Recensie

U2 overstijgt met ‘The Joshua Tree’ en Corbijn ruim de nostalgie

Met nieuwe beelden uit de Mojavewoestijn is fotograaf Anton Corbijn stille ster van fantasierijk vormgegeven en indrukwekkend concert van Ierse topgroep.

Bono en The Edge in Amsterdam tijdens het The Joshua Tree concert zaterdagavond Foto Ferdy Damman/ANP KIPPA

„Niets is veranderd, alles is anders.” Met die dubbelzinnige mededeling rechtvaardigde zanger Bono dat U2 dertig jaar na dato terugkeert naar The Joshua Tree, nog altijd het beste en meest succesvolle album van de Ierse topgroep. De stille ster van de show is fotograaf en filmmaker Anton Corbijn, die in 1987 de hoesfoto’s maakte en die terugkeerde naar de Mojavewoestijn voor nieuwe filmbeelden bij nummers die intussen tot het collectieve popgeheugen behoren. Zijn oersimpele, in zwartwit geschoten roadmovie bij ‘Where the Streets Have No Name’ op het immense scherm was de indringende ouverture voor The Joshua Tree anno 2017. Beelden van sombere voorbijgangers (vluchtelingen, daklozen, Mexicanen?) symboliseerden U2’s kritische houding ten aanzien van het veranderende Amerika.

U2 maakt het zich niet makkelijk met de vertolking van een heel album, dat op het moment van uitkomen niet bedoeld was om integraal en in deze volgorde op het podium gebracht te worden. The Joshua Tree verschiet veel van zijn kruit in het eerste kwartier waarin de drie hitsingles passeren. Na ‘With Or Without You’, gebracht met schitterende beelden van een in kleur verschietend woestijnlandschap, werd het tempo gaandeweg lager en veranderde de muziek van uitbundig naar atmosferisch. U2 begon de eerste van twee uitverkochte avonden in de Amsterdam ArenA met een korte voorgeschiedenis. De hits ‘Sunday Bloody Sunday’ en ‘New Year’s Day’ brachten de vuisten in de lucht. Het ingetogen ‘Bad’ voerde in herinnering terug naar het moment waarop de band in 1985 imponeerde op Live Aid en de internationale doorbraak van de post-punkband uit Dublin een feit werd.

Indrukwekkend mediaspektakel: Corbijnfoto’s en films als als toneelbeeld bij U2. Foto Clodach Kilcoyne/Reuters

Het verheffende ‘Pride (In the Name of Love)’ vormde met zijn verwijzingen naar de droom van Martin Luther King een natuurlijke prelude voor The Joshua Tree, waarbij het beeld op kleur sprong en de vier bandleden als nietige schaduwen poseerden onder een enorme replica van de yuccaboom uit de albumtitel. Corbijn filmde die cactusachtigen opnieuw en spookachtig voor ‘I Still Haven’t Found What I’m Looking For’, een vroeg hoogtepunt van een optreden dat indrukwekkend liet zien hoeveel aandacht U2 telkens weer besteedt aan het fantasierijk vormgeven van een multimediale stadionshow. Een gefilmde fanfare bij ‘Red Hill Mining Town’ en kleurrijke beelden van cowgirls, native Americans en vrouwen met kaarsen bij ‘Mothers of the Disappeared’ lieten de vier bandleden opgaan in een groter verhaal.

Dat de muziek van The Joshua Tree geen grote catharsis aan het eind biedt, werd gecompenseerd met een parade van de latere hits ‘Beautiful Day’, ‘Elevation’ en ‘Vertigo’. ‘Miss Sarajevo’ ging gepaard met bedrieglijk fraaie beelden van een vluchtelingenkamp in Jordanië, nadat een Syrische vrouw de hoop had uitgesproken dat het ons allemaal goed zou gaan. Bono beschouwt het publiek nog altijd als “zijn kerk”, liet hij weten toen hij voorging in samenzang. Met fragmenten uit nummers van David Bowie toonde hij zijn schatplichtigheid aan een muzikale held. Anton Corbijn roemde hij als een “Dutch Master”. Corbijn gaf The Joshua Tree nieuw levensbloed bij een optreden dat de nostalgie ruimschoots oversteeg.