Cultuur

Interview

Interview

Natuurcamping De Vlagberg, in het stiltegebied bij Sint Anthonis, valt onder Staatsbosbeheer. „Wat gebeurt er als je hier komt voor stilte en je ligt wakker van de herrie?”, zegt de boswachter.

Foto’s Merlin Daleman

Hier heerst de stilte. En soms de festivaldreun

Stiltegebied

Op de campings van Staatsbosbeheer hoor je de bosuilen en nachtzwaluwen. Tenzij er een festival is op het vakantiepark verderop.

Kom luisteren naar de stilte. „Dat is onze slogan. Maar die kunnen we niet altijd waarmaken”, zegt Evert van Dasler van camping De Ullingse Bergen. „We hebben dit voorjaar acht weekenden gehad met herrie uit de omgeving, van festivals en kermissen. Onze gasten lagen wakker van de dreunende bassen. Ze slapen in een tent of caravan. Ik hoef u niet te vertellen wat de isolerende waarde daarvan is. Ze zeiden: wij komen volgend jaar niet meer terug.”

In de Nederlandse ziel huizen twee gedachten. We willen ons vermaken tijdens hippe evenementen. Maar we zoeken óók stressloze stilte. De belangenstrijd tussen feestgangers en onthaasters komt pregnant tot uitdrukking in het Oost-Brabantse Sint Anthonis. Drie campings liggen in een gebied dat door de provincie Brabant is aangewezen als stiltegebied, terwijl in de buurt regelmatig festiviteiten worden gehouden. „De bedoeling van stiltegebieden is het natuurlijke geluidsniveau zo veel mogelijk handhaven”, zegt een woordvoerder van de provincie. Dat bladeren ritselen en vogels krijsen is „prima”, en dat boeren er soms met een brullende tractor doorheen banjeren, „moet kunnen”, aldus de woordvoerder. „Maar het organiseren van evenementen met veel herrie staat daarmee op gespannen voet.”

Irritaties over kermissen

Dit voorjaar begonnen in Sint Anthonis de irritaties over de kermissen en festivals. Begin juli kwamen er ook nog duizenden mensen af op Extrema Outdoor, een driedaags muziekfestival op het terrein van vakantiepark De Bergen, op enkele kilometers afstand van de drie stille campings. „Wij hebben vergunningen gekregen. We voldoen aan alle eisen. We hebben dit jaar drie evenementen gehad die iets toevoegen aan ons recreatiepark en die zijn allemaal vlekkeloos verlopen”, zegt Johan van den Anker van het recreatiepark. Hij is onaangenaam getroffen door de kritiek. „Ik vind het op z’n zachtst gezegd bijzonder dat wij eerst alle vergunningen krijgen, en dat we daarna nog eens in discussie moeten gaan over het geluid. Ik steek hier m’n nek uit. Ik werk met hart en ziel aan een bedrijf dat deze regio op de kaart zet. Zou dit gebied zonder ons bedrijf regelmatig aandacht op radio en televisie krijgen? Zou er ook zo veel werkgelegenheid zijn? Zouden er dan ook zo veel boodschappen in de supermarkten worden gedaan? Als ik ’s ochtends in de spiegel kijk, ben ik tevreden. Ik heb het goed gedaan.”

Je kunt hier ’s nachts genieten van een sterrenhemel, van bosuilen en nachtzwaluwen.

Staatsbosbeheer denkt daar anders over. Het beheert twee van de drie campings in het stiltegebied. „Wij bieden onze gasten rust en natuur”, zegt boswachter Frank van Kalleveen. „Je hoort bij ons geen snelweg en geen trein. Je kunt hier ’s nachts genieten van een sterrenhemel, van bosuilen en nachtzwaluwen. Je mag op onze terreinen op een gitaartje en een blokfluit spelen. Dat staat in geen verhouding tot de herrie die we de laatste tijd van buiten horen. Er is een groeiende behoefte aan stilte in onze samenleving. Wat gebeurt er als je hier komt voor stilte en je ligt wakker van de herrie? Dan ga je overspannen terug naar huis. Als dit zo doorgaat, kunnen we onze campings beter sluiten. Dan heeft investeren geen zin meer. Laatst heb ik twee families op onze groepsaccommodatie gratis moeten laten slapen. Ze hadden te veel last van de bassen van het festival. Daarom heb ik de politiek ingeschakeld. De politiek moet kiezen hoe men dit gebied op de kaart wil zetten.”

Burgemeester Marleen Sijbers van Sint Anthonis is persoonlijk komen luisteren bij een van de festivals. „We hebben metingen verricht. Ik was er tussen twaalf en één uur ’s nachts.” Wat vindt ze er van? „Laat ik beginnen te zeggen dat we blij zijn dat er zo veel mensen afkomen op wat wij in onze gemeente te bieden hebben. Of mensen afkomen op een evenement of op de stilte, ze zijn ons allemaal even lief.” Ze constateert dat er nu eenmaal een grote behoefte bestaat aan festivals. „En we zijn trots op ondernemers die wat dat betreft iets organiseren.” Anderzijds zijn er ook bezoekers, en ook een deel van de omwonenden, die juist de stilte waarderen. „Dat is een schril contrast.”

Uit de metingen werd duidelijk dat de geluidsnormen niet werden overschreden. „Maar dat betekent niet dat mensen geen overlast ervaren. Het is als wanneer je op een camping in een tentje ligt en mensen naast je voeren een gesprek. Dan kun je niet slapen. Dat is lastig.” De oplossing? „We willen een dialoog aangaan. We moeten met elkaar in gesprek.” Ze hoopt op „creativiteit” van ondernemers die rekening met elkaar willen houden. Niet dat daarbij de bestaande wet- en regelgeving voor stiltegebieden zomaar opzij kan worden gezet. Want: „We willen wel een betrouwbare overheid zijn.”

De rust is weergekeerd

Op de campings in het stiltegebied is de rust inmiddels weergekeerd. „Gelukkig maar”, zegt de familie Brinkman uit IJsselstein, verblijvend op De Vlagberg, een van de twee natuurkampeerterreinen van Staatsbosbeheer, met veel groen, ruime kampeerplaatsen en een eenvoudig speelbos. De vrouw zit voor haar tent, verdiept in studieboeken. „We hebben onder meer gekozen voor deze camping omdat ik moet leren”, zegt ze.

Verderop hangen Renske Meilof en Olaf Bik onderuitgezakt in een campingstoel, turend naar hun twee peuters die giechelend over het gazon hobbelen. „Wij komen hier voor de rust en de ruimte”, zeggen ze. „Onze kinderen hoeven niet door een wandelend konijn te worden geamuseerd.” Af en toe horen de gasten op de camping ’s ochtends vroeg iets brommen in de verte. „Dat zijn toestellen van vliegbasis Volkel die warmdraaien”, weet boswachter Van Kalleveen. De militaire basis ligt vijftien kilometer verderop. „Kun je nagaan hoeveel je hoort als je hier een paar dagen staat en je eenmaal aan de stilte gewend bent.”

Op het tweede stille kampeerterrein van Staatsbosbeheer, De Beugense Peel, worden zomerkampen voor jongeren uit de Betuwe gehouden. Overlast van festivals hebben ze deze week niet, zeggen de begeleiders. Uit de bossen komen vijftig kinderen tevoorschijn. Ze gaan spelletjes doen. Een van de begeleiders pakt een megafoon en begint iets uit te leggen. De kinderen zingen en joelen enthousiast, bijna oorverdovend.