Brieven

Genderneutraliteit (1)

Geen dictatuur: aardig

Ik begrijp niet wat het punt van Charlie Boissevain is (Brieven, 29/7). ‘Mag een minderheid haar wil opleggen aan meer dan 99 procent van de bevolking?’, vroeg hij zich af. Waar maakt hij zich in vredesnaam druk om? Wie in Amsterdam woont, is een Amsterdammer. Wie met de trein reist, is een reiziger. Dat lijkt me relevanter dan het geslacht van de desbetreffende persoon. Als het niet officieel aangekondigd was, was de aanspreekvormverandering niet eens opgemerkt. En wat het kleine aantal betreft: als er één genderfluïde persoon in de trein zit te stralen omdat-ie zich niet langer buitengesloten voelt, is het toch de moeite waard? Dat is geen dictatuur, dat is gewoon aardig zijn. Tenzij de heer Boissevain bezwaar aantekent omdat hij zich toch echt géén reiziger voelt terwijl hij reist, heeft hij geen goede gronden om tegen deze genderneutrale aanspreekvorm te zijn.

Genderneutraliteit (2)

Trap na

Dat sommige transseksuelen zich wél thuis voelen in een binair gendermodel is een waardevolle kanttekening in het debat rondom genderneutraliteit. Maxim Februari (Ik heet liever meneer dan transgender, 29/7) vindt het echter nodig om over non-binaire personen te spreken als „types die een beroep maken van hun identiteit” en noemt LHBTQI een „hutsekluts van hippe onzin”. Het is nogal vreemd om genderfluïde mensen een obsessie met hun identiteit te verwijten. Het zijn immers juist binaire cis-mannen en cis-vrouwen die in een nationale crisis raken, wanneer zij te horen krijgen dat hun gender tijdens de treinreis niet langer centraal staat. Wie maakt hier nu precies een beroep van zijn of haar identiteit? Ook is het gemakzuchtig om genderfluïditeit als ‘hip’ of ‘onzin’ te bestempelen: genderoverschrijdende gedragingen komen voor in alle tijden en culturen. Het is hoogstens de zichtbaarheid die vandaag de dag is toegenomen. Tot slot hebben de ‘letters’ LHBTQI wel degelijk een gemene deler. Al deze groepen zijn immers gebaat bij een samenleving zonder dominante, uitsluitende en heteronormatieve gendernormen. Deze verandering vereist echter wel onderlinge solidariteit – jammer dat Februari non-binaire mensen liever een trap na geeft.

Overwerk

Zorg ook voor de dokter

In het artikel Topman in de touwen (23/7) wordt de vraag gesteld of drukte onder topbestuurders taboe is. Op de plek van topbestuurders zou evengoed ‘artsen in opleiding’ kunnen staan. Afgelopen april pleegde mijn nichtje – geneeskundestudent – zelfmoord. Niemand had een idee van de wanhoop en het verdriet dat zij voelde. In december 2016 verscheen in een van de belangrijkste medische tijdschriften wereldwijd (Journal of the American Medical Association) een artikel over het aantal depressies onder geneeskundestudenten. Dat ligt rond de 27 procent, tegenover 9 procent in de rest van de bevolking. Daarnaast blijkt 11 procent van de geneeskundestudenten na te denken over suïcide.

Misschien kunnen we – in de medische wereld, maar ook in het bedrijfsleven – beginnen met open te zijn over onze moeilijkheden om zo het taboe te doorbreken. Daarnaast heerst een stilzwijgen over wat de filosoof Socrates noemde: de zorg voor zichzelf. Naar mijn idee moeten medische universiteiten zich daarom niet alleen richten op het afleveren van goede wetenschappers en dokters, maar ook op mentaal gezonde individuen. Ook voor de (aankomend) dokter moet worden gezorgd.


arts

Praten over zelfdoding kan bij hulp- en preventielijn ‘Zelfmoord? Praat erover’. Telefoon 0900-0113 of www.113.nl

Correcties/aanvullingen

Blauwe hap

In de rubriek Zap (25/7, p. C5) wordt gesproken over militair jargon. Met name bij de marine gebruikt men de term ‘blauwe hap’ voor een rijsttafel, en niet ‘blauwe tafel’.

Rivier van de Leeuwen

In het artikel over de strijd om grond in Kenia (Zij daar, zij zijn anders dan wij, 31/7, p.12) wordt in de intro de Rivier van de Leeuwen gesitueerd in Oost-Kenia. Dat moet zijn: West-Kenia.