Column

Lieke Martens en een eekhoorn

Een stadsmens heeft in de ongerepte natuur soms de tijd nodig om te beseffen wat hij ziet. Zeker als hij vermoeid op zijn racefiets rijdt over een smalle weg in een Zuid-Franse vallei, met rechts een brokkelig muurtje om te voorkomen dat je in de rivier valt.

Ik meende op het asfalt een eekhoorn te zien.

Het diertje was veel kleiner dan de tamme exemplaren die ik in mijn jeugd op zondagochtend in het Kralingse Bos pelpinda’s uit mijn vingers liet grissen. De eekhoorn keek een fractie van een seconde op en begon aan een scala van verrukkelijke schijnbewegingen.

Recht overeind, een hupje, twee pasjes vooruit, ineen duiken, pluimstaart plat en weer omhoog zwaaiend, een halve draai en dan – na het instinctieve besluit over de te nemen richting – met een paar reuzensprongen links het naaldbos in.

Terwijl ik verder daalde over de slingerweg, probeerde ik de trucs van de eekhoorn te onthouden. Schoonheid ligt niet altijd voor het oprapen.

Nog maar net een uurtje thuis zat ik een dag later naar een wedstrijd vrouwenvoetbal te kijken: Nederland tegen Zweden.

Waarom keek ik? Niet om mijn Nederlandse hart te laten bonzen. Ik moest het toegeven: ik wilde weten hoe het aanvalster Lieke Martens verging. In 2014 zag ik haar voor het eerst spelen, ik schreef over haar („Robben met een paardenstaart”) en bleef haar sindsdien volgen. Op mijn vakantie had ik gelezen dat ze na een paar jaren succesvol voetballen in Zweden nu aan de slag ging bij grootmacht Barcelona.

Haar benen oogden gespierder, het uithoudingsvermogen is groot en uit haar oogopslag sprak zelfvertrouwen. Ze scoorde uit een vrije trap en gaf de mooiste pass van de wedstijd, waaruit het tweede Nederlandse doelpunt voortkwam.

De wedstrijd was rommelig, met veel foute passes, gemiste kansen en onzeker keeperswerk. Maar goed, het plezier bij het kijken van negentig minuten voetbal (m/v) wordt bij mij regelmatig bepaald door details, lang niet altijd door het spel of de uitslag. Nu liet ik me leiden door de technische finesse van Martens, haar versnelling met de bal aan de voet en de eenvoudige oplossingen als ze in het gedrang kwam.

Martens neemt haar besluiten impulsief. Of moet ik zeggen: instinctief? Ze lokt haar tegenstanders uit om een beweging te maken, pas dan is het haar beurt: een hupje, een tikje tegen de bal met langs een uitgestoken been, een overstapje, een rush, een halve draai met de staart boven haar hoofd of juist plat achter haar rug.

In de Franse vallei van de Toulourenc leeft minimaal één zeer wendbare eekhoorn in het bos en voor Nederland wervelt Lieke Martens over het voetbalveld. Dieren, mensen; het maakt me niet uit.

Een fijne motoriek is begerenswaardig.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.