Cultuur

Interview

Interview

Foto Lars van den Brink

Zij was de eigenaar van dé ontmoetingsplaats voor lesbiennes

Interview Na 37 jaar sloot onlangs Vivelavie, een van de laatste twee vrouwencafés in Amsterdam. Oprichter en eigenaar Mieke Martelhoff: „Hoeveel mensen in mijn café niet hun coming-out hebben gehad.”

Ineens beseft Mieke Martelhoff (70) wat ze heeft gedaan. Enkele dagen eerder sloot ze haar vrouwencafé Vivelavie, 37 jaar lang een van dé ontmoetingsplekken voor lesbiennes in Amsterdam. Nu zitten we aan de enorme eettafel in haar huis aan de Amstel en staart ze door de openslaande deuren naar de overkant van het water, richting haar café. De tranen staan in haar ogen. Voor het eerst.

Ze wilde zelf niet eens een afscheidsfeest geven, maar haar vrouw, Rosemary Peper, stond erop. De laatste tien jaar kwam ze al niet meer zo vaak in het café; haar personeel kon het alleen af. „Ik leefde ernaar toe geen zaak meer te hebben. Heeft misschien met m’n leeftijd te maken.” De sfeer op het feest was wat ingetogen, er waren ook tranen. „De enige die echt vrolijk was, was ikzelf.”

Martelhoff begroet hartelijk, schatert soms onverwachts hard en springt op als ze iets wil laten zien. Ze vertelt levendig, zoals over de laatste avond. Dat was een persoonlijke favoriet: een Coyote Ugly-avond. „Gebaseerd op een hartstikke heterofilm. Cowboykleren aan, bodyshotjes zo in de navel, helemaal leuk.”

Moet je ook weer niet te vaak doen, maar dat geldt bij alles. „Nou ja, behalve bij één ding. Maar daar gaan we het niet over hebben.”

Martelhoff merkte dat ze op vrouwen viel tijdens een avond strippoker in Boedapest. Ze was 26. Ineens zat een vrouw aan haar. „Dat had ik nog nooit meegemaakt.” Daarvoor had ze wel vriendjes gehad. „Ik had niets te klagen bij de heren, maar daar had ik m’n buik vol van. Haha!” Ze kijkt of de grap wordt begrepen.

Je gaat toch wel dood, dan kan je het beter naar je zin hebben gehad

In de jaren 70 was ze vaak in homobars te vinden. In Chez Manfred van Manfred Langer, de oprichter van de legendarische homodisco iT met wie ze later veel feesten zou organiseren, of in de Amstel Taveerne, waar nu de Amstel Fiftyfour zit.

Veilige sfeer

Thuis gaf ze al continu feestjes, dus de stap naar een eigen café was een logische. De Vivelavie opende in 1980, aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Een kelder, met gewelven die ze wit mocht schilderen. Het was niet per se de bedoeling dat het een vrouwencafé werd, zo heeft ze het zelf ook nooit genoemd. Bij de opening trad een travestiet op, Baby June, die ze in de Taveerne had zien zwaaien met een dildo. „Dat vond ik zó leuk. Ik zei: als ik open, moet je bij mij met die dildo komen zwaaien. Maar ja, dan zet je wel een toon.”

Vier jaar later brandde de zaak uit. De oorzaak heeft ze nooit geweten. Haar toenmalige vriendin wees haar op een pand bij het Rembrandtplein. „Ik ga toch niet op het Rembrandtplein zitten, dacht ik. Dat lag vol troep. Ik ben een keurig meisje.”

Toch deed ze het en dat heeft de buurt geweten. Ze koos voor grote ramen tot aan de grond, iedereen kon naar binnen kijken. Een groot verschil met de toenmalige lesbocafé’s, zoals de Taboe, die had gordijnen voor de ramen en een grote, zware deur. „Als je naar binnen wilde, klopte je aan. Portier Janny keek dan door het kijkgaatje of je wel vrouw was.” Martelhoff gooide alles open. „Wat een commentaar ik kreeg! Maar je hoeft je niet te verstoppen als je lesbisch bent.”

Ze werd vanwege haar directe uitspraken over homo- en vrouwenrechten geregeld gevraagd voor tv-programma’s. Ze stond aan de wieg van de Gay Pride die de stichting Gay Business Amsterdam, waar ze bestuurslid was, van 1996 tot 2005 organiseerde. Ze heeft altijd gevochten voor de zaak van de vrouw, zegt ze. „Ze hebben het altijd over die mannen, maar gays zijn ook vrouwen.” In 1997 won ze de eerste prijs met haar ‘bruidenboot’ tijdens de Canal Parade, een van de weinige vrouwenboten. In 1998, tijdens de vierjaarlijkse Gay Games die dat jaar in Amsterdam waren, organiseerde ze vrouwenfeesten voor duizenden bezoekers in discotheek Marcanti Plaza. In 1999 kreeg ze een lintje voor de emancipatie van lesbiennes. Dit jaar kreeg ze op 5 april, haar verjaardag, de eerste Women Friendly City-plaquette van de gemeente Amsterdam voor de veilige sfeer waar haar café „tot ver over de grens” om bekendstond.

Lees ook het opiniestuk van Sidney Smeets en Linda Duits: De Gay Pride is niet meer gay

Met een spandoek is ze nooit gezien. Een politiek statement heeft ze met haar café ook nooit willen maken. Het gaat om de gezelligheid. Goede muziek, top40. Hoe viezer de vloer, hoe beter. Regelmatig greep ze de microfoon. „Dan zei ik: ‘De komende 15 minuten is het bier gratis!’

Mannen waren altijd welkom.

„Dat je van vrouwen houdt, wil toch niet zeggen dat je mannen haat? Een vrouw aan de bar zei eens (ze zet een zeurstem op): ‘Er zijn zoveel mannen vanavond.’ Dat los ik voor je op, zei ik. Jij drinkt je drankje op en gaat weg. Dag!”

Vrouwen zijn soms lastig, vindt ze. „Ik kan het nu zeggen. De muziek was nooit goed. Organiseerde ik een travestie-avond, waren er tien mensen verkleed, inclusief mezelf.” Regelmatig moest ze ruziënde groepjes uit elkaar halen. „Ik héb wat over die bar moeten springen.”

Het meest trots is ze op grote vrouwenfeesten die ze buiten Vivelavie organiseerde. Haar geheim: goede artiesten. Ruth Jacott, Karin Bloemen, Mathilde Santing. De boel altijd rijkelijk versierd, beneden pokertafels. „Ik deed alles. Echt leuk.”

Huilen in de zaak

Maar toen werd bij Martelhoff agressieve borstkanker ontdekt. Of beter, ze ontdekte het zélf. Ze voelde „mieren” onder haar huid kruipen en drong in het ziekenhuis aan op extra onderzoek. Een jaar later was ze twee protheses rijker.

Die periode heeft haar geholpen wat luchtiger over het leven na te denken, vertelt ze. „Ik had altijd wel lol, maar ik was zwaardenkend.” Ze was lang onzeker, vond het belangrijk wat mensen van haar vonden. „Daarna dacht ik: je gaat toch wel dood, dan kan je het beter naar je zin hebben gehad. Dat is echt Vivelavie: leef zoals je wil. Doe wat je wil. Wees gay als je gay bent.” Grote feesten organiseerde ze daarna niet meer, behalve de straatfeesten tijdens de Gay Pride bij het Rembrandtplein.

Ze had niet gedacht dat de sluiting zo veel zou losmaken. „Wat een áárdbeving het gaf, ik ben me rot geschrokken. Mijn klanten stonden te huilen in de zaak: waar moeten we straks naartoe? Ik had er niet bij stilgestaan.” Vivelavie was naast café Saarein nog het enige café in Amsterdam speciaal voor vrouwen.

Lees ook het interview met ambassadeur van Pride Amsterdam Souad Boumedien: ‘Ik ben sterk genoeg om een boegbeeld te zijn’

Ze heeft twee jaar geprobeerd opvolging te vinden. Andere uitbaters op het Rembrandtplein wilden niet of kregen het financieel niet rond. „Dan houdt het op. Stekker eruit, klaar.” Toch stonden vlak voor de sluiting eind juni twee oud-personeelsleden op. Joy Hilhorst en Rachel Matteman zijn nu op zoek naar een nieuwe locatie. Voor dit Pride-weekend heeft het Hampshire Hotel aan de overkant aangeboden zijn bar tijdelijk tot Vivelavie om te dopen.

Huwelijksrecepties

Is het nog wel nodig, een café voor vrouwen? „Als ik jong zou zijn, zou ik liever naar een café gaan waarvan ik zeker wist dat er lesbische vrouwen zijn. Waar je zeker weet dat je je vriendin een kus kan geven.” Decennialang dachten veel vrouwen er hetzelfde over. Uit binnen- en buitenland kwamen ze naar Vivelavie. „Hoeveel mensen hier niet hun coming-out hebben gehad.” Het Parool noemde haar eens ‘moeder van een heleboel lesbiennes’. „We waren daar kennelijk goed in: we maakten een babbeltje aan de bar, stelden mensen aan elkaar voor.” Van het een komt het ander. „Hoeveel huwelijksrecepties we hier niet hebben gehad van vrouwen die elkaar in Vivelavie ontmoet hebben.” Ook Rosemary ontmoette ze in de Vivelavie. Ze zijn nu 31 jaar samen. „Zóveel vrouwen, die nu nóg bij elkaar zijn.”

Voor het eerst valt het stil. „Dat het zó belangrijk was. Ik wist het niet.”