Kakker, gabber, skater of alto

Schrijver Raoul de Jong herleest deze week zijn puberdagboek. Deel 2: Alto

Na een kleine existentiële crisis tij- dens de zomervakantie van 1996 („Ik ben niet meer dat vrolijke jon- getje van vroeger, ik kan het wel blijven spelen, maar ik word ouder”) is ons sujet, de twaalfjarige Raoul, helemaal klaar en pronto voor zijn grande entrée in de wereld der middelbare scholieren. Volgens zijn voorbereidende research kon een hedendaagse puber kiezen tussen vier identiteiten: kakker, gabber, skater of alto. Skaters waren de tienerrebellen van de Nederlandse samenleving, maar skaters konden skaten, niet op rolschaatsen, maar op skateboards. Dus werd het alto voor Raoul. Een alto was een soort B-versie van een skater. Ze hingen op dezelfde plekken als de skaters, maar dan zittend, aan de zijkant, met alternatieve vlechtjes in hun haar, pratend over alternatieve zaken zoals toneel. Ze droegen schoeisel van Dr. Martens en geruite broeken van Cars. Onzin, vond Raouls moeder, en zo kon het gebeuren dat De Jonge Raoul, op maandag 2 september 1996, nietsvermoedend en vol goede moed, zijn nieuwe middelbare school in liep op elegante bruine schaatslaarsjes, die door zijn moeder van hun schaatsen waren ontdaan. In een zelfgemaakte broek van geruit tafellaken.

Het is 20 graden, Aquarius van de Party Animals staat op 1 in de Top 40, en om 4 uur ’s middags schrijft De Jonge Raoul vanuit de toiletten naast het schoolplein: