Interview

‘Burgemeesters moeten een grens trekken’

Elly Blanksma Burgemeester Helmond

De Helmondse burgemeester Elly Blanksma maakt met elk raadslid individuele afspraken om infiltratie van de criminele wereld te voorkomen.

Een raadslid van de Helmondse gemeenteraad was eigenaar van een pand. Dat pand had hij verhuurd. Aan de verkeerde, zo bleek: er werd een wietplantage ontdekt. Burgemeester Elly Blanksma van Helmond wilde het pand sluiten. Ze werd persoonlijk benaderd, door een raadslid en door een wethouder. Of ze „wilde overwegen het pand niet te sluiten”. Want, zo zou de wethouder hebben gesteld: het pand werd verhuurd en dus wisten de eigenaren niks van de wietplantage.

Wanneer het is gebeurd, wil burgemeester Blanksma (CDA) niet zeggen. Ook niet om welke partijen het gaat en of de betrokken politici nog actief zijn. Maar ze vindt het een belangrijk voorbeeld van „beïnvloeding op subtiele wijze” in de lokale politiek. Of, zoals ze het zelf zegt: „Dit was een grens, die ik duidelijk moest trekken.” Het pand werd uiteindelijk niet gesloten, omdat Blanksma daar onvoldoende wettelijke mogelijkheden voor had.

Werd u onder druk gezet?

„Er is niet tegen mij gezegd: als je het pand toch sluit, dan gebeurt er dit of dat. Maar er is wel druk uitgeoefend, ja. Het is een moment dat wij als bestuurders onze rug moeten rechten. Door dit soort voorbeelden moeten we ons bewust worden van waar de grens ligt. Raadsleden en wethouders hebben een voorbeeldfunctie, die moeten gewoon integer zijn.”

Wat kunt u dan doen?

„We hebben pittige, individuele gesprekken gevoerd met het raadslid en de wethouder. We wilden de boodschap overbrengen dat dit echt niet kan.”

Onderzoekers, een raadsledenvereniging en anderen waarschuwen voor criminele infiltratie in de lokale politiek. Herkent u dat gevaar?

„De leden van de gemeenteraad maken onderdeel uit van de samenleving. En daar zitten verbanden. Je hebt te maken met belangenverstrengeling, met panden van raadsleden waar dus plantages in kunnen komen, maar mogelijk ook met contacten met de criminele wereld. En dat wil je niet. Dus wij hebben een half jaar geleden met iedereen in de raad een soort herenakkoord gesloten. Ze tekenen een contract waarin ze met me afspreken dat ze het bij mij melden als ze onregelmatigheden zien bij elkaar.”

Het contract is bedoeld om grip te krijgen op „ondermijnende activiteiten.” Zo staat er omschreven wat raadsleden kunnen doen als ze twijfelen over het handelen van andere raadsleden, leden van het college of ambtenaren.

Vertrouwt u uw wethouders en raadsleden nog?

„Ja, absoluut. Maar je moet als burgemeester wel bewust zijn welke zaken je deelt. Ik ben van mening dat je in het college heel veel, ook gevoelige zaken moet kunnen delen. In het contact met raadsleden ben ik soms iets minder specifiek. Dan heb ik het wel over ondermijnende criminaliteit, maar zonder daar altijd heel gedetailleerd op in te gaan.”

In 2018 zijn er gemeenteraadsverkiezingen, dan komen er weer een hoop nieuwe lokale politici.

„Iedereen kan natuurlijk een politieke partij oprichten. En als burgemeester heb je niet meteen invloed op wie er dan op zo’n lijst komen te staan. Wat wij doen, nu de gemeenteraadsverkiezingen eraan komen, is om met alle fractievoorzitters gesprekken te voeren. We bieden aan om mee te denken over een mogelijke screening. Dat zijn gesprekken met een potentieel raadslid, waarin we gewoon uitleggen wat er wel kan en wat niet. Want het is niet altijd zwart en wit wat er wel en wat er niet kan. Soms is er een grijs gebied, denk aan een raadslid dat bijvoorbeeld een positie inneemt bij een voetbalclub die onderwerp van onderzoek is.”

Wanneer bent u tevreden?

„We kunnen niet anders dan dit blijven doen. Dit is geen kwestie van een cursusje. Je moet raadsleden blijven voorlichten. Wij moeten als burgemeesters nu de rug recht houden, een grens trekken en dat heel duidelijk communiceren.”