Opinie

In Polen leeft het communistische verleden voort

Een rechtscultuur ligt diep verankerd, schrijven Elaine Mak en Niels Graaf. „Het is geen toeval dat zowel Kaczynski als Orbán als jurist is opgeleid onder de communistische doctrine.”

Duizenden Polen kwamen in juli bijeen voor het Hooggerechtshof in Warschau. Foto Czarek Sokolowski/AP

‘We delen de Europese waarden, ook op het gebied van de rechtsstaat, maar verschillen in de interpretatie daarvan.” Aan het woord is de Poolse vice-minister van Buitenlandse Zaken Konrad Szymanski in een interview in de Volkskrant. ‘Verschillen in interpretatie’, dat is een alarmerende beschrijving van de poging om de benoeming van rechters en het functioneren van de rechtspraak in de handen van één politieke partij te brengen.

De Poolse rechtsstaat is nog lang niet veilig. De opluchting na het veto van president Andrzej Duda op twee van de drie wetten die de politiek grote controle zouden geven over de rechtspraak is inmiddels door de praktijk ingehaald. Afgelopen woensdag liet de Poolse regering in een persverklaring weinig ruimte voor optimisme. Een probleem in haar pakket van wetgeving over de rechterlijke macht, ondanks stevige waarschuwingen uit Brussel, werd glashard ontkend. Zonder gêne werden de beoogde vergaande hervormingen herverpakt als ‘rechtsstatelijk’ en in lijn met ‘Europese standaarden’. Dat zijn geen onschuldige woorden. Het is rechtsstatelijke retoriek als camouflage voor anti-rechtsstatelijke machtspolitiek.

Deze opstelling illustreert een dieper probleem. Anti-rechtsstatelijke opvattingen die ten diepste verbonden zijn met het communistische verleden zijn in Polen nog springlevend. De observatie van de Poolse historicus Adam Zamoyski afgelopen zaterdag in NRC is wat dat betreft misleidend. Hij beweerde dat met de opkomst van PiS de communistische cultuur was teruggekeerd. Dat is een te simpele voorstelling van zaken. Wij zijn juist getuige van de opbloei van een oude rechtscultuur – terug van nooit helemaal weggeweest. Als Brussel en andere Europese lidstaten effectief willen optreden tegen de schending van Europese rechtsstatelijke waarden, moeten ze deze continuïteit herkennen en ter discussie stellen.

De cultuurdeskundige Geert Hofstede heeft een dergelijke continuïteit verklaard via culturele dimensies. Hij stelt dat in sommige nationale culturen bepaalde denkkaders relatief vaker voorkomen dan in andere. Die basale ideeën, over de inrichting van staat en samenleving, en dus ook over rechtspraak en rechter, zijn vaak zo diepgeworteld, dat ze niet verdwijnen in de transitie naar een ander politiek systeem, zoals van het communisme naar de ‘westerse’ rechtsstaat. Daarmee worden verschillen in opvattingen tussen individuen en groepen niet ontkend, integendeel, maar het verklaart wel waarom oude gewoonten makkelijk terugkeren. Ook als het gaat om de onafhankelijkheid van de rechters.

Polen en de EU botsen over de Poolse rechtsstaat. Is Polen nog een rechtsstaat? Die vraag beantwoorden redacteuren Eva Cukier en Wilmer Heck in dit stuk.

Anti-rechtsstatelijke ideeën zijn dus niet vreemd of iets uit lang vervlogen tijden, maar erfstukken uit de Poolse recente geschiedenis. Voor de zorgwekkende Hongaarse situatie gaat hetzelfde op. Het is geen toeval dat zowel PiS-leider Jaroslaw Kaczynski als de Hongaarse premier Victor Orbán als jurist zijn opgeleid onder de communistische doctrine. En zij zijn niet de enigen. Het verleden is niet voorbij, maar leeft voort in ideeën over de institutionele positie van rechters, die onder de communisten gehoorzaam de partijlijn volgden.

Deze erfenis is ook zichtbaar in de door de huidige generatie politici gebruikte retoriek. Partijvoorzitter Kaczynski claimt de rechtbanken te willen teruggeven aan het volk (!) door leden van de ‘elite’ uit de rechterlijke macht te weren.

Het is een manier van redeneren die we kennen uit de periode van voor 1989. Het ideaal van de communistische heilstaat is alleen vervangen door het ideaal van representatie van het volk. Feitelijk dient dit motief echter als dekmantel om de politieke controle over de rechtspraak te herwinnen.

Vanzelfsprekend kunnen ideeën over de rechtsstaat veranderen. Oplettendheid is echter geboden. Passiviteit of onvermogen vanwege een babylonische spraakverwarring liggen anders op de loer. Rechtsculturele grenzen vervagen, maar doen er nog steeds toe.

Politici, beleidsmakers en commentatoren zullen moeten (h)erkennen waar rechtsstatelijke retoriek als camouflage dient voor anti-rechtsstatelijke machtspolitiek.

Jarenlang waren zij bondgenoten, maar nu liggen Polen en Brussel op ramkoers. Drie experts die een bijdrage leverden aan de hervorming van de Poolse rechtspraak, verklaren de huidige crisis.