De plaat is Joods – de muziek niet per se

Tentoonstelling

Het Joodse aandeel in de internationale platenindustrie valt niet te onderschatten, ziet op een expositie in het Joods Historisch Museum.

De uitvinder van de grammofoonplaat was Joods. Normaal gesproken zou dit een irrelevante mededeling zijn. Maar niet als dit te lezen staat op het allereerste tekstbordje van de tentoonstelling The Jewish Jukebox in het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Want die laat zien hoe omvangrijk het Joodse aandeel was (en is) in de internationale platenindustrie. Met vele honderden hoezen en een platenbar om naar eigen keuze te luisteren.

Hoe die uitvinder heette, weten maar weinigen meer. Veel bekender bleef Thomas Alva Edison, wiens eerste geluidsdrager echter vooral als dicteermachine was bedoeld. Maar het was de uit Berlijn naar New York geëmigreerde Emile Berliner, die eind negentiende eeuw inzag hoe belangrijk de geluidsregistratie zou kunnen zijn voor het vastleggen van muzikale prestaties. En hij verving de wasrollen van Edison door een platte schijf. Eerst van schellak en later van vinyl.

De eerste blikvanger op de tentoonstelling is een jukebox: een Rock-Ola uit 1956, met meer dan honderd singles van sterren als Bette Midler, Bob Dylan, Simon & Garfunkel, Dire Straits, Billy Joel, Neil Diamond en Barbra Streisand. Uiteenlopende grootheden die eigenlijk alleen maar gemeen hebben dat ze Joods zijn. Waarmee de samenstellers van The Jewish Jukebox meteen hun punt maken: zo veel zijn het er dus. En even verderop wordt de bezoeker via een picture disc ook nog even herinnerd aan de betreurde Amy Winehouse. Die mocht in deze sterrenparade niet ontbreken.

De expositie doet geen poging de prominente Joodse rol in de amusementsindustrie – ook in film, theater en televisie – te verklaren. Wel plaatsen de samenstellers een passende kanttekening over al die artiesten: „Hoewel ze allemaal van Joodse afkomst waren, maakte ze niet noodzakelijkerwijs Joodse muziek.” Sommigen natuurlijk wel, zoals het klezmer-trio van Irving Fields met de lp Bagels and Bongos. En ook de Amerikaanse komiek Mickey Katz die op zijn lp My yiddishe Mambo een koddige combinatie liet horen van Zuid-Amerikaanse dansmuziek en een jiddisch vocabulaire. Maar bij de meeste Joodse artiesten speelde hun afkomst geen rol in wat ze zongen. Talkin’ Hava Nagila Blues van Bob Dylan was waarschijnlijk een grapje. Hava Nagila betekent ‘laat ons gelukkig zijn’.

The Jewish Jukebox, Joods Historisch Museum, Amsterdam, t/m 7/1.