Opinie

De Gay Pride is niet meer gay

De Gay Pride heet dit jaar ‘Pride Amsterdam’. Transgenders zijn daar niet mee geholpen, menen en . Wel de hetero’s die daar met een bootje hun imago komen oppoetsen.

Ook Defensie vaart mee in de Canal Parade. Foto Bas Czerwinski / ANP

Niet alleen in naam, ook in de praktijk is de afkalving van het homoseksuele al jaren bezig. Bij de bekende botenparade varen steeds meer bedrijven en organisaties mee die niets hebben met homoseksualiteit, maar die het evenement gebruiken om zichzelf te promoten.

Vorig jaar waren er tachtig boten. Uit een reconstructie blijkt dat ongeveer een kwart daarvan als gay aangemerkt kan worden. Het gaat om LHBT-organisaties en -bedrijven zoals dragshowbar De Lellebel en jongerensite Expreszo. Daarnaast was nog eens een kwart ‘gay gerelateerd’. Dat zijn bijvoorbeeld de roze takken van politieke partijen en de GGD Amsterdam. De rest, de helft dus, was van overheden en bedrijven waar niks gays aan is, zoals het ministerie van Defensie, Adidas en PostNL.

Zo verwateren de doelen

Inclusiviteit is altijd een hoofddoel geweest van de homo- en lesbobeweging. Al vanaf eind negentiende eeuw wordt er gestreden voor formele rechten en maatschappelijke acceptatie van mensen die afwijken van de heteronorm. In de loop der tijd is de afkorting LHBT in zwang geraakt: biseksuelen werden apart benoemd en de groep werd uitgebreid met transgender mensen, omdat zij discriminatie ervaren die verwant is aan homodiscriminatie. Recentelijk worden daar vaak letters bij gezet, zoals de Q voor queer, de I voor intersekse en de A voor aseksueel. Hoewel dit binnen en buiten de gemeenschap soms irritatie opwekt, laat deze uitbreiding zien hoe belangrijk inclusiviteit is.

Lees ook het opiniestuk van Maxim Februari: LHBTQI: een hutsekluts van hippe onzin

Ook de onlangs aangekondigde wijzigingen in aanspreekbeleid van de gemeente Amsterdam en de NS betreffen inclusiviteit. Door mensen als ‘bewoners’ of ‘reizigers’ aan te spreken, worden zij die zich niet identificeren met dames of heren ingesloten. Zulke regenboogtaal is er niet alleen voor transgender personen, maar voor iedereen die vindt dat sekse niet relevant is bij mededelingen over vuilnisophaal of vertragingen.

Waar inclusiviteit in communicatie alleen toegejuicht kan worden en moeilijk valt in te zien waarom iemand daar last van zou kunnen hebben, is dat anders bij het verbreden van de Gay Pride naar ‘Pride’. Juist door te verruimen, verwateren de doelen die de Gay Pride voor ogen zou moeten hebben. Het heeft wat weg van de kritiek die er was op ‘Black Lives Matter’. Door ervan te maken ‘All Lives Matter’ mis je het punt. Met de verbreding wordt de eigenlijke groep onzichtbaar.

Voor de Canal Parade geldt hetzelfde. Op zich is het lovenswaardig dat bedrijven en instellingen zich graag associëren met de Gay Pride, maar het gevolg is dat een groot aantal echte gay-organisaties niet mee kan varen. Deels omdat er simpelweg geen plek voor ze is en deels omdat meevaren inmiddels een investering van duizenden euro’s vergt. En het is in dat licht dat de naamsverandering opeens suspect wordt. Gaat het hier nu echt om het oplossen van een bestaand probleem, namelijk dat niet iedereen in de LHBTQIA-gemeenschap zich thuis voelt bij ‘gay’, of wordt hier de al jaren gaande vertrutting bevestigd door bedrijven te apaiseren die misschien liever een neutrale term zien?

Het waren nichten, potten en transseksuelen

Terwijl de botenparade elk jaar op gevarieerde kritiek kan rekenen, hoorden we nooit onvrede over het woord gay. Enerzijds is die term historisch relevant en anderzijds is ze altijd inclusief geweest. Gay is breder dan alleen ‘homomannen’. Het waren nichten, potten en transseksuelen samen die op 28 juni 1969 de Stonewall Inn opeisten als veilig terrein en de intimidatie van de New Yorkse politie niet langer pikten. De Gay Pride is dus altijd al inclusief geweest en, belangrijker nog, begonnen als verzet, als politiek engagement. Daarbij past geen verflauwde algemene term als ‘Pride’. Door het onderdeel ‘Gay’ te schrappen wordt het beeld van een overwegend commerciële carnavalsoptocht zonder inhoud bevestigd en dat is schadelijk.

Lees ook de tegenovergestelde opinie van Mounir Samuel: Mijn bestaan roept ook vragen over uw wezen op

De oplossing is simpel: sta niet toe dat non-gay een plek opeist in de parade. Steun van hetero’s en bedrijven is gewenst en welkom, maar die hulp is niets waard als hij alleen voorwaardelijk wordt gegeven. Iedereen die meevaart zou een aantoonbaar gay-profiel moeten hebben. Het kan dan gaan om een roze afdeling van een organisatie, zoals Roze in Blauw van de politie, of een verankering van regenboogdoelstellingen in beleid, bijvoorbeeld op HR-gebied.

Als zo’n roze profiel ontbreekt kan er nog steeds support gegeven worden. Iedere organisatie die de emancipatie een warm hart toedraagt kan een club die zich wél dagelijks inzet voor LHBT-belangen financieel steunen. Vanaf de kant kan je dan trots kijken naar jouw boot: een homobar, lesbische sportvereniging of andere gay-groep die nu niet mee mag doen. De parade hoort een viering te zijn van anders-zijn, van fetisjen en fantasieën die niet passen binnen de alomtegenwoordige heteronorm. Gay Pride is een protest, een noodkreet die nog steeds nodig is. Als je daar als hetero naar wilt zwaaien, is er genoeg plek op de kade. Zo laat je zien dat het engagement oprecht is en vermijd je het verwijt dat het alleen om eigengeilerij gaat. Make Pride Gay Again!