‘Het gevaar in de gevangenissen groeit’

Rob Minkes Voorzitter centrale ondernemingsraad Dienst Justitiële Inrichtingen

De veiligheid van mensen die in gevangenissen werken is in het geding, zeggen zij zelf. „De grens is nu echt bereikt.”

Exterieur van de gevangenis in Dordrecht.

De klassieke cipier bestaat niet meer. „Een bonk met een stierennek die met zijn grote handen de celdeur opendraait?” Nee, zegt Rob Minkes, voorzitter van de centrale ondernemingsraad van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI): er wordt tegenwoordig wel meer verwacht. „Het werk is veranderd. Reïntegratie van gevangenen in de maatschappij, en de programma’s en administratie die daarbij komen kijken, zijn net zo belangrijk als het bewaken zelf.”

PIW’ers heten ze nu, penitentiair inrichtingswerkers. Een ingewikkelder baan dan vroeger. Drukker. Maar, zegt Minkes, het is ook onveiliger geworden. „En dat kan zo niet langer.”

COR-voorzitter Rob Minkes.

Vorige week stuurde zijn COR een brandbrief naar de DJI: de veiligheid van medewerkers is niet langer te garanderen. „Zorgen hadden wij al langer”, licht Minkes telefonisch toe, „maar de grens is nu echt bereikt.”

De druppel? Dat zijn de cijfers die persbureau ANP heeft opgevraagd, over geweld tegen gevangenispersoneel. Het gaat om 1.880 geweldsincidenten in 2016, bijna eenvijfde meer dat het jaar ervoor. Ook bleek het aantal bedreigingen toegenomen tegen de ruim 13.000 medewerkers.

„Die cijfers bevestigen wat wij zelf al langer zien en horen”, zegt Minkes. „Het was alleen moeilijk hard te maken. Wij hebben dit soort cijfers regelmatig opgevraagd, maar nooit zo compleet gekregen.” Het verzuim bij de DJI is ook hoog. 7 procent, tegen een landelijk gemiddelde van 3,9 procent. Deze woensdag komen de betrokken partijen bij elkaar om te praten over oplossingen.

Wat gaat er mis volgens u?

„Bewaarders hebben te kampen met een zware onderbezetting en een hoog ziekteverzuim. De werkdruk is enorm omhoog gegaan sinds de reorganisaties, en tegelijk is er keihard bezuinigd op personeel. Dat levert nu gevaarlijke situaties op.”

Waarom?

„Dit is niet zomaar een baan. Werkdruk en een gevoel van onveiligheid zijn voor de cipier een funeste cocktail. Dit is mentaal en fysiek zwaar. Er komt heel veel adrenaline bij kijken. Je moet je voorstellen: je hebt als cipier 24 gedetineerden met één collega onder toezicht. Als je die ‘opendraait’, dat ze hun cel uit mogen, dan voel je de spanning toenemen. Dan moet je alert zijn en blijven. Als je met te weinig personeel staat – vaak ook onervaren – dan is die druk veel hoger.

„Bij een baan met adrenaline moet je op momenten ook echt tot rust kunnen komen. Dat kan niet als je omkomt in administratief werk. Dat maakt cipiers minder weerbaar, en het werk daardoor minder veilig. Mensen vallen uit. En als jij vervolgens extra diensten moet draaien vanwege ziektevezuim…”

Wat moet er gebeuren?

„Er moeten meer geschikte mensen geworven en, vooral, opgeleid worden. Cipiers zijn ambtenaren, maar worden steeds vaker vervangen door ingehuurde krachten uit de private sector. Dat is niet raadzaam. Het zijn goede mensen, op zich, maar ze worden heen en weer geschoven en leren gedetineerden en inrichtingen daardoor niet kennen. Dat is belangrijk in dit vak. Als ik een nieuwe instelling op loop, zeg PI Zaanstad, dan kost het me zeker een week op één en dezelfde afdeling om de gedetineerden te leren kennen en goed mijn werk te doen.”

Toch neemt het aantal gedetineerden al jaren af.

„Dat klopt. Maar het soort gevangenen verandert ook: meer mensen met psychische stoornissen. Verwarde mensen die een delict plegen. Daar is ons personeel onvoldoende op geschoold. Door alle reorganisaties is er geen ruimte geweest voor het opleiden van cipiers. Van mij had die brandbrief niet in de media hoeven komen. Maar de hoofddirectie neemt onze zorgen serieus. Woensdag praten we er verder over. Ik zou bijna zeggen: het kwartje lijkt gevallen.”