Je zult maar door je eigen boot overvaren worden

Watersporters Miljoenen mensen gaan jaarlijks het water op. Komen daar ongelukken van? Mee met de waterpolitie.

Met een diepe brom scheert een oud jachtvliegtuig over het Veluwemeer. „Er zijn ook boten die zo klinken”, zegt politieagent Sander van Boven achter het roer van zijn rubberen ‘rib’. Een paar weken terug nog gaf hij een stopteken aan een powerboat. „Die ging er vol gas vandoor met zijn achtcilindermotor. Dan zijn zelfs wij kansloos, dat wist hij ook. We kregen nog net geen… [agent Van Boven steekt heel kort zijn middelvinger op].”

Dit is het type watersporter waar Van Boven en zijn collega Bob Horsman op gespitst zijn. Hardvaarders, die vaarregels negeren en soms een grote bek geven als ze een aanwijzing krijgen. Horsman: „Moet je geen boeven vangen, zeggen ze dan.”

Van Boven en Horsman zijn eigenlijk „allroundagenten” op de wal, maar een paar weken per jaar hebben ze dienst als ‘politieschipper’. Hun werk varieert van het controleren van vaarbewijzen tot het dreggen naar waterlijken. Voor dat laatste hebben ze een hele uitrusting in een pick-uptruck. Inclusief grijparm: ‘lijkendelenpicker’ staat op de steel.

Op mooie dagen is er „een klein dorp” op de randmeren bij Harderwijk, vertelt Van Boven. Van zwemmers, surfers en zeilers tot plezierjachten, jetski’s en speedboten met waterskiërs of kinderen op uitzwenkende ‘funbanden’ erachter. „Aan het begin van het seizoen moet je veel mensen weer even de spelregels uitleggen”, zegt de agent.

Een mooi stadsstrand

In Harderwijk wordt Waterfront gebouwd: een wijk aan het water met 1.400 woningen, havens en een „nieuwe kustlijn”. Van Boven: „Iedereen wil het water op en steeds meer gemeenten stimuleren watersport met een mooi stadsstrand.”

Per jaar gaan 2,6 miljoen volwassenen in Nederland één of meerdere keren per jaar het water op, volgens een raming van HISWA, brancheorganisatie van de watersport. „Het mogen er van ons dubbel zo veel worden – dat is het belang van de industrie”, zegt directeur Geert Dijks.

Met zo veel waterverkeer gebeuren er ook ongelukken – soms ernstige. Op de Amer bij het Brabantse Drimmelen zonk begin juli een huurbootje na een aanvaring met een speedboot. Er vielen twee gewonden. In het Gelderse Well overleed eind mei een 14-jarige zwemmer die waarschijnlijk is overvaren door een jetski. De dorpsraad schreef een brandbrief over de „zeer gevaarlijke situatie” op de Maas.

Tegelijkertijd is er de laatste jaren sterk bezuinigd op de waterpolitie. Mede daarom voert de waterpolitie actie: sinds afgelopen donderdag krijgen overtreders geen bon meer, maar alleen nog een waarschuwing. De landelijke eenheid, die onder meer de beroepsvaart op de binnenwateren controleert, bestaat nog uit 170 politiemensen. Het betekent dat ‘gewone’ politieschippers meer werk hebben en professionaliseren, zeggen Van Boven en Horsman.

Maar of er ook méér ongelukken op het water dan vroeger gebeuren, is niet te zeggen, volgens woordvoerder Joris Schouten van Rijkswaterstaat. Het aantal geregistreerde „scheepsongevallen” met recreanten op binnenwateren lijkt in tien jaar spectaculair gestegen van ongeveer 110 naar 570 vorig jaar. „Alleen, het komt vooral door betere registratie”, relativeert Schouten. Het aantal ernstige aanvaringen tussen recreanten is bovendien zeer beperkt: een handvol per jaar. „Mensen denken wel dat de meeste ongelukken op het water door recreanten komen, maar dat is niet zo.” Bij eenderde van alle scheepsongelukken op binnenwateren zijn recreanten betrokken.

Het Verbond van Verzekeraars en Nederlands grootste schadeverzekeraar Achmea houden de claims van booteigenaren niet bij, zeggen ze.

Agent Bob Horsman controleert op het Veluwemeer of watersporters een vaarbewijs hebben en het dodemanskoord gebruiken, waardoor de motor afslaat als ze overboord slaan. Foto’s Bram Petraeus

Boten huren of delen

„Wij zijn een sector die niet echt gemeten wordt”, zegt Dijks van HISWA. „En als iemand op een bootje een hartaanval krijgt, wordt dat ook geteld als een ongeluk met zwaar letsel.” Dijks weet wel dat er in totaal 400.000 plezierboten zijn. Dat aantal slinkt licht, omdat mensen boten delen of huren, of ze worden verkocht aan het buitenland. Dijks: „Maar dat betekent nog niet dat er ook minder gevaren wordt.”

Over het algemeen is het veilig op het water, volgens Dijks. „Zeker eigenaren van boten, die kennen de regels en zijn voorzichtig. Er is ook genoeg ruimte. Maar er zijn wel drukke knooppunten waar je moet uitkijken. In steden, bij sluizen en in vaarwater met zwemmers.”

Daar mag je zo hard als je kunt - of zo hard als je durft

Overheid en branche hebben weleens onderzoek gedaan naar ongevallen met watersporters over de periode 2004-2013. In die jaren gebeurden bijna 340 „significante” ongelukken tussen recreanten. In tweederde van de gevallen ging het om eenzijdige botsingen met een schip en aanvaringen met bruggen of kribben. Meest genoemde oorzaak: bedieningsfouten, door verkeerde inschatting, een navigatiefout of „onverantwoord gedrag” van de schipper.

Keurig gescheiden

Op het Veluwemeer worden de watersporters keurig gescheiden, leggen politieagenten Van Boven en Horsman uit. In de vaargeul, tussen de rode en groene boei, mag je maximaal 20 kilometer per uur en daarbuiten 9. En aan de noordkant is een snelle baan, gemarkeerd door gele boeien met waterskiërs erop. „Daar mag je zo hard als je kunt – of zo hard als je durft”, zegt Van Boven.

De politierib (140 pk) vliegt over het water naar een motorbootje dat in de snelle baan juist langzaam voorbijtuft – ook niet de bedoeling. „Wel grappig”, zegt bestuurder René Janssen uit Wijchen. „Ik ben nog nooit gecontroleerd. We gingen net wél hard, hoor.” „Weet je wat pas levensgevaarlijk is?”, zegt zijn vrouw Tiny tegen de politieschippers. „Al die kinderen die bij Elburg in de vaargeul zwemmen. Je ziet ze niet. Doe dan een badmuts met vlaggetjes op of zoiets.”

Door zijn verrekijker ziet Horsman in de verte een flinke witte boeggolf. Een vader test met zijn zoons een pas gekochte tweedehands speedboot uit. Horsman: „U ging zeker dertig.” De vader: „Nee, hoogstens 20, 22. Dat kan ik zien op mijn teller.”

Horsman vraagt naar zijn vaarbewijs, brandblussers, reddingsvesten en controleert of de bestuurder het rode ‘dodemanskoordje’ wel om zijn arm of been heeft. Als je overboord slaat mét dit koordje dat aan het dashboard vastzit, slaat de motor ook af. Je zult maar overvaren worden door je eigen boot. Horsman: „Geen koordje is 220 euro boete.”

Alles was in orde, zegt Horsman later. „Die boot ging alleen wel te hard, je mag hier sowieso maar 9 kilometer per uur. Alleen, die discussie ga ik niet eens aan. Hij heeft een waarschuwing gehad, die noteren we altijd voor een volgende keer. Als mensen dan wéér in overtreding zijn, krijgen ze wel een bekeuring.”

„Op het water is de sfeer meestal ontspannen”, zegt Van Boven. „Daar moet je een beetje in meegaan. We schrijven niet direct bonnen. Het gaat erom dat mensen hun gedrag veranderen als dat nodig is.”

De meeste schippers kennen de vaarregels wel, en alcohol is niet het probleem in het waterverkeer, zeggen de politie-schippers. Van Boven: „Je hebt hier in de buurt wel het ‘partyeiland’, waar jongeren stevig drinken. Maar achter het roer blijven de meeste mensen toch nuchter, merken wij tijdens alcoholcontroles.”

Jongeren vormen wel een risicogroep, zegt de agent: „Als de ouders een jacht kopen, krijgt zoonlief vaak een rubberbootje. Zo’n jongen van twaalf, dertien heeft ten eerste vaak geen vaarbewijs. Met een motortje van 8 of 10 pk gaat hij al snel 35 kilometer per uur, want het bootje weegt niks en het jochie ook niet. Zo’n jongen kan overboord slaan en zonder dodemanskoordje blijft zijn bootje dan om hem heen cirkelen. Dan gaan we met ouders in gesprek. Die schrikken – en vaak wordt er dan toch een lichter motortje op gezet.”