Hoe België de EU trotseerde om friet rauw te mogen blijven frituren

Een relletje was geboren toen een nieuwe EU-gezondheidsregel de Belgische culinaire traditie in gevaar zou brengen.

Foto istock

Friet is politiek. Zoveel werd de afgelopen weken duidelijk in België. In aanloop naar de invoering van nieuwe Europese gezondheidsregels waren frieten geregeld er onderwerp van debat. Er werd gevreesd voor het einde van een culinaire traditie, er kwam een frietresolutie en er was uiteindelijk opluchting over de ‘redding’ van de Belgische friet.

Aanleiding is het Europese streven om een chemische stof in ons voedsel te verminderen: acrylamide. Die stof kan ontstaan wanneer producten met veel suikers en koolhydraten, zoals aardappels, flink worden verhit en een bruin korstje krijgen. Acrylamide – ook te vinden in koffie, chips en koek – zou het risico op kanker kunnen vergroten, concludeerde Europese voedselautoriteit EFSA twee jaar geleden.

Op dat onderzoek valt overigens wel wat af te dingen: de kankerverwekkendheid is alleen bij proefdieren aangetoond, zegt emeritus hoogleraar voedingsleer Martijn Katan. Ook de EFSA zelf zegt dat onderzoek naar kanker door acrylamide bij mensen „beperkt en ontoereikend” is. Daarbij, vervolgt Katan, kregen muizen pas tumoren nadat ze er „heel grote hoeveelheden” van binnenkregen. „Pakweg een paar honderd keer zoveel als de maximale hoeveelheid die nu wordt voorgesteld voor in ons eten.”

De Vlaamse minister van toerisme verweet de Europese Unie „gezondheidsfetisjisme”.

Desalniettemin besloot de Europese Commissie om maatregelen te nemen tegen acrylamide. Volgens Katan omdat zoiets nou eenmaal makkelijker is dan het aanpakken van zonnebank- of alcoholgebruik, die beiden het risico op kanker verhogen.

Bij frieten kan dat vrij gemakkelijk door de rauwe aardappels voor het frituren te blancheren, kort te koken. In conceptvoorstellen van de Commissie duikt het woord blancheren dan ook op. Maar dát ligt gevoelig in België, waar het gebruikelijk is om friet rauw in frituurvet voor te bakken.

Een relletje was geboren. De Vlaamse minister van toerisme Ben Weyts, bezorgd over de teloorgang van de „hemelse” Belgische traditie van het dubbelfrituren, verweet de Europese Unie „gezondheidsfetisjisme”. Europarlementariër Bart Staes van Groen verweet Weyts, die lid is van het Vlaams-nationalistische N-VA, aan ‘EU-bashing’ te doen, schreef persbureau Belga. Uiteindelijk kwam de blancheerverplichting niet in het goedgekeurde voorstel van de Europese Commissie – en volgens sommigen was dat ook nooit de bedoeling geweest.

Wel werden afspraken vastgelegd over het terugdringen van acrylamide in ons voedsel. Die gelden voor bijvoorbeeld fastfoodketens en restaurants. Kleine ondernemingen, zoals frietkoten (néé, niet kotten), worden ontzien. De tekst moet nog wel langs de Europese Raad en het Europees Parlement. Daarnaast beraadt de Europese Commissie zich nog over eventuele acrylamidebovengrenzen in voedsel.

„De Belgische friet is gered!”, twitterde een verheugde Willy Borsus – toen nog Landbouw-minister, inmiddels de nieuwe Waalse premier. De in het Vlaamse parlement aangenomen ‘frietresolutie’, ter bescherming van de ongeblancheerde friet, lijkt inmiddels overbodig. Daar komt bij dat de friet inmiddels ook op een andere manier een beschermde status kreeg: de Belgische frietkotcultuur kreeg in deze maand de status van cultureel erfgoed.

Nu de frietkoten het zover hebben geschopt, kan de volgende stap een plek op de Unesco-werelderfgoedlijst zijn. Een ander Belgische pronkstuk, de biercultuur, staat daar sinds vorig jaar al op.