Gelukkig strijden in de Formule 1 twee teams om de wereldtitel

Formule 1

De Formule 1 wacht een zomerstop van vier weken. Een tussenbalans na de eerste seizoenshelft in vier thema’s.

Daniel Ricciardo (links) wordt op de Hungaroring aangetikt door zijn teamgenoot bij Red Bull Max Verstappen. Foto Andrej Isakovis/AFP

De titelstrijd

Als de Formule 1 dit jaar íets nodig had, dan was het wel een échte strijd om de wereldtitel. Niet de dominantie van één team, zoals de laatste jaren het geval was. Eerst had je de gloriedagen van Red Bull, met vier wereldtitels tussen 2010 en 2013 voor Sebastian Vettel, daarna kwam Mercedes met de intrede van de hybride motoren – twee keer Lewis Hamilton, één keer Nico Rosberg. In een sport waarbij de sporters dusdanig afhankelijk zijn van de techniek die hun gegeven wordt, leidt uitzonderlijke klasse van het materieel tot slaapverwekkende voorspelbaarheid.

Het directe gevecht tussen Hamilton en Vettel is een affiche waarmee de Formule 1 kan pronken

Daarom was het prettig dat de wintertests in Barcelona afgelopen februari lieten zien dat Ferrari het gat had gedicht. Van de elf races tot nu toe won Mercedes er zes, Ferrari vier. Het directe gevecht tussen drievoudig wereldkampioen Lewis Hamilton en viervoudig wereldkampioen Sebastian Vettel is een affiche waarmee de Formule 1 kan pronken: twee van de beste coureurs in de sport voor het eerst écht in een tweestrijd om een nieuwe wereldtitel. Met de winst van Vettel in Hongarije zondag gaan beiden de zomerstop in met vier grand-prixzeges. De Duitser leidt nu met veertien punten voorsprong op de Brit. Directe duels in races zijn er sporadisch geweest, met Barcelona als uitzondering en natuurlijk die bizarre race in Baku, waar Vettel de sfeer van respect en vriendschappelijkheid die er tot dan was geweest met één beuk tegen de zijkant van Hamiltons auto teniet deed.

De Fin Valtteri Bottas heeft zich steeds meer ontpopt tot een gevaarlijke outsider. Bottas, gehaald van Williams als vervanger van de gestopte Rosberg, is dan wel precies de gehoorzame goedzak die Hamilton er graag bij heeft, hij rijdt in de luwte een uitstekend seizoen: twee overwinningen, nooit lager gefinisht dan vierde. En nog maar negentien punten achterstand op zijn teamgenoot. Als hij mag van Mercedes, kan het interessant worden. En blijken sportieve gestes als de plek die Hamilton zondag teruggaf aan Bottas straks mogelijk heel duur.

De pech

Max Verstappen zondag na afloop van de GP van Hongarije, waar hij vijfde werd. Foto Frits van Eldik/ANP

Wie pech zegt, zegt Red Bull, en dan met name Max Verstappen. Misschien niet helemaal eerlijk naar iemand als Fernando Alonso – die moet als tweevoudig wereldkampioen bij McLaren een pruttelende grasmaaier over de finish krijgen, iets wat hem maar drie van de tien races waarin hij uitkwam lukte. Maar Red Bull wilde dit jaar doen wat Ferrari nu lukt: zich mengen in de titelstrijd.

Niet alleen bleek al snel dat de auto van Verstappen en teamgenoot Daniel Ricciardo niet snel genoeg was, de Nederlander kampte ook met betrouwbaarheidsproblemen, te vaak voor een topteam als Red Bull. Ricciardo viel daardoor uit in Melbourne en Rusland, maar zette er in elk geval in totaal nog vijf podiumplekken inclusief één overwinning tegenover; lichtpuntjes die de problemen bij het team maskeerden. Verstappen viel drie keer uit door technische problemen in Bahrein, Canada en Azerbajdzjan, steeds in kansrijke positie.

Verstappen werd daarnaast ook twee keer buiten zijn schuld om uit de race getikt, in Barcelona en in Oostenrijk. En hij reed zelf zondag Ricciardo buiten de baan; kort daarna viel de Australiër uit. Zeer ongelukkig, omdat Red Bull mede dankzij een upgrade aan de auto het hele weekend had laten zien mee te kunnen met Mercedes en Ferrari, iets wat het team hoopt mee te nemen naar de tweede helft van het seizoen.

Ook al is het moeilijk door de resultaten heen te kijken, teambaas Christian Horner vindt dat Verstappen een betere coureur is geworden. Eén cijfer dat er in ieder geval niet om liegt: de Nederlander versloeg de meer ervaren Ricciardo, toch niet de minste coureur in het veld, tot nu in zeven van de elf kwalificatietrainingen.

De debutanten

Er zijn wonderkinderen, omdat ze jong zijn en bekendstaan als groot racetalent en er zijn wonderkinderen die deze term vooral toegedicht krijgen alleen omdat ze jong zijn. Verstappen was er een van de eerste categorie, toen hij op zijn zeventiende zijn F1-debuut maakte, Lance Stroll er een van de tweede, op zijn achttiende. Als hij nou week in, week uit bij Williams ieders ongelijk zou bewijzen, zouden media minder geneigd zijn te praten over hoe Stroll toch vooral in de sport zit dankzij de zak geld die zijn vader in een stoeltje voor hem stopte.

Kon hij dan niets? Jawel, hij won in 2016 het Europees Formule 3-kampioenschap en was al testrijder voor Williams. Maar hij oogde meteen onwennig, reed de eerste drie races niet uit. In Monaco kreeg hij het over zijn lippen om over zijn fouten in bochten Portier en Rascasse te zeggen dat hij „die ook altijd fout doet op de PlayStation”. Zijn eerste twee punten, in zijn thuisrace in Canada, werden gevierd als een wereldtitel. Dat moest alle „haters” de mond snoeren. Zijn opmerkelijke podiumplek in Baku al helemaal, maar die had hij na die wonderbaarlijke aaneenschakeling crashes en onderbrekingen net zo min aan zichzelf te danken als zijn plek in de Formule 1. Voor afrekenen is het te vroeg, maar feit is dat hij het gemiddeld gezien ruim moet afleggen tegen teamgenoot Felipe Massa.

Dan Esteban Ocon. Twee jaar ouder dan Stroll, maar onmiskenbaar een groter talent. Technisch gezien is de Fransman geen debutant – hij reed vorig jaar negen races voor Manor – maar zijn eerste volledige seizoen is oerdegelijk: slechts één keer puntloos. Hij haalt met teamgenoot Sergio Perez het maximale uit zijn auto bij Force India en doet weinig voor hem onder.

Voor Stoffel Vandoorne geldt hetzelfde: geen debutant, na zijn invalbeurt in Bahrein vorig jaar, maar ook voor de 25-jarige Belg is 2017 zijn eerste volledige seizoen. Bij McLaren, dat over teleurstellend materiaal beschikt, heeft hij vooralsnog moeite. Zijn punt in Hongarije is het eerste van het jaar. In kwalificaties was hij slechts één keer sneller dan teamgenoot Fernando Alonso.

De nieuwe regels

Bredere auto’s en bredere banden voor meer downforce in bochten, meer grip. De auto’s moesten er agressiever uitzien én sneller zijn, rondetijden op circuits zouden met seconden omlaag gaan. Alles om de Formule 1 leuker te maken om naar te kijken.

Het gaat inderdaad sneller en de coureurs zijn te spreken over de fysieke uitdaging die de nieuwe auto’s bieden. Het negatieve: vuurwerk heeft het nog niet opgeleverd, met uitzondering van de race in Baku. De straten van de stad leken de nieuwe auto’s niet aan te kunnen, wat leidde tot de meest enerverende race in tijden. Maar over het algemeen waren er te veel slaapverwekkende optochten; inhalen blijkt inderdaad zo lastig als voorspeld. Een soepeler strafbeleid wat betreft race-incidenten om inhalen aan te moedigen, verandert daar weinig aan. De banden gaan bovendien langer mee en dus zijn ook pitstops minder belangrijk geworden in het raceverloop.

De strijd tussen Ferrari en Mercedes maakt veel goed.