De terugkeer van het rauwe Royal Antwerp

Belgisch voetbal

Traditieclub Antwerp FC speelt na dertien jaar weer op het hoogste niveau in België, na een periode van desillusies en wanbeleid.

Werk in uitvoering: FC Antwerp krijgt een nieuwe hoofdtribune (boven). Antwerp-fans zorgen met vuurwerk voor ambiance. Foto’s Hollandse Hoogte

Voor de geïmproviseerde perstribune, die zowel voor een marktkraam als een zomerbar kan doorgaan, belemmeren hekken het zicht. Terwijl een radiocommentator op zijn tenen moet staan om het hele veld te kunnen overzien, doet zijn collega van de tv verslag vanuit een kampeerstoel aan de zijlijn. Welkom bij Royal Antwerp Football Club, de oudste voetbalclub van België (in 1880 opgericht), dat na dertien jaar opnieuw in de Eerste Klasse speelt.

Tot op heden is het Bosuil-stadion in de Antwerpse deelgemeente Deurne een bouwput. Tussen de betonmolens en hijskranen moet over enkele maanden een nieuwe hoofdtribune verrijzen. Het decor ontbeert alle flair en grandeur die past bij een club met deze historische lading. In de seizoensopener van de Belgische competitie hield Antwerp FC vrijdagavond landskampioen Anderlecht in bedwang (0-0). De troosteloze omgeving waarin dat zich afspeelde, is symptomatisch voor de knip-en-plakcultuur van de befaamde club.

Vergane glorie

Het Belgische journaille neemt de logistieke ongemakken voor lief. De traditieclub is een aanwinst voor de Eerste Klasse. Haar werkelijke rijkdom schuilt immers niet in de infrastructuur, maar in haar aanhang. Zodra de spelers het veld betreden, schallen liederen uit 12.000 uitzinnige kelen. Fans getooid in de rood-witte clubkleuren zorgen voor een kolkende ambiance. Bengaals vuur verwelkomt de tegenstander in ‘de hel van Deurne-Noord’. Taferelen die in België zelden zijn vertoond.

Dat neemt niet weg dat Antwerp FC toch vooral vergane glorie is. Van de faam van de club, die in 1957(!) zijn vierde en laatste landstitel won, is het fanatieke publiek nog het enige tastbare bewijs. Dat vormt het daadwerkelijke kapitaal van de ploeg. Hun engelengeduld wordt met de terugkeer op het hoogste niveau beloond. De ‘Great Old’ zet hiermee een streep onder een periode waarin het sinds de degradatie in 2004 van de ene desillusie in de andere tuimelde. De traditieclub wil weg uit de krochten van het Belgische voetbal.

Antwerp-speler Geoffry Hairemans groeide op in de buurt van het stadion. Op het parkeerterrein schetst hij na het duel met Anderlecht wat dit betekent voor het hondstrouwe publiek. „Je ziet het aan al die gezichten, je voelt het gewoon”, vertelt hij, terwijl op de achtergrond een generator ronkt. „Deze club hoort in de hoogste divisie. We zaten diep. Zonder deze aanhang bestond de club niet meer.”

Verouderd stadion

In Antwerpen lijkt de tijd te hebben stilgestaan. De club ademt nostalgie. Het verouderde stadion, gebouwd in typisch Engelse stijl, is een erfenis van het oude bewind. Reclameborden zijn bedekt met mos. Bestuursperikelen, verkeerde bazen, financiële problemen en instabiel, inconsistent beleid hielden de club jarenlang in een wurggreep. Meermaals was een faillissement dichtbij.

Met de rentree van Antwerp op het hoogste niveau kunnen de fusieplannen met aartsrivaal Beerschot-Wilrijk definitief de ijskast in. Ook deze club, waar Moussa Dembélé en Jan Vertonghen in hun jeugd gespeeld hebben, kwakkelt immers al jaren. De tweede stad van het land speelt al geruime tijd geen rol van betekenis meer in het Belgische voetbal. Volgens François Colin, voormalig chef Sport van Het Nieuwsblad, is de verklaring simpel. „Het wanbeleid van de Antwerpse clubs dat decennialang aanhield, bracht het voetbal in de stad tot stilstand. Beerschot leefde jarenlang boven zijn stand. Vroeg of laat loopt het dan een keer mis. Antwerp verwaarloosde de jeugdopleiding. Nog steeds ontbreekt het daaraan.”

Angst voor harde kern

Maar de olifantenhuid van de trotse Antwerp-supporters is bestand tegen veel malheur. Ondanks de sportieve en financiële crisis trok Antwerp op het tweede niveau wekelijks volle stadions. Het spandoek dat de harde kern van de aanhang voor het duel met Anderlecht ontrolde, bevestigt de reputatie van rauwe volksclub. ‘We don’t come in peace’ stond erop. Uit angst voor ongeregeldheden wilden omliggende gemeenten, zoals Beveren en Lier, hun stadion liever niet beschikbaar stellen aan Antwerp.

Colin onderschrijft de beruchte reputatie van de fans, maar benadrukt de meerwaarde voor het Belgische voetbal. „Deze club teert op traditie en bulkt van potentie. Ze hebben alles om in de top mee te draaien. Naast de geweldige achterban is er nu ook geld.”

De financiële slagkracht van Paul Gheysens biedt de club perspectief. Luciano D’Onofrio, die veel connecties heeft in het internationale voetbal, zorgt voor een frisse aanpak van het sportieve beleid. Dat D’Onofrio in het verleden Standard Luik vanuit een gelijksoortige situatie naar succes leidde, biedt hoop. Afgelopen week schuwde D’Onofrio de grootspraak niet. Binnen vijf jaar wil hij met Antwerp meestrijden om de landstitel. Vraag is of hij zijn ambities kan realiseren of dat het loze woorden blijken en alles bij het oude blijft.