Gegevens mogelijk radicale moslims vijf jaar opgeslagen

Privacygevoelige data

Overheden hebben nieuwe afspraken gemaakt over de aanpak van radicalisering en willen daarvoor gevoelige gegevens vijf jaar opslaan.

Foto Koen van Weel

Overheidsinstanties gaan privacygevoelige gegevens over veronderstelde radicale moslims gedurende vijf jaar opslaan. Dat blijkt uit nieuwe afspraken die overheden hebben gemaakt over de aanpak van radicalisering. De opslag van de gegevens is omstreden, omdat het veelal gaat om personen die geen strafbare feiten hebben gepleegd.

Justitie, politie, gemeenten, reclassering en zorgverleners wisselen informatie uit over mogelijk geradicaliseerde moslims. Het kan gaan over iemands strafblad tot aan een melding van een jongerenwerker over de radicale denkbeelden van een jongere. Zulke informatie wordt gebruikt om een inschatting te maken of een persoon potentieel gevaarlijk is en om te komen tot een gezamenlijke aanpak. De opslag van deze informatie staat op gespannen voet met privacywetgeving. Overheidsinstanties hebben nu in een convenant afgesproken dat zij de informatie vijf jaar lang gaan opslaan, zoals dat ook al gebeurt met politiegegevens.

Lees hier het convenant. Op pagina 16 staat dat is gekozen voor een bewaartermijn van 5 jaar.

Noodzakelijk bewaartermijn

Deze bewaartermijn is volgens de overheden „noodzakelijk” omdat het tempo waarin mensen radicaliseren varieert. Iemand die nu radicaliseert, kan pas over een paar jaar gewelddadig worden. De overheid wil op dat moment kunnen beschikken over informatie die al eerder over zo iemand is verzameld, valt op te maken uit het convenant.

Volgens Quirine Eijkman, lector terrorisme en recht aan de Hogeschool Utrecht en Universiteit Leiden, is het langdurig opslaan van dergelijke gegevens „een ernstige inbreuk op de privacy van mensen”. Eijkman benadrukt dat het gegevens betreft van mensen die vooralsnog onschuldig zijn. „Op het moment dat wordt vermoed dat jij extremist bent, worden er allerlei gegevens over jou vastgelegd en geruime tijd bewaard. Dat is een disproportionele maatregel, met name omdat heel lastig is in te schatten wanneer een radicaal persoon nu echt een risico vormt.”

Bewaartermijn zelf bepalen

Volgens het ministerie van Veiligheid en Justitie is het opslaan van de informatie in overeenstemming met de privacywetgeving, die „geen concrete bewaartermijn” zou voorschrijven. „Organisaties bepalen zelf hoe lang zij persoonsgegevens bewaren”, stelt een woordvoerder.

De Autoriteit Persoonsgegevens laat weten op de hoogte te zijn van het bestaan van het nieuwe convenant, maar heeft de inhoud ervan nog niet getoetst. „Verwerkingen van persoonsgegevens en koppelingen van databestanden hebben uiteraard onze aandacht”, aldus een woordvoerder van de privacywaakhond.

„Indien wij signalen krijgen dat hier iets gebeurt wat niet voldoet aan de wet, dan kunnen wij besluiten hierop actie te ondernemen.”