‘Jager-verzamelaars gezonder dan landbouwers’

Dat twitterde Rutger Bregman na een artikel van hem in De Correspondent.

Prehistorische rotstekening van ruim 4.000 jaar geleden in Nakhon Ratchasima, Thailand. Foto iStock

De aanleiding

Journalist en historicus Rutger Bregman publiceerde bij De Correspondent een pleidooi om kinderen meer te laten spelen. Hij stelde dat dit voor het laatst volop gebeurde in het tijdperk van de jager-verzamelaars (tot zo’n 10.000 jaar geleden). Op Twitter hekelde een lezer vervolgens de ‘nostalgie’ naar een tijd „toen we ongeveer 31 jaar werden met z’n allen”. Bregman reageerde daarop (16 juli): „Sorry, maar is een feit dat jager/verzamelaars fysiek gezonder waren dan landbouwers.”

Waar is het op gebaseerd?

Bregman blijkt zich bij navraag onder meer te baseren op onderzoek van de Amerikaanse bioloog en geograaf Jared Diamond en een hoorcollege van historicus Bas van Bavel. Als student leerde hij van de laatste dat jager-verzamelaars meestal aanzienlijk langer waren en een beter gebit hadden dan de vroege landbouwers. „De kindersterfte was overigens wel heel hoog”, voegt Bregman toe.

Bregman verwijst ook naar zijn eigen boek De geschiedenis van de vooruitgang. Daarin schrijft hij: „De grootste massamoordenaars in de geschiedenis [...] zijn de ziektes die we van ons vee hebben gekregen. De verzamelaars en jagers hadden geen last van zulke epidemieën.”

En, klopt het?

Waren jager-verzamelaars inderdaad fysiek gezonder dan landbouwers? Een vraag voor paleoantropologen, die onze verre voorvaderen bestuderen. Zij meten onder meer de lengte van opgegraven skeletten en bekijken de kwaliteit van het gebit en de botten. Hieruit leiden ze af of er bijvoorbeeld sprake was van ondervoeding of infectieziekten. Ook bepalen ze de leeftijd bij overlijden.

In 1984 publiceerden de Amerikaanse antropologen George Armelagos en Mark Nathan Cohen het boek Paleopathology at the Origins of Agriculture. Daarin stellen ze dat de gezondheid van volkeren afnam toen ze de overstap maakten van jagen-verzamelen naar landbouw. Deze verslechterde gezondheid stelden ze vast bij 19 van de 21 volken waarvan ze gegevens hadden. De bevindingen waren destijds omstreden, maar zijn sindsdien bevestigd door verder onderzoek.

Een voorbeeld zijn de inheemse Amerikanen van Dickson Mounds, een oude vestiging met een begraafplaats in de staat Illinois. Deze gemeenschap stapte rond 1150 na Christus over van jagen en verzamelen naar de teelt van maïs. Uit een vergelijking van zo’n 800 skeletten blijkt dat de landbouwers een toename van bijna 50 procent hadden van beschadigingen van het tandglazuur, een teken van ondervoeding. De landbouwers hadden ook vaker versleten rugwervels, waarschijnlijk als gevolg van zwaar fysiek werk. De levensverwachting bij geboorte daalde van 26 jaar naar 19 jaar.

Onderzoek naar skeletten uit Griekenland en Turkije laat zien dat de gemiddelde lengte van jager-verzamelaars in dat gebied tegen het eind van de laatste ijstijd 1,75 meter bedroeg voor mannen en 1,65 meter voor vrouwen. Een tijd na de overstap naar landbouw, rond 3000 voor Christus, was de lengte gedaald naar 1,60 meter voor mannen en 1,52 meter voor vrouwen.

Conclusie

Uit vergelijkend onderzoek blijkt dat jager-verzamelaars gezonder waren dan vroege landbouwers. Ze waren langer, werden ouder en hun skeletten vertonen minder aantastingen van tanden en botten die duiden op ondervoeding en ziekten.

Wel was de kindersterfte hoog onder jager-verzamelaars, onder andere als gevolg van infanticide. Dit punt staat in een essay van Jared Diamond dat als een van de bronnen bij Bregmans artikel wordt genoemd. Niet echt een paradijs voor kinderen. Toch beoordelen we de stelling als waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt