Column

De macht van Big Tech is niet eeuwig

Tien keer iets liken en een algoritme kent je beter dan je collega’s op je werk. Om een huisgenoot te verslaan zijn 70 likes nodig en 300 voor je echtgenoot! Dat toont een onderzoek van Cambridge University. Als algoritmes ons zo op de huid zitten, rijst de vraag wie erachter zitten. Wie bestuurt de digitale wereld?

Het antwoord lijkt simpel: het hyperkapitalisme. Grote technologiebedrijven uit Silicon Valley maken de dienst uit. Apples beurswaarde is vergelijkbaar met ons jaarlijkse bbp en Facebook heeft meer gebruikers dan China inwoners. Mark Zuckerberg heeft mogelijk politieke aspiraties en Elon Musk heeft grote plannen voor de mensheid, in de ruimte en onder de grond. Bedrijven als Amazon, Microsoft en Google: onder sommige Democraten en zelfs Republikeinen gaan stemmen op om ze op te breken.

De organisatie van het internet ligt allerminst vast: technologie is niet deterministisch

Toch is het nog maar de vraag of de toekomst van hen is. Ten minste twee andere scenario’s zijn denkbaar. Ten eerste groeit de greep van overheden op het internet. In India is het Aadhaar-systeem ingevoerd, de grootste biometrische database in de wereld. De vingerafdrukken en irisscans van meer dan een miljard Indiërs zitten in een systeem waar uitkeringen, burgerinformatie en rekeningen aan gekoppeld zijn. In China wordt geëxperimenteerd met sesame credits: een sociaalkredietsysteem waarbij iedere burger een score krijgt voor zijn gedrag. Vier keer per week naar de sportschool? Je premies gaan omlaag. Vaak ’s avonds aan het gamen? Kleinere kans om op een topuniversiteit te komen. Dat lijkt hyper-orwelliaans. Dit soort overheid hoeft niet door je vuilnis te spitten en je op te pakken; op subtiele wijze kan die je gedrag ‘nudgen’. Maar: worden we niet al op deze manier aangestuurd door bedrijven als Uber en Airbnb? En als deze overheden democratisch gekozen zijn, is dit scenario misschien geen slecht alternatief. De onder druk staande verzorgingsstaat zou nieuw leven ingeblazen kunnen worden door via data onmiddellijk te helpen waar het echt nodig is.

Dan is er nog een mogelijkheid. Het was de droom van het vroege internet om de individuele burger te bevrijden van centrale machten als bedrijven en overheden. Die droom leek begraven, maar er is een opleving gaande. Steden als Parijs, Amsterdam en Barcelona leggen globale internetplatformen als Airbnb en Uber aan banden en er worden lokale en coöperatieve alternatieven opgericht. Nieuwe technologische ontwikkelingen wijzen ook op decentralisering. Naarmate algoritmes goedkoper en vrijer beschikbaar worden, kunnen globale platformen minder waarde naar zich toe trekken. Versleuteling ondermijnt surveillance en controle. En op basis van technologieën als blockchain worden betaalmiddelen en autonome organisaties ontwikkeld die functies van banken en overheden overbodig moeten maken.

De organisatie van het internet ligt dus allerminst vast. Technologie is niet deterministisch. Ook in het verleden waren de makers van nieuwe technologieën als spoorwegen, elektriciteit en auto’s aanvankelijk oppermachtig. Sjoerd Bakker laat in zijn boek From Luxury to Necessity zien dat bij elke technologische revolutie na verloop van tijd de grootste waardecreatie lokaal en dichtbij burgers plaatsvindt: elektriciteit veranderde het huishouden dramatisch. De auto bracht suburbia, winkelcentra en restaurants binnen het bereik van gewone burgers. Maar technologiebedrijven werden uiteindelijk algemene voorzieningen – middelen voor burgers om hun leven te verbeteren. De grote internetplatformen lijken nu heel machtig, maar net als elektriciteit en spoorwegen vervullen zij straks misschien slechts een nutsfunctie. Als ze ons beter kennen dan onze eigen partners, is dat maar goed ook.