Kromowidjojo is terug als de motor van Team NL

WK zwemmen

Ranomi Kromowidjojo (26) keerde bij de WK langebaan in Boedapest terug op het wereldpodium, met maar liefst vier medailles.

Haar gezicht straalde weer. Een jaar na het teleurstellende, medailleloze olympisch zwemtoernooi van Rio de Janeiro liet Ranomi Kromowidjojo de voorbije week in Boedapest zien dat ze nog steeds bij de absolute wereldtop hoort. Sneller dan ooit, klinkt het tegenwoordig weer uit haar mond.

Geheel in stijl sloot ze een uitstekend langebaantoernooi zondagavond af met een zilveren medaille op de 50 meter vrije slag, vlak achter het Zweedse sprintwonder Sarah Sjöström. In de Duna Aréna brak Kromowidjojo eindelijk het oude persoonlijk record (24,05 seconden) waarmee ze in 2012 in Londen olympisch kampioen was geworden en een jaar later, in Barcelona, wereldkampioen.

Haar race aan de Donau was nagenoeg vlekkeloos geweest, de tijd spectaculair (23,85) – een nieuw Nederlands record. Sjöström (23,69, net boven haar eigen wereldrecord van 23,67) was andermaal een klasse apart.

Bittere smaak weggespoeld

De nieuwe toptijd van Kromowidjojo vormde het beste bewijs dat ze de bittere smaak van Rio heeft weggespoeld. „Geweldig”, glunderde ze na afloop voor de camera van de NOS. „Ik heb Sarah natuurlijk voor me, maar ik ben tweede van de wereld geworden. Dat is supergoed. Ik moest onder de 24 seconden zwemmen, dat moet ik al vijf jaar.”

Een dag eerder had ze zichzelf al verbaasd met een dik persoonlijk record (25,38) en zilver op de 50 vlinder, geen olympische discipline en voor Kromowidjojo slechts een ‘bijnummer’. Maar haar medaille, ook weer achter de ongenaakbare Sjöström, zei alles over haar hervonden topvorm.

Diezelfde avond zwom ze namens de gemengde estafetteploeg – met Ben Schwietert, Kyle Stolk en Femke Heemskerk – verrassend naar zilver op de 4×100 vrij, achter het sterke Amerikaanse kwartet. Op de eerste avond had Kromowidjojo al brons gehaald op de 4×100 met de vrouwen.

Een uitermate geslaagd toernooi dus voor de 26-jarige Groningse, die nog moet beslissen of ze doorzwemt tot de Spelen van Tokio in 2020. Als Boedapest een graadmeter is, zal Kromowidjojo in het Hongaarse bad voldoende inspiratie hebben opgedaan om er nog drie jaar aan vast te knopen. „Het is een hele goede week geweest”, zei Kromowidjojo bij de NOS. „Ik heb ervan genoten. En keihard gezwommen. Alles ging goed hier.”

Nooit getwijfeld

Ondanks haar tijdelijke terugval, vooral vorig jaar in Rio de Janeiro, zei de drievoudig olympisch kampioene dat ze nooit het vertrouwen in zichzelf had verloren. „Ik wist voor mezelf zeker dat ik harder kon zwemmen dan ik in Rio deed. Nu heb ik het laten zien. Ik heb er nooit aan getwijfeld. Het gaat soms met ups en downs, dat kan af en toe gebeuren. Het was ook niet slecht wat ik in Rio liet zien. Je moet niet je kop laten hangen en de rest van je leven chagrijnig zijn als je geen goud of geen medaille wint.”

Je moet niet je kop laten hangen en de rest van je leven chagrijnig zijn als je geen goud of geen medaille wint.

Kromowidjojo redde – niet voor het eerst – in Boedapest het gezicht van het Nederlandse zwemmen. De ploeg is de laatste jaren verwend geraakt door de constante prestaties van de beste sprintster, niet alleen als motor van de estafetteploeg. Waar de rest van de ploeg meestal niet eens toekomt aan het halen van finales, verzorgt ‘Kromo’ vaak eigenhandig de individuele medailleoogst, met podiumplaatsen op de WK’s van Shanghai (2011), Barcelona (2013), Kazan (2015) – en deze zomer dus, in Boedapest.

Het contrast met een jaar geleden is groot. Toen keerde ‘Team NL’ terug uit Rio zonder ook maar één medaille in het zwembad. Kromowidjojo heeft de aansluiting weer gevonden. Verder koestert bondscoach Marcel Wouda de wetenschap dat er talent op komst is, zoals Arno Kamminga, Kyle Stolk, Tamara van Vliet en Ben Schwietert. Maar Kromowidjojo was de enige die in Boedapest een individuele finale wist te halen.