare bal van Belgische voet belandde achter Van Veenendaal in het net. De Deense Stina Petersen bokste tegen Duitsland een matig schot in eigen goal. En de Italiaanse Laura Giuliani maakte het een Duitse spits wel heel makkelijk door een vrije trap uit haar handen te laten glippen. Het zijn maar een paar voorbeelden.

De blunder van Petersen:

Achtergebleven in de ontwikkeling

Terwijl veldspelers grote stappen hebben gemaakt, lijken de keepers achtergebleven in hun ontwikkeling. „Vrouwenvoetbal is aan het professionaliseren en daarmee verandert de rol van de keeper. Er wordt harder geschoten, er zijn meer duels en het spel gaat sneller. Al die dingen maken het moeilijker voor een keeper”, vertelt Mary Kok-Willemsen, hoofd vrouwenvoetbal bij FC Twente. „Keepers moeten aan een aantal eisen voldoen: ze moeten lengte hebben, lef hebben en in staat zijn om achter de linie te spelen.”

Dat laatste gaat veel fout, vindt Kok-Willemsen. „Het lijkt erop dat keepsters nog veel statisch getraind worden. Bij de mannen heeft het ook even geduurd voordat ze meer mee gingen doen tijdens trainingen. Daarvoor was het vooral in een zandbak een uur lang ballen afvuren, om daarna nog even mee te doen met een partijtje. Daar moeten we bij de vrouwen ook vanaf. Keepers moeten leren situaties te herkennen en zich daaraan aan te passen.”

Zij ziet genoeg keepers die op trainingen de ene na de andere bal tegen houden. „In een wedstrijd staan ze dan ook het liefst met hun kont in de goal. Dat is niet genoeg meer. Een keeper moet het spel kunnen lezen en zich aanpassen aan een tegenstander. Neem bijvoorbeeld Spanje, dat het spel snel verplaatst, of Engeland dat veel rondom het strafschopgebied speelt. Steeds sneller en beter voetbal. Het lukt keepers nog niet goed genoeg om daarop te anticiperen.”

Sjoerd Woudenberg, voormalig keeperstrainer bij Ajax Vrouwen en momenteel actief bij Go Ahead Eagles, ziet ook dat de keepers te vaak vertrouwen op hun goede reflexen op de doellijn. „Keepers moeten van jongsaf aan gedwongen worden om keuzes te maken in bepaalde situaties. Leren reageren en weten wanneer je uit moet komen.”

Ook Ed Engelkes, tot afgelopen seizoen hoofdtrainer bij de vrouwen van Ajax, ziet dat veel keepers moeite hebben met uitkomen. „De Engelse keepster bijvoorbeeld. Goed op de lijn, maar daar is het dan ook wel mee gezegd.” Overigens doet deze keeper, Karen Bardsley, donderdag niet mee in de halve finale tegen Nederland. Zij brak in de kwartfinale haar kuitbeen.

Geen toeval

Dat er zoveel blunders gemaakt worden, is volgens de oud-assistent van oud-bondscoach Vera Pauw bij de Nederlandse vrouwen zeker geen toeval.

„Wereldwijd komen steeds betere hoofdtrainers bij de vrouwen en dat kost geld. De keeperstrainer is nog vaak een sluitpost op de begroting.”

Woudenberg ziet het als een structureel probleem door een gebrek aan middelen. „Het begint al bij de jeugd. Bij de meiden heb je dan – als er al een keeperstrainer is – hooguit een goedwillende vader.” Engelkes zoekt het liefst een keeper die past bij de manier waarop hij wil spelen. „Vera Pauw en ik spelen graag ver naar voren. Alleen is het aanbod er niet altijd.”

Toch is het keepersvak niet minder populair. „Kinderen doen wat ze leuk vinden en ook voor keepers zijn nu vrouwelijke rolmodellen. Wel blijven meisjes vaak lang voetballen. Ze beginnen pas later met keepen. Daarin kan best eerder gestuurd worden.”

Vaker rouleren

Kok-Willemsen ziet Van Veenendaal ook als rolmodel. „Misschien helpt het dat Sari het goed doet dit toernooi en een paar keer de echte redder geweest is. Dan is het niet alleen leuk om Vivianne Miedema te zijn en goals te maken, maar zien meiden dat ook keepers een belangrijke rol kunnen spelen.”

Om de kwaliteit van keepers te verbeteren zal vaker gerouleerd moeten worden. Ook de selectie moet strenger, vindt Kok-Willemsen. „Je komt niet meer weg met een kleine keeper. Dan kan iemand technisch nog zou goed zijn, ze moet ook bij de bovenhoeken kunnen. Het klinkt misschien lullig, maar je kan best wat lange speelsters een keer laten keepen om te kijken of ze talent hebben.”

Hoewel Van Veenendaal over alle gewenste kenmerken beschikt, ging ook zij in de fout. Kok-Willemsen: „Ze is lang, heeft lef en is een echte winnaar. Iedereen maakt wel eens fouten en Sari is de eerste die dat toe zal geven.” Engelkes noemt haar blunder een inschattingsfout.

„Dat kan natuurlijk gebeuren. Sari keept verder een uitstekend toernooi, maar keepers worden nu eenmaal afgerekend op fouten.”