Jordaans parlement schrapt ‘verkrachterswet’

Jordanië volgt Tunesië, Marokko en Egypte en gaat verkrachters strenger aanpakken.

Activisten protesteren tegen het omstreden Artikel 308. Foto Reem Saad/AP

Het Jordaanse parlement is dinsdag akkoord gegaan met het schrappen van een bepaling in het wetboek van strafrecht waarmee verkrachters hun straf kunnen ontlopen als zij met hun slachtoffer trouwen. Dat meldt AP. Het besluit is een grote overwinning voor vrouwenrechtenactivisten die jarenlang streden tegen de bepaling.

Het beruchte Artikel 308 moest volgens sommige parlementariërs niet in zijn geheel worden geschrapt, maar aangepast. Slachtoffers van verkrachting moeten volgens hen worden beschermd tegen een sociaal stigma door ze de kans te geven te trouwen. Door veel mensen in Jordanië wordt een verkracht persoon als schande voor de familie gezien. Het Artikel 308 was dan ook een manier om de schande te ‘verplaatsen’ naar de familie van de verkrachter.

Volgens Eva Abu Halaweh van de Jordaanse mensenrechtenorganisatie Mizan for Law wijst een dergelijke aanpassing en de noodzaak tot ‘bescherming’ juist op een fundamenteel probleem in de Jordaanse wet en samenleving, zo zegt ze tegen AP:

“De wet ziet vrouwen nog steeds als lichamen, die met ‘eer’ verbonden zijn.”

Een meerderheid in het parlement oordeelde dinsdag echter anders en ging mee met het voorstel van de regering en een koninklijk commissie. Het besluit moet nog wel worden goedgekeurd door de senaat en koning Abdullah II. Dinsdag verzamelden zich tientallen demonstranten buiten het Jordaanse parlement in Amman.

Verkrachterswet in het Midden-Oosten

Mocht de bepaling worden geschrapt, dan is Jordanië na Tunesië, Marokko en Egypte het volgende land in het Midden-Oosten dat de ‘verkrachterswet’ schrapt. Volgens Human Rights Watch buigt ook het Libanese parlement zich momenteel over een dergelijke stap.

De mensenrechtenorganisatie noemt het schrappen van Artikel 308 door Jordanië “een positieve stap in het versterken van de rechtsstaat en het beëindigen van de straffeloosheid op geweld tegen vrouwen”.